Getypt verslag of brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypt verslag of brief (doorslag op dun papier). Niet expliciet vermeld, maar de context (gebrek aan aanvoer van Noordzeevis en "nieuwe haring") wijst op de vroege oorlogsjaren (ca. 1940-1941). Getekend door "De Directeur" (naam niet zichtbaar). [Marginale notitie in blauwe inkt: Dagelijks]
Op myn vraag, of men in Regeeringskringen in Den
Haag overweegt een algemeene steunregeling voor den Neder-
landschen vischhandel in te voeren, luidde het antwoord ont-
kennend. Eventueele steun zal plaatselyk geregeld moeten
worden. [Handgeschreven paraaf/krabbel]
Wat nu de toestand van den Amsterdamschen visch-
handel in het byzonder betreft, deze is overeenkomstig het
bovenstaande zeer slecht; vooruitzichten op verbetering zyn
voorloopig niet aanwezig. Weliswaar wordt de Amsterdamsche
Vischmarkt nog door vry veel vischkooplieden bezocht, doch
deze moeten zich behelpen met de aangevoerde hoeveelheden
binnenvisch. Deze is uiteraard duur, zeker te duur voor den
venter, die gewoon was met bokking, garnalen en goedkoope
Noordzeevisch zijn brood te verdienen. Terwijl het aantal win-
keliers, marktkooplieden en standplaatshouders, dat gewend
was om de Amsterdamsche Vischmarkt te bezoeken voor den aan-
koop van de betere en duurdere soorten visch dus dagelyks nog
vry normaal blyft, is het aantal venters aan deze markt tot
ongeveer de helft teruggeloopen. Voor de standplaatshouders
en venters, die speciaal haring verkoopen, wordt de toestand
over enkele weken nog ongunstiger, namelyk zoodra de laatste
voorraden oude haring zyn uitverkocht en geen "nieuwe" ha-
ring meer wordt aangevoerd. [Blauw vinkje]
De Directeur, In dit document rapporteert een directeur over de afwijzing van een landelijke steunregeling voor de visdetailhandel door de overheid in Den Haag. De financiële noodzaak voor steun wordt onderbouwd door de situatie op de Amsterdamse vismarkt te schetsen. Er is een duidelijke tweedeling zichtbaar:
1. De winkeliers: Zij die handelen in duurdere vissoorten kunnen vooralsnog overleven, hoewel de aanvoer beperkt is tot dure "binnenvisch" (zoetwatervis uit meren en rivieren).
2. De venters: De kleine straathandelaren, die afhankelijk zijn van goedkope Noordzeevis (zoals haring en garnalen), verkeren in grote nood. Hun aantal is al gehalveerd omdat zij de dure binnenvisch niet kunnen inkopen of doorverkopen aan hun klantenkring.
De waarschuwing aan het slot is onheilspellend: zodra de voorraden "oude haring" (van het vorige seizoen) op zijn, zal de handel voor een grote groep venters volledig stilvallen, omdat er geen aanvoer van "nieuwe haring" meer wordt verwacht. De inhoud van het document duidt op de economische ontwrichting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Door de oorlogsvoering op zee (mijnen, blokkades en vordering van schepen) kwam de Noordzeevisserij nagenoeg stil te liggen. Dit verklaart waarom er alleen nog "binnenvisch" (bijv. uit het IJsselmeer) beschikbaar was. De "Hollandse Nieuwe" (nieuwe haring) die normaal in juni wordt aangevoerd, kon niet worden binnengehaald. De weigering van de centrale overheid om een algemene regeling te treffen en de verwijzing naar "plaatselijke regelingen" is kenmerkend voor de vroege bezettingsjaren, waarbij lokale besturen vaak zelf oplossingen moesten zoeken voor de groeiende armoede onder de kleine middenstand.