Dienstbrief / Officiële correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Officiële correspondentie. 6 september 1940. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3-4 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 TELEFOON 720080*
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN INTERCOMM. XX
Nº 46b/25 / M. 1940 g
Afd. II 's-Gravenhage, 6 September 1940.
№ 1692/102
Betreffende: wijzigingen
schepenlijst.
[Handgeschreven in de linkermarge:]
Was reeds
genoteerd.
[Paraaf, onleesbaar, mogelijk 'A']
16/9 - 40
AAN
den Heer Directeur van den
Gem. Vischafslag
te
AMSTERDAM.-
[Handgeschreven rechtsboven de adresgroep:]
710 [onderstreept]
Th. Stam [?]
Hiermede verzoek ik U de onderstaande wijzigingen aan te brengen op de lijst (№ 402), waarop de schepen, welke in aanmerking komen voor steun volgens de Crisis-Steunbeschikking 1936 (kleine zeevisscherij), zijn vermeld.
Afvoeren per
[Witte ruimte]
Bijschrijven per 5/8 '40
SCH.32 M.vd.Kruk, Scheveningen.
DE DIRECTEUR,
[Handgeschreven handtekening, mogelijk: H.J. Hummel]
Ko/NP.
19541 - '40 Dit document is een administratieve kennisgeving van de Nederlandsche Visscherijcentrale aan de directeur van de visafslag in Amsterdam. De kern van de brief is het bijwerken van "Lijst № 402". Deze lijst bevat de vissersvaartuigen die recht hebben op financiële steun op basis van de Crisis-Steunbeschikking van 1936, een regeling specifiek voor de kleine zeevisserij.
De specifieke mutatie betreft de toevoeging (bijschrijving) van het schip SCH.32, eigendom van M. van der Kruk uit Scheveningen, met terugwerkende kracht vanaf 5 augustus 1940. De handgeschreven aantekening linksboven ("Was reeds genoteerd") geeft aan dat de administratie in Amsterdam deze wijziging al had verwerkt of herkend voordat deze specifieke brief werd gearchiveerd op 16 september 1940. De datum van de brief, september 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (die begon in mei 1940). De Nederlandsche Visscherijcentrale was een semi-overheidsorgaan dat in de jaren dertig was opgericht om de visserijsector te reguleren en te ondersteunen tijdens de Grote Depressie.
De "Crisis-Steunbeschikking 1936" waarnaar verwezen wordt, was een direct gevolg van de economische malaise in die jaren; veel vissers konden zonder overheidssubsidies het hoofd niet boven water houden. Het document illustreert de continuïteit van de Nederlandse bureaucratie en steunmaatregelen direct na de inval: bestaande wetgeving en administratieve procedures bleven voorlopig gehandhaafd onder het nieuwe regime. Scheveningen (de thuishaven van het genoemde schip) was een van de belangrijkste centra voor de kleine zeevisserij, die door de oorlogsomstandigheden en mijnengevaar op de Noordzee overigens zwaar onder druk kwam te staan.