Administratief bijblad met interne ambtelijke notities.
Origineel
Administratief bijblad met interne ambtelijke notities. 20 t/m 22 mei 1939. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 10/26/3 193 9
DOORGEZONDEN: 20/5
[Notitie rechtsboven]
[Onleesbare paraaf]
Dit beteekent m.i.
dat de zaak blijft,
zooals wij haar
hebben geregeld.
Natuurlijk trachten
we betaling te krijgen,
doch niet op
ongeoorloofde wijze -
22/5 '39 [Paraaf]
[Notitie midden]
Door Mr. Müller kennis
van genomen.
v. Bergen 21/5-'39 [Paraaf]
[Notitie rechtsonder]
Neen, wij deden den
laatsten tijd zonder meer
mededeeling van verjaring.
De ambtenaren moeten dus
voortaan "trachten" ook
reeds verjaarde schulden te
innen. Rijzen er moeilijkheden
dan de verjaringsclausule
toepassen. Het is niet fraai,
maar... aldus uitvoeren.
Verder "kennis genomen" W Lam Het document betreft een interne correspondentie tussen ambtenaren over een beleidswijziging met betrekking tot het innen van verjaarde schulden. Uit de onderste notitie (getekend door W. Lam) blijkt dat de overheid een actiever inningsbeleid gaat voeren. Voorheen werd blijkbaar direct mededeling gedaan van verjaring (waardoor de schuld niet meer opeisbaar was), maar de nieuwe instructie luidt om schulden "ook reeds verjaarde" alsnog te proberen te innen.
De schrijver erkent de morele dubieusheid van dit beleid met de opmerking: "Het is niet fraai, maar... aldus uitvoeren." Pas wanneer een burger expliciet protesteert of wanneer er "moeilijkheden" ontstaan, mag de ambtenaar de verjaringsclausule alsnog toepassen. De bovenste notitie van 22 mei lijkt dit enigszins te nuanceren door te stellen dat inning niet op "ongeoorloofde wijze" mag geschieden, hoewel het trachten te innen van een verjaarde schuld blijkbaar binnen de ambtelijke marges van die tijd viel. Dit document dateert van mei 1939, een periode van grote economische en politieke spanning in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De staat was naarstig op zoek naar inkomsten, onder andere voor de toenemende defensie-uitgaven en mobilisatie.
De notitie biedt een zeldzaam inkijkje in de ambtelijke ethiek van de late jaren dertig. Het illustreert de spanning tussen de strikte letter van de wet (verjaring) en de pragmatische behoefte van de overheid aan liquide middelen, waarbij de onwetendheid van de burger over zijn rechten ("verjaring") tactisch wordt ingezet. De namen Mr. Müller, v. Bergen en W. Lam verwijzen naar de betrokken ambtenaren binnen het departement van Algemene Zaken. M. No W. Lam