Archief 745
Inventaris 745-271
Pagina 277
Dossier 39
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt afschrift van een officiële brief.

13 mei 1939. Van: De Wethouder voor de Financiën (w.g. Rustige).

Origineel

Getypt afschrift van een officiële brief. 13 mei 1939. De Wethouder voor de Financiën (w.g. Rustige). No.10/26/3 M.1939 AFSCHRIFT.

No.313 L.M.1939
GEMEENTE AMSTERDAM.
Afd. Fin.
No.547/825 -1939- Amsterdam, 13 Mei 1939.

     Naar aanleiding van het mij om advies gezonden schrijven van den

Directeur van het Marktwezen d.d. 25 April j.l. in zake verjaring van
belastingschulden bij den Dienst Marktwezen, heb ik de eer U het vol-
gende mede te deelen.
Zooals uit het schrijven van den Directeur blijkt, betreffende de
belastingschulden voornamelijk plaatsgeld van de dag- en weekmarkten en
de z.g. vergunningen (plaatsen buiten de markten).
Het is mij bekend, dat het meerendeel van deze schulden inderdaad
meer administratieve dan werkelijke schulden zijn, aangezien in het
algemeen geen bezetting van plaatsen op de markten of buiten de markten
tijdens de periode, waarop deze schulden betrekking hebben, meer plaats
vond. Het oploopen der schuld was veelal het gevolg van de late beslis-
sing tot intrekking van de plaats of vergunning. In aanmerking nemend
het geringe bedrag der schuld per marktkoopman en per vergunninghouder
ben ik het met den Directeur van het Marktwezen eens, dat het geen zin
heeft door vervolging de verjaring te stuiten. De kosten zouden in on-
evenredige verhouding staan tot het bedrag der schuld.
De vraag of het verzoek om een nieuwe standplaats of vergunning
kan worden geweigerd op grond van het niet betalen eener schuld, die
reeds is verjaard, moet m.i. indien een zuiver wettelijk standpunt
wordt ingenomen ontkennend worden beantwoord. Dit sluit niet in, dat
door den Dienst Marktwezen geen pogingen meer in het werk mogen worden
gesteld, de oude schuld alsnog in te vorderen.

                                    De Wethouder voor de
                                        Financiën,
                                    w.g. Rustige.

Aan den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen.

Kennisgenomen:
De Directeur van het Marktwezen,
w.g. Dr. A.v.d. Laan.

--- * Onderwerp: De verjaring van openstaande belastingschulden (marktgeld) bij de Dienst Marktwezen.
* Kern van het advies: De Wethouder van Financiën adviseert om verjaarde schulden niet langer juridisch te vervolgen. Hij voert hiervoor twee redenen aan:
1. Administratieve aard: De schulden zijn vaak ontstaan doordat vergunningen te laat officieel werden ingetrokken, terwijl de kooplieden de plekken feitelijk niet meer bezetten. Het zijn dus geen "werkelijke" schulden voor geleverde diensten.
2. Kosten-batenanalyse: De juridische kosten om de verjaring te stuiten (het proces stoppen zodat de schuld opeisbaar blijft) wegen niet op tegen de geringe bedragen per schuldenaar.
* Juridische consequentie: De wethouder stelt helder dat een nieuwe vergunning niet geweigerd mag worden enkel op basis van een reeds verjaarde schuld. Wel merkt hij op dat de dienst nog wel mag proberen de schuld op vrijwillige basis te innen ("alsnog in te vorderen").

--- Dit document stamt uit mei 1939, een periode van economische broosheid aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam waren de markten essentieel voor de voedselvoorziening van de bevolking. De brief laat een pragmatische houding van het stadsbestuur zien tijdens de nasleep van de crisisjaren: men erkent dat de bureaucratie (trage intrekking van vergunningen) mede debet is aan de schuldenlast van kleine marktkooplieden.

De ondertekenaar P.J. (Pieter) Rustige was namens de SDAP wethouder van Financiën in Amsterdam. De Dienst Marktwezen viel onder de Wethouder voor de Levensmiddelen, wat de correspondentie tussen deze twee portefeuilles verklaart. De genoemde Dr. A. v.d. Laan was een bekende directeur van het Marktwezen die nauw betrokken was bij de modernisering van de Amsterdamse markten, waaronder de Centrale Markthal.

Samenvatting

  • Onderwerp: De verjaring van openstaande belastingschulden (marktgeld) bij de Dienst Marktwezen.
  • Kern van het advies: De Wethouder van Financiën adviseert om verjaarde schulden niet langer juridisch te vervolgen. Hij voert hiervoor twee redenen aan:
    1. Administratieve aard: De schulden zijn vaak ontstaan doordat vergunningen te laat officieel werden ingetrokken, terwijl de kooplieden de plekken feitelijk niet meer bezetten. Het zijn dus geen "werkelijke" schulden voor geleverde diensten.
    2. Kosten-batenanalyse: De juridische kosten om de verjaring te stuiten (het proces stoppen zodat de schuld opeisbaar blijft) wegen niet op tegen de geringe bedragen per schuldenaar.
  • Juridische consequentie: De wethouder stelt helder dat een nieuwe vergunning niet geweigerd mag worden enkel op basis van een reeds verjaarde schuld. Wel merkt hij op dat de dienst nog wel mag proberen de schuld op vrijwillige basis te innen ("alsnog in te vorderen").

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1939, een periode van economische broosheid aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam waren de markten essentieel voor de voedselvoorziening van de bevolking. De brief laat een pragmatische houding van het stadsbestuur zien tijdens de nasleep van de crisisjaren: men erkent dat de bureaucratie (trage intrekking van vergunningen) mede debet is aan de schuldenlast van kleine marktkooplieden.

De ondertekenaar P.J. (Pieter) Rustige was namens de SDAP wethouder van Financiën in Amsterdam. De Dienst Marktwezen viel onder de Wethouder voor de Levensmiddelen, wat de correspondentie tussen deze twee portefeuilles verklaart. De genoemde Dr. A. v.d. Laan was een bekende directeur van het Marktwezen die nauw betrokken was bij de modernisering van de Amsterdamse markten, waaronder de Centrale Markthal.

Kooplieden in dit dossier 89

A. Cuypstraat Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 53
A. Bepaling 1.942
A J v Meukekers
A. Markt-, standplaats- en ventgelden (volgn. 87) ......... Waterlooplein $f$ 162.500.—
A v Rijswijk
Bokking kisten 2.127
A. Ontvangsten Waterlooplein „ 3.050.—
C. Blom 25-9-1939
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 104.242,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,-- ✓
C. Markt Uilenburg 380.300,-- ✓
C. Markt Uilenburg 104.242,-- ✓
C. Markt Uilenburg 6.490.000,—
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,—
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,--
Centrale Markt verlies Uilenburg 244.000,-- ✓
Alle 89 kooplieden →