Officieel ambtelijk geleideformulier / memorandum van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel ambtelijk geleideformulier / memorandum van de Gemeente Amsterdam. 19 mei 1939. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen (F. van Meurs). Directeur van het Marktwezen. [Stempel linksboven:] Nº 10/26/3 M. 1939 [handgeschreven:] 20/5
No. 313 L.M. [handgeschreven:] 1939
De WETHOUDER voor de LEVENSMIDDELEN, WASCH- en
SCHOONMAAK-, BAD- en ZWEMINRICHTINGEN heeft de
eer ~~dit stuk~~ deze stukken te doen toekomen aan den Heer
[handgeschreven:] Directeur v/h Marktwezen
onder verwijzing naar
[vinkje] ter kennisneming [handgeschreven:] nader mededeeling
ter verdere behandeling [handgeschreven:] de meening van Weth.
met verzoek om bericht [handgeschreven:] Financiën te kunnen
onder mededeeling dat [handgeschreven:] deelen, met name wat betreft de slotopmerking, zodat indien een wanbetaler weder een vergunning vraagt, getracht moet worden de oude schuld, ook al is ze verjaard, terug betaald te krijgen.
De stukken worden gaarne terugverwacht.
AMSTERDAM, 19 Mei 1939.
De Wethouder,
[handtekening/paraaf]
F. van MEURS
G.A.303
[rechtsonder handgeschreven:] 10 / Dit document is een intern communicatiemiddel van de gemeente Amsterdam uit mei 1939. De wethouder Van Meurs stuurt hiermee stukken door naar de directeur van het Marktwezen.
De kern van de boodschap is een beleidsmatige instructie met betrekking tot schuldenlast. De wethouder sluit zich aan bij het standpunt van de wethouder van Financiën. Het gaat om een streng incassobeleid: wanneer een marktkoopman of ondernemer die nog schulden heeft uit het verleden ("wanbetaler") opnieuw een vergunning aanvraagt, moet de gemeente proberen de oude schuld alsnog te innen. Opvallend is de toevoeging dat dit ook moet gebeuren als de schuld juridisch gezien al "verjaard" is. De vergunningverlening wordt hier dus gebruikt als drukmiddel om openstaande posten te vereffenen. Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In 1939 verkeerde Nederland nog steeds in de nasleep van de economische crisis van de jaren '30. Gemeenten waren uiterst scherp op hun financiën en probeerden met alle mogelijke middelen achterstallige betalingen binnen te halen.
De ondertekenaar, Fritz (F.) van Meurs, was een SDAP-wethouder in Amsterdam. De diensten die onder hem vielen (Levensmiddelen, Badhuizen) waren essentieel voor de volksgezondheid en de armoedebestrijding in de stad. Het Marktwezen was een belangrijke bron van inkomsten voor de stad, maar ook een plek waar de economische malaise direct voelbaar was door ondernemers die hun staangeld of leges niet konden betalen. F. van Meurs Gemeente Amsterdam Marktwezen