Archief 745
Inventaris 745-271
Pagina 294
Dossier 39
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/nota.

25 april (gezien de referentie naar 1936 in de tekst, waarschijnlijk eind jaren '30 of begin jaren '40).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/nota. 25 april (gezien de referentie naar 1936 in de tekst, waarschijnlijk eind jaren '30 of begin jaren '40). 3
10/26/2
Amsterdam.

25 April 9
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen

de schuld van dergelyke kooplieden begon in de practyk eerst goed op te loopen, zoodra zy hun markt- of standplaats, al of niet met slechts enkele weken schuld, hadden verlaten en dan aan oproepen en waarschuwingen onzerzyds geen gehoor meer gaven. Ten slotte werd dan na vele weken eerst overgegaan tot definitieve intrekking van de plaats, waarmede de inmiddels opgeloopen schuld dan gefixeerd werd.

Op grond van al deze overwegingen meende ik tot afschryving van de meeste dezer oude schulden te moeten overgaan. Zoodoende werd het tevens mogelyk om in de enkele gevallen dat een schuldenaar zich aanmeldde voor een nieuwe plaats, het dezen niet al te moeilyk te maken, waardoor althans dit sociale voordeel werd bereikt, dat menschen geholpen konden worden, niet zelden "uit den steun". Voor de evengenoemde afschryving kwamen de wettelyk verjaarde schulden in aanmerking. Immers artikel 295 van de Gemeentewet luidt:

"De plaatselyke belasting, die niet binnen 3 jaar, te rekenen van het tydstip waarop zy verschuldigd, of waarop de laatste acte van vervolging beteekend was, werd ingevorderd, is verjaard."

Zoo werd dus in 1936 het "oude-schulden-boek" vervangen door een nieuwen vorm van administratie, waarbij op de persoonlyke "slips" slechts werden overgenomen de schulden aan marktgeld en standplaatsgeld, die niet ouder waren dan 3 jaar. Zooals U bekend is, werden sedertdien de maatregelen tot intrekking van marktplaatsen en standplaatsen wegens wanbetaling belangryk versneld. Vooral voor de standplaatsen was zulks noodig, in verband met het feit, dat deze by "beschikking" van Burgemeester en Wethouders moeten worden ingetrokken, waarmede veelal een aantal weken gemoeid gaan. Ik meen, dat met de hierboven beschreven toepassing van artikel 295 Gemeentewet voor afschryving van oude schulden aan markt- en standplaatsgeld een alleszins redelyk, practisch en juist systeem wordt gevolgd. Het leidt uiteraard tot dezelfde toepassing voor oude schuld aan ventgeld: ook deze In dit document legt een ambtenaar (vermoedelijk een afdelingshoofd of directeur van de markten) aan de Wethouder voor de Levensmiddelen uit waarom er gekozen is voor een grootscheepse afschrijving van oude schulden van marktkooplieden.

De kernpunten van de argumentatie zijn:
1. Praktische belemmeringen: Schulden liepen vaak op nadat kooplieden hun plek al hadden verlaten en onbereikbaar waren voor aanmaningen.
2. Sociaal belang: Door oude schulden kwijt te schelden, konden mensen die "in de steun" (werkloosheidsuitkering) zaten makkelijker een nieuwe start maken als zelfstandig koopman zonder direct achtervolgd te worden door onbetaalbare schulden uit het verleden.
3. Juridische basis: Er wordt verwezen naar Artikel 295 van de Gemeentewet, waarin een verjaringstermijn van drie jaar voor plaatselijke belastingen is vastgelegd.
4. Modernisering: In 1936 is de administratie gesaneerd. Het fysieke "oude-schulden-boek" is vervangen door een modern systeem met persoonlijke "slips" (kaarten), waarop alleen nog actuele, niet-verjaarde schulden werden bijgehouden. Het document dateert uit de periode na de grote economische depressie van de jaren '30. De verwijzing naar mensen "uit den steun" is typerend voor deze tijd van massale werkloosheid, waarin de gemeente Amsterdam probeerde de overgang naar zelfstandig ondernemerschap (zoals straathandel of marktverkoop) te faciliteren.

Daarnaast toont het document de bureaucratische modernisering van de gemeente Amsterdam. De overgang van een groot "schuldenboek" naar een losbladig systeem of kaartensysteem ("slips") was in die tijd een belangrijke stap naar een efficiëntere administratie. Ook de roep om snellere procedures voor het intrekken van standplaatsen duidt op een professionalisering van het marktwezen in de hoofdstad. De spelling (met 'y' in plaats van 'ij' en verbuigingen als 'nieuwen vorm') is de standaardspelling-Marchant die destijds in officiële stukken gebruikelijk was.

Samenvatting

In dit document legt een ambtenaar (vermoedelijk een afdelingshoofd of directeur van de markten) aan de Wethouder voor de Levensmiddelen uit waarom er gekozen is voor een grootscheepse afschrijving van oude schulden van marktkooplieden.

De kernpunten van de argumentatie zijn:
1. Praktische belemmeringen: Schulden liepen vaak op nadat kooplieden hun plek al hadden verlaten en onbereikbaar waren voor aanmaningen.
2. Sociaal belang: Door oude schulden kwijt te schelden, konden mensen die "in de steun" (werkloosheidsuitkering) zaten makkelijker een nieuwe start maken als zelfstandig koopman zonder direct achtervolgd te worden door onbetaalbare schulden uit het verleden.
3. Juridische basis: Er wordt verwezen naar Artikel 295 van de Gemeentewet, waarin een verjaringstermijn van drie jaar voor plaatselijke belastingen is vastgelegd.
4. Modernisering: In 1936 is de administratie gesaneerd. Het fysieke "oude-schulden-boek" is vervangen door een modern systeem met persoonlijke "slips" (kaarten), waarop alleen nog actuele, niet-verjaarde schulden werden bijgehouden.

Historische Context

Het document dateert uit de periode na de grote economische depressie van de jaren '30. De verwijzing naar mensen "uit den steun" is typerend voor deze tijd van massale werkloosheid, waarin de gemeente Amsterdam probeerde de overgang naar zelfstandig ondernemerschap (zoals straathandel of marktverkoop) te faciliteren.

Daarnaast toont het document de bureaucratische modernisering van de gemeente Amsterdam. De overgang van een groot "schuldenboek" naar een losbladig systeem of kaartensysteem ("slips") was in die tijd een belangrijke stap naar een efficiëntere administratie. Ook de roep om snellere procedures voor het intrekken van standplaatsen duidt op een professionalisering van het marktwezen in de hoofdstad. De spelling (met 'y' in plaats van 'ij' en verbuigingen als 'nieuwen vorm') is de standaardspelling-Marchant die destijds in officiële stukken gebruikelijk was.

Kooplieden in dit dossier 89

A. Cuypstraat Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 53
A. Bepaling 1.942
A J v Meukekers
A. Markt-, standplaats- en ventgelden (volgn. 87) ......... Waterlooplein $f$ 162.500.—
A v Rijswijk
Bokking kisten 2.127
A. Ontvangsten Waterlooplein „ 3.050.—
C. Blom 25-9-1939
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 104.242,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,-- ✓
C. Markt Uilenburg 380.300,-- ✓
C. Markt Uilenburg 104.242,-- ✓
C. Markt Uilenburg 6.490.000,—
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,—
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,--
Centrale Markt verlies Uilenburg 244.000,-- ✓
Alle 89 kooplieden →