Archief 745
Inventaris 745-332
Pagina 151
Dossier 3
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt rapport (pagina 3).

Verwijst naar een rapport van 9 maart 1937.

Origineel

Getypt rapport (pagina 3). Verwijst naar een rapport van 9 maart 1937. -3-

Als plaats van vestiging komt, in verband met de aansluiting op de koelhuis installatie, de reservestrook gronds aansluitende bij en ten Noorden van het koelhuis in aanmerking. Via den tot aan de Noord-wand van het koelhuis loopende tunnels kunnen dan pekelbuizen worden gelegd terwijl van het eindpunt der buizen de pekel, via aan te leggen buizen kan worden gedistribueerd naar de bereidplaatsen enz. Het heeft namelijk geen zin om eerst staafijs te maken en dit bij de bereiding van consumptieijs voor koudevoorziening te gebruiken. Wel is er staafijs noodig voor de karren der venters om het consumptieijs tijdens het verkoopen koud te houden.

Het is niet gewenscht om voor dit laatste doel de ijsfabriek in werking te stellen. Hiervoor zou weer nachtbedrijf moeten worden ingesteld. Dit brengt mee de aanstelling van personeel, dat slechts in enkele zomermaanden emplooi heeft. Buitendien wordt bij het in bedrijf-stellen der ijsfabriek de assurantiepremie met f 1000,- verhoogd. Cijfers omtrent de in bedrijfstelling der ijsfabriek koelhuis zijn opgenomen in ons rapport no.48/10/2 M. d.d. 9 Maart 1937.

Ook al zou men zich zonder meer buiten den seizoentijd van het voor de ijsfabricage aangestelde personeel kunnen ontdoen, dan zouden de "productiekosten", aangezien de staafijsfabriek wel het grootste deel van den tijd lang niet op volle capaciteit zal behoeven te werken (cijfers van wat er noodig is kunnen bij gebrek aan gegevens niet worden bepaald) zeker boven de f 8,- per ton (zie bovenaangehaald schrijven) komen te liggen. Het abattoir levert het ijs thans aan den ijshandel af tegen f 6,- per ton, welke ze tegen f 0,35 per staaf van 25 kg. detailleert. Het is zonder twijfel voordeeliger het staafijs van de bestaande ijsfabrieken, bijv. die van het abattoir, te betrekken en dit aan de consumptieijsbereiders te leveren, waarvoor, gezien de verhoudingen in het staafijsfabricage- en handelsbedrijf, eventueel een modus zou moeten worden gevonden.

Het is in geen geval aan te raden de ijsfabriek van het koelhuis Centrale Markt in bedrijf te stellen speciaal en uitsluitend ten behoeve van een zoo riskant "seizoen" bedrijf als den straatverkoop van consumptieijs.

Van een eventueele vestiging van een bedrijf als bedoeld zou het koelhuis der Centrale Markt inkomsten kunnen trekken uit de levering van koude in den vorm van pekel en eventueel van den verkoop van het, van elders te betrekken staafijs, gesteld dat er een modus zou zijn te vinden waarbij het bedrijf der Centrale Markt op den voet van ijshandelaar zou kunnen optreden. (Dit laatste is niet zeker. De handelaren in staafijs zullen bezwaar maken tegen verdere inkrimping, door toedoen der Gemeente, van hun toch reeds zoo sterk verminderd debiet, vooral omdat reeds thans het voor de bereiding noodige staafijs aan hun debiet zou ontvallen. Dit laatste beteekent ook voor de * Kern van het betoog: De auteur adviseert negatief over het zelf in gebruik nemen van de ijsfabriek van het koelhuis. De kosten (personeel, verzekering, lage bezettingsgraad) wegen niet op tegen de baten.
* Financiële vergelijking: De eigen productiekosten worden geschat op meer dan f 8,- per ton, terwijl het abattoir ijs levert voor f 6,- per ton. Inkoop is dus aanzienlijk goedkoper.
* Technische oplossing: Er wordt voorgesteld om voor de koeling van de bereidingsplaatsen gebruik te maken van een pekelbuizensysteem (directe koude-distributie) in plaats van de omweg via staafijs.
* Politiek-economisch aspect: Er is vrees voor weerstand van private ijshandelaren als de gemeente (via de Centrale Markt) zich actiever op de markt voor staafijs begeeft. Dit document stamt uit 1937 en biedt een inkijkje in de logistiek van de stedelijke voedselvoorziening in Nederland (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de referentie naar de "Centrale Markt" en het "Abattoir"). In deze periode was de overgang van natuurijs naar industrieel geproduceerd ijs voltooid, maar was "staafijs" nog essentieel voor de koeling bij transport en straatverkoop. Het document illustreert de spanning tussen gemeentelijke diensten en de private handel, evenals de seizoensgebonden complexiteit van de consumptieijs-sector (schepijs) in de jaren '30.

Samenvatting

  • Kern van het betoog: De auteur adviseert negatief over het zelf in gebruik nemen van de ijsfabriek van het koelhuis. De kosten (personeel, verzekering, lage bezettingsgraad) wegen niet op tegen de baten.
  • Financiële vergelijking: De eigen productiekosten worden geschat op meer dan f 8,- per ton, terwijl het abattoir ijs levert voor f 6,- per ton. Inkoop is dus aanzienlijk goedkoper.
  • Technische oplossing: Er wordt voorgesteld om voor de koeling van de bereidingsplaatsen gebruik te maken van een pekelbuizensysteem (directe koude-distributie) in plaats van de omweg via staafijs.
  • Politiek-economisch aspect: Er is vrees voor weerstand van private ijshandelaren als de gemeente (via de Centrale Markt) zich actiever op de markt voor staafijs begeeft.

Historische Context

Dit document stamt uit 1937 en biedt een inkijkje in de logistiek van de stedelijke voedselvoorziening in Nederland (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de referentie naar de "Centrale Markt" en het "Abattoir"). In deze periode was de overgang van natuurijs naar industrieel geproduceerd ijs voltooid, maar was "staafijs" nog essentieel voor de koeling bij transport en straatverkoop. Het document illustreert de spanning tussen gemeentelijke diensten en de private handel, evenals de seizoensgebonden complexiteit van de consumptieijs-sector (schepijs) in de jaren '30.

Kooplieden in dit dossier 100