Ambtelijk schrijven/advies (pagina 5 van een groter dossier).
Origineel
Ambtelijk schrijven/advies (pagina 5 van een groter dossier). 25 april (jaar onvermeld, vermoedelijk jaren '30 gezien de referentie naar de Centrale Markt). De Directeur (gemeentelijke dienst Amsterdam). 5 25 April 9
10/26/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
te maken, evenals van alle hare bevoegdheden. Niet-rechtmatig
lykt my: het gebruiken dier bevoegdheid tot het afdwingen van
een door de Wet niet afdwingbaar gestelde verbintenis.
Ik merk in dit verband nog op, dat, wanneer het bo-
venstaande niet wordt aanvaard, er myns inziens principiëel
geen aanleiding bestaat om by het afgeven van ventvergunnin-
gen byvoorbeeld ook niet betaling te eischen van eventueele
vorderingen "uit anderen hoofde", die de Gemeente nog op den
debiteur zou kunnen doen gelden. Hiervoor zouden myns inziens
dan in de eerste plaats in aanmerking komen nog-niet-ver-
jaarde schulden aan marktgeld. Ook zou er dan principiëel
geen aanleiding bestaan om byvoorbeeld ten aanzien van ver-
jaarde huurschulden der Centrale Markt een andere gedragslyn
te volgen. Deze schulden verjaren na 30 jaren; doch men zou,
na dien tyd, den toegang tot de markt kunnen weigeren aan wie
niet alsnog "vrywillig" betaalde. Zegt men, dat dit te lang
geleden is, omdat hier een verjaring eerst na 30 jaren op-
treedt, dan zou men moeten bepalen, gedurende hoeveel jaren
men nog wel tot betaling van verjaarde belastinggelden (vent-
geld en dergelyke) wil dwingen en na verloop van hoeveel ja-
ren niet meer. Men zy er zich dan van bewust, dat de Gemeen-
te dan als het ware een correctief op de Gemeentewet gaat ge-
ven, die uitdrukkelyk een termyn van drie jaren aangeeft.
Met het oog op de beteekenis van de hierboven be-
handelde materie, adviseer ik U omtrent een en ander het ad-
vies in te winnen van Uw ambtgenoot voor de Financiën.
De Directeur, In dit document adviseert een gemeentelijk directeur de Wethouder voor de Levensmiddelen over een juridisch heikel punt: mag de gemeente het verlenen van een vergunning (zoals een ventvergunning) afhankelijk maken van het betalen van oude schulden?
De kernpunten van het betoog zijn:
1. Rechtmatigheid: De schrijver stelt dat het onrechtmatig is om een ambtelijke bevoegdheid te gebruiken om een schuld af te dwingen die juridisch niet meer afdwingbaar is (bijv. door verjaring).
2. Consistentie: Als men besluit om oude schulden wél te innen bij vergunningsaanvragen, moet dit consequent gebeuren voor alle soorten schulden, zoals marktgeld of huurschulden van de Centrale Markt.
3. Verjaringstermijnen: Er wordt gewezen op een conflict tussen de algemene verjaringstermijn van 30 jaar (voor civiele schulden) en de termijn van 3 jaar die de Gemeentewet stelt voor belastinggelden. De auteur waarschuwt dat de gemeente niet op eigen houtje de Gemeentewet kan "corrigeren".
4. Advies: Gezien de financiële en juridische implicaties wordt geadviseerd de Wethouder van Financiën te raadplegen. Het document dateert uit de periode waarin Amsterdam zijn marktsysteem professionaliseerde. De vernoeming van de "Centrale Markt" (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) suggereert dat het document uit de jaren '30 stamt. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een belangrijke post in een tijd waarin de voedselvoorziening en marktregulering nauwlettend door de overheid werden gecontroleerd, zeker in de nasleep van de economische crisis. De discussie weerspiegelt de spanning tussen de behoefte van de gemeente om inkomsten te innen en de grenzen van de wetgeving (de Gemeentewet).