Archief 745
Inventaris 745-271
Pagina 300
Dossier 10
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag (concepttekst).

Omstreeks september 1936 (zoals vermeld in de tekst).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag (concepttekst). Omstreeks september 1936 (zoals vermeld in de tekst). schuld werden ontvangen. Een dergelijk alphabetisch
ingericht boek, waarin ~~verschillende~~ allerlei afbetalings-
regelingen in een kolom „Opmerkingen” werden genoteerd,
~~voldoet~~ ~~was~~ op den duur ~~onoverzichtelijk en onpractisch~~ niet meer aan redelijke administratieve
eischen. Omstreeks September 1936 werd besloten ~~een~~ een betere administratie
hiervan in te stellen, waarbij voor iederen schuldenaar een
aparte strook (slip) werd ingevoerd. Daarbij rees
de ~~practische~~ vraag welke schulden nu nog als invorderbaar
moesten worden beschouwd: alle of uitsluitend die van
enkele (de laatste) jaren. Op zich zelf waren al deze
vorderingen uiteraard zeer dubieus. Bij dubieuze
vorderingen „in het algemeen” is het aan het beleid van
den betreffenden dienst of het betreffende bedrijf
der Gemeente overgelaten om op bepaalde momenten
„af te schrijven” of „af te boeken”, of de vorderingen
voor een onbeperkt aantal jaren in de administratie
te blijven opnemen, hetgeen bij de „bedrijven” dan geschiedt
door in de Balans tegenover de Post „Dubieuze debiteuren”
een Post: „Afschrijving dubieuze debiteuren” te stellen.
Bij mijn beslissing terzake werd ik geleid door de
volgende overwegingen:

1e. Er werd slechts zeer weinig ontvangen aan „oude schuld”;
2e. Het ~~gedurende~~ ettelijke jaren blijven ~~vorderen van een~~ [Marginaal: T blijven]
~~groot aantal kleine dubieuze~~ vorderingen leidde tot administratieve rompslomp,
~~die~~ die geen zin heeft.
3e. Kwam er werkelijk eens een gelegenheid om een oude
schuld te kunnen innen, dan betrof het voor den
betreffenden koopman toch veelal een te groot bedrag
om ineens te betalen; een afbetalingsregeling moest
dan worden aangegeven, waarvan in de practijk ook weer
weinig terecht kwam.
4e. Principieel. Het stond vast, dat vrijwel alle
schuldbedragen in werkelijkheid meer
„administratieve” dan „reële” schuld betroffen, [Marginaal: / wegens „het bezetten” van een plaats!]
immers de schuld van dergelijke kooplieden
begon in de practijk eerst goed op te loopen, zoodra
zij hun markt- of standplaats, ~~met~~ [Ingevoegd: al of niet] slechts enkele
weken schuld, hadden verlaten en dan aan oproepen en
waarschuwingen onzerzijds geen gehoor meer gaven. Ten
slotte werd dan na vele weken eerst overgegaan tot
definitieve intrekking van de plaats, waarmede
[Marginaal: Timmeldels(?) opgeloopen] de schuld dan gefixeerd werd. De tekst beschrijft een overgangsfase in de gemeentelijke boekhouding in 1936. De oude methode (een alfabetisch boek met opmerkingen) werd vervangen door een moderner systeem met losse "slips" of stroken per schuldenaar. De kern van het document is de rechtvaardiging voor het afschrijven van oude, oninbare schulden.

De schrijver voert vier argumenten aan voor deze sanering:
1. Lage opbrengst: Oude schulden werden in de praktijk nauwelijks meer betaald.
2. Efficiency: Het jarenlang bijhouden van duizenden kleine posten veroorzaakte nodeloze administratieve werklast ("rompslomp").
3. Onuitvoerbaarheid: Als er al contact was, was de schuld vaak te hoog voor de koopman om in één keer te voldoen, wat weer leidde tot nieuwe, moeizame afbetalingsregelingen.
4. Aard van de schuld: Veel schulden waren "administratief" van aard. Dit duidt op marktkooplieden die hun plek hadden verlaten zonder op te zeggen. De schuld liep dan door zolang de gemeente de plek officieel bezet hield, terwijl de koopman er feitelijk niet meer stond. Dit document past in de bredere trend van de jaren '30 waarbij overheidsinstellingen hun administratie probeerden te rationaliseren en te professionaliseren (vaak onder invloed van principes uit het bedrijfsleven). Het geeft specifiek inzicht in de inning van marktgelden en standplaatsgelden. De economische crisis van de jaren '30 zorgde er waarschijnlijk voor dat veel marktkooplieden hun nering staakten, wat leidde tot een stoot aan oninbare vorderingen waar de gemeente in 1936 een praktische oplossing voor zocht. De opmerking over "bedrijven" duidt erop dat de gemeente onderscheid maakte tussen de algemene dienst en de gemeentebedrijven (die een commerciële balans moesten voeren).

Samenvatting

De tekst beschrijft een overgangsfase in de gemeentelijke boekhouding in 1936. De oude methode (een alfabetisch boek met opmerkingen) werd vervangen door een moderner systeem met losse "slips" of stroken per schuldenaar. De kern van het document is de rechtvaardiging voor het afschrijven van oude, oninbare schulden.

De schrijver voert vier argumenten aan voor deze sanering:
1. Lage opbrengst: Oude schulden werden in de praktijk nauwelijks meer betaald.
2. Efficiency: Het jarenlang bijhouden van duizenden kleine posten veroorzaakte nodeloze administratieve werklast ("rompslomp").
3. Onuitvoerbaarheid: Als er al contact was, was de schuld vaak te hoog voor de koopman om in één keer te voldoen, wat weer leidde tot nieuwe, moeizame afbetalingsregelingen.
4. Aard van de schuld: Veel schulden waren "administratief" van aard. Dit duidt op marktkooplieden die hun plek hadden verlaten zonder op te zeggen. De schuld liep dan door zolang de gemeente de plek officieel bezet hield, terwijl de koopman er feitelijk niet meer stond.

Historische Context

Dit document past in de bredere trend van de jaren '30 waarbij overheidsinstellingen hun administratie probeerden te rationaliseren en te professionaliseren (vaak onder invloed van principes uit het bedrijfsleven). Het geeft specifiek inzicht in de inning van marktgelden en standplaatsgelden. De economische crisis van de jaren '30 zorgde er waarschijnlijk voor dat veel marktkooplieden hun nering staakten, wat leidde tot een stoot aan oninbare vorderingen waar de gemeente in 1936 een praktische oplossing voor zocht. De opmerking over "bedrijven" duidt erop dat de gemeente onderscheid maakte tussen de algemene dienst en de gemeentebedrijven (die een commerciële balans moesten voeren).

Kooplieden in dit dossier 89

A. Cuypstraat Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 53
A. Bepaling 1.942
A J v Meukekers
A. Markt-, standplaats- en ventgelden (volgn. 87) ......... Waterlooplein $f$ 162.500.—
A v Rijswijk
Bokking kisten 2.127
A. Ontvangsten Waterlooplein „ 3.050.—
C. Blom 25-9-1939
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 104.242,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,-- ✓
C. Markt Uilenburg 380.300,-- ✓
C. Markt Uilenburg 104.242,-- ✓
C. Markt Uilenburg 6.490.000,—
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,—
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,--
Centrale Markt verlies Uilenburg 244.000,-- ✓
Alle 89 kooplieden →