Archief 745
Inventaris 745-271
Pagina 303
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

In de transcriptie worden doorgehaalde teksten weergegeven met een ~~doorhaallijn~~. Invoegingen boven de regel zijn tussen ^ geplaatst.


(bovenaan pagina) 5

~~(van mij wel stelt) wat omgaf aan de~~
~~fiscale debiteuren is medegedeeld dat zij~~
kan volstaan met betaling van het niet-verjaarde deel.
~~En dat zou ook de bedoeling van de Gemeentewet als ik het goed zie.~~

~~Nadat dit is geschied, meende ik de~~
~~verplichting in "alle" gevallen mededeeling van~~
~~verjaring te doen. Dit is niet anders dan~~
~~Juridisch kan zulks niet anders dan~~ juist worden genoemd. Immers, het ~~juist worden genoemd~~, ~~dat~~ de Overheid tot betaling ener ~~verjaarde~~ schuld zou dwingen, terwijl geen rechtsmaatregelen, om een dergelijke schuld te innen, meer mogelijk zijn. Een dergelijke dwang lijkt mij juridisch zelfs onrechtmatig.

[Marge links:] Immers het weigeren of ~~terugtrekken~~ ^afgeven^ van een vergunning bij het bestaan van een reeds geheel of gedeeltelijke verjaarde schuld, ~~krijgt~~ ^draagt^ altijd het karakter van détournement de pouvoir.

Wel kan men formeel redeneeren: de Overheid behoeft geen (vent- of standplaats-) vergunning te verleenen; welnu, zij weigert die, als niet „vrijwillig” vooraf een verjaarde schuld wordt voldaan. Doch, zooals gezegd, mij lijkt dit onjuist: van de bevoegdheid om een vergunning te weigeren, dient de Overheid m.i. een rechtmatig gebruik te maken, evenals van alle hare bevoegdheden. Niet-rechtmatig lijkt mij: het gebruiken der bevoegdheid tot het afdwingen van een door de Wet niet afdwingbaar gestelde verbintenis.

Ik merk in dit verband nog op, dat, wanneer het bovenstaande niet wordt aanvaard, er m.i. principieel geen ~~beperking~~ aanbieding bestaat om bijv. / t.a.v. verjaarde huurschulden der Centrale Markt en andere soortgelijke te volgen. Deze schulden verjaren na 30 jaren; doch men zou, na dien tijd, den toegang tot de markt kunnen weigeren aan wie niet alsnog „vrijwillig” betaalde. Zegt men, dat dit te lang geleden is, omdat hier een verjaring na 30 jaren optreedt, dan zou men ~~eerst~~ ^zou^ men moeten bepalen, gedurende hoeveel jaren men nog wel tot betaling van verjaarde belastinggelden (ventgeld e.d.) wil dwingen en na verloop van hoeveel jaren niet meer. Men zij er zich dan van bewust, dat de Gemeente dan als het ware een correctief op de Gemeentewet gaat geven, die uitdrukkelijk een termijn van drie jaren aangeeft.

[Marge links onder:] + ook niet betaling te eischen van eventueele voorgangers ^uit anderen hoofde^, die de Gemeente nog op den blinden zou kunnen doen gelden. # Ook zou er dan principieel geen aanleiding bestaan om bijvoorbeeld marktgeld bij andere Gemeentediensten af te schrijven, ...

~~Het lijkt mij niet van belang dat wij juist hier~~
Met het oog op de betekenis van de hiervoor behandelde materie, adviseer ik U ^het^ advies van Financiën te winnen. S. Dit document betreft een intern juridisch debat binnen een gemeentelijke organisatie (vermoedelijk Amsterdam, gezien de verwijzing naar de "Centrale Markt"). De kern van de discussie is of de gemeente een vergunning (zoals een ventvergunning) mag weigeren totdat een oude, reeds verjaarde schuld is betaald.

De schrijver neemt een sterk standpunt in tegen deze praktijk. Hij noemt het "juridisch onrechtmatig" en spreekt van détournement de pouvoir (machtsmisbruik): het gebruiken van een bevoegdheid (het verlenen van vergunningen) voor een ander doel dan waarvoor die bedoeld is (het innen van oninbare schulden).

De auteur wijst erop dat als men dit principe loslaat, de gemeente willekeurig eigen verjaringstermijnen gaat creëren die indruisen tegen de wettelijke termijnen in de Gemeentewet (destijds 3 jaar voor belastingen). Hij waarschuwt dat dit dan ook zou kunnen gelden voor huurschulden die pas na 30 jaar verjaren, wat tot onredelijke situaties zou leiden. * Rechtsbeginsel: Het document illustreert de spanning tussen de privaatrechtelijke bevoegdheden van de overheid en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
* Verjaring: De wet stelt dat na een bepaalde tijd (verjaring) een schuld niet meer via de rechter afdwingbaar is. De schrijver betoogt dat de overheid niet via een "omweg" (vergunningsweigering) alsnog die dwang mag uitoefenen.
* Historisch Perspectief: De spelling ("redeneeren", "eischen", "zooals") en de genoemde verjaringstermijnen duiden op een document van vóór de grote herzieningen van het Burgerlijk Wetboek en de Algemene Wet Bestuursrecht. Het document geeft een inkijkje in de ambtelijke worsteling met de grenzen van de macht van de overheid tegenover de burger.

Samenvatting

Dit document betreft een intern juridisch debat binnen een gemeentelijke organisatie (vermoedelijk Amsterdam, gezien de verwijzing naar de "Centrale Markt"). De kern van de discussie is of de gemeente een vergunning (zoals een ventvergunning) mag weigeren totdat een oude, reeds verjaarde schuld is betaald.

De schrijver neemt een sterk standpunt in tegen deze praktijk. Hij noemt het "juridisch onrechtmatig" en spreekt van détournement de pouvoir (machtsmisbruik): het gebruiken van een bevoegdheid (het verlenen van vergunningen) voor een ander doel dan waarvoor die bedoeld is (het innen van oninbare schulden).

De auteur wijst erop dat als men dit principe loslaat, de gemeente willekeurig eigen verjaringstermijnen gaat creëren die indruisen tegen de wettelijke termijnen in de Gemeentewet (destijds 3 jaar voor belastingen). Hij waarschuwt dat dit dan ook zou kunnen gelden voor huurschulden die pas na 30 jaar verjaren, wat tot onredelijke situaties zou leiden.

Historische Context

  • Rechtsbeginsel: Het document illustreert de spanning tussen de privaatrechtelijke bevoegdheden van de overheid en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
  • Verjaring: De wet stelt dat na een bepaalde tijd (verjaring) een schuld niet meer via de rechter afdwingbaar is. De schrijver betoogt dat de overheid niet via een "omweg" (vergunningsweigering) alsnog die dwang mag uitoefenen.
  • Historisch Perspectief: De spelling ("redeneeren", "eischen", "zooals") en de genoemde verjaringstermijnen duiden op een document van vóór de grote herzieningen van het Burgerlijk Wetboek en de Algemene Wet Bestuursrecht. Het document geeft een inkijkje in de ambtelijke worsteling met de grenzen van de macht van de overheid tegenover de burger.

Kooplieden in dit dossier 89

A. Cuypstraat Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 53
A. Bepaling 1.942
A J v Meukekers
A. Markt-, standplaats- en ventgelden (volgn. 87) ......... Waterlooplein $f$ 162.500.—
A v Rijswijk
Bokking kisten 2.127
A. Ontvangsten Waterlooplein „ 3.050.—
C. Blom 25-9-1939
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 104.242,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,-- ✓
C. Markt Uilenburg 380.300,-- ✓
C. Markt Uilenburg 104.242,-- ✓
C. Markt Uilenburg 6.490.000,—
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,—
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,--
Centrale Markt verlies Uilenburg 244.000,-- ✓
Alle 89 kooplieden →