Archief 745
Inventaris 745-271
Pagina 302
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Conceptverslag of ambtelijke nota betreffende het invorderingsbeleid van markt-, standplaats- en ventgelden.

Omstreeks 1939 (er wordt verwezen naar een brief van 16 januari 1939).

Origineel

Conceptverslag of ambtelijke nota betreffende het invorderingsbeleid van markt-, standplaats- en ventgelden. Omstreeks 1939 (er wordt verwezen naar een brief van 16 januari 1939). vaste standplaatsen was zulks noodig, ook in verband met het feit, dat deze bij "beschikking" van Burgemeester en Wethouders moeten worden ingetrokken, waarmede veelal een aantal weken gemoeid gaan.

Ik meen, dat met deze practisch een allezins redelijke methode wordt gevolgd. Dit leidt uiteraard tot dezelfde toepassing administratieven van vaste schuld aan markt- en standplaatsgeld.

Dit zelfde geldt voor oude schuld aan ventgeld: Ook hier moet dienovereenkomstig worden gehandeld: ook deze verjaart na 3 jaar. Bij het afgeven van nieuwe vergunningen aan personen, die nog vent- of standplaatsgeld verschuldigd zijn, moet ook eveneens met de verjaringsclausule rekening worden gehouden. Ditzelfde geldt voor het afgeven van standplaatsvergunningen aan personen, die nog vent- of standplaatsgeld verschuldigd zijn (vide, als voorbeeld, mijn brief d.d. 16 Jan. 1939, № 39/7/3 M, betr. een aanvraag voor een standplaatsvergunning, waarbij naast f 9.- achterstallig standplaatsgeld nog f 3.50 verschuldigd bestond, waarvan op dat oogenblik 3/5 deel was verjaard).

Ten aanzien van de principiële- en juridische zijde van deze quaestie kan nog het volgende worden opgemerkt. Men kan bij de bovenbeschreven methode wel betaling van verjaarde schuld accepteeren. Iemand, die een dergelijke schuld vrijwillig betaalt, voldoet daarmee aan een natuurlijke verbintenis en kan het betaalde niet terug vorderen (art. 1395 lid 2 BW). Bij mijn dienst zijn dan ook wel dergelijke betalingen aangenomen; [doorgehaald: Dit is op den duur niet vol te houden, omdat men de personeelsgevallen komt te staan, waarbij de] debiteur verklaart onmogelijk het achterstallige bedrag aan vent- en standplaatsgeld te ineens te kunnen betalen. Men moet wel mededeelen, dat hij [doorgehaald: vergunning weigeren. Het ligt] het ware vanzelf toe, dat ik in bepaalde gevallen

[Tekst in de linker marge:]
† Noot
afschrijving
v.d. hierboven
beschreven methode
toepassing van art. 295
- afschrijving
van oude schulden
aan markt-
en standplaatsgeld.

Men kan de
menschen er echter
niet toe "verplichten";
Dit geldt ook
met name niet in die
gevallen, waarbij de
[onleesbaar doorgehaald]

of hem betaling
in gedeelten toestaan,
om na afbetaling
van de gehele schuld
de vergunning
af te geven. De kern van dit document is een juridische en beleidsmatige uiteenzetting over de verjaring van gemeentelijke belastingen of retributies (markt- en ventgelden). De schrijver stelt vast dat deze schulden na drie jaar verjaren. Dit heeft directe gevolgen voor het verlenen van nieuwe vergunningen: men kan een nieuwe vergunning niet simpelweg weigeren op basis van een schuld die reeds verjaard is.

Interessant is de verwijzing naar artikel 1395 lid 2 van het (oude) Burgerlijk Wetboek. De auteur legt uit dat hoewel een schuld niet meer afdwingbaar is na verjaring, er nog wel sprake is van een 'natuurlijke verbintenis'. Als een burger de schuld uit eigen beweging betaalt (bijvoorbeeld om sneller een nieuwe vergunning te krijgen), is die betaling rechtsgeldig en kan de burger het geld niet later als 'onverschuldigd betaald' terugvorderen. De kanttekeningen tonen aan dat de ambtenaar zocht naar een evenwicht tussen strikte juridische regels en een werkbare praktijk, zoals het aanbieden van betalingsregelingen voor niet-verjaarde delen van de schuld. Dit document biedt een blik in de keuken van de gemeentelijke administratie aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de inning van lokale gelden cruciaal voor de gemeentebegroting. De genoemde termijn van drie jaar voor verjaring en de koppeling aan het Burgerlijk Wetboek was destijds de standaard. De verwijzing naar "Burgemeester en Wethouders" en de specifieke bedragen in guldens (f 9.- en f 3.50) illustreren het tijdsbeeld waarin kleine bedragen nog voor aanzienlijke ambtelijke correspondentie zorgden. Marktwezen

Samenvatting

De kern van dit document is een juridische en beleidsmatige uiteenzetting over de verjaring van gemeentelijke belastingen of retributies (markt- en ventgelden). De schrijver stelt vast dat deze schulden na drie jaar verjaren. Dit heeft directe gevolgen voor het verlenen van nieuwe vergunningen: men kan een nieuwe vergunning niet simpelweg weigeren op basis van een schuld die reeds verjaard is.

Interessant is de verwijzing naar artikel 1395 lid 2 van het (oude) Burgerlijk Wetboek. De auteur legt uit dat hoewel een schuld niet meer afdwingbaar is na verjaring, er nog wel sprake is van een 'natuurlijke verbintenis'. Als een burger de schuld uit eigen beweging betaalt (bijvoorbeeld om sneller een nieuwe vergunning te krijgen), is die betaling rechtsgeldig en kan de burger het geld niet later als 'onverschuldigd betaald' terugvorderen. De kanttekeningen tonen aan dat de ambtenaar zocht naar een evenwicht tussen strikte juridische regels en een werkbare praktijk, zoals het aanbieden van betalingsregelingen voor niet-verjaarde delen van de schuld.

Historische Context

Dit document biedt een blik in de keuken van de gemeentelijke administratie aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de inning van lokale gelden cruciaal voor de gemeentebegroting. De genoemde termijn van drie jaar voor verjaring en de koppeling aan het Burgerlijk Wetboek was destijds de standaard. De verwijzing naar "Burgemeester en Wethouders" en de specifieke bedragen in guldens (f 9.- en f 3.50) illustreren het tijdsbeeld waarin kleine bedragen nog voor aanzienlijke ambtelijke correspondentie zorgden.

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 89

A. Cuypstraat Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 53
A. Bepaling 1.942
A J v Meukekers
A. Markt-, standplaats- en ventgelden (volgn. 87) ......... Waterlooplein $f$ 162.500.—
A v Rijswijk
Bokking kisten 2.127
A. Ontvangsten Waterlooplein „ 3.050.—
C. Blom 25-9-1939
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 104.242,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,-- ✓
C. Markt Uilenburg 380.300,-- ✓
C. Markt Uilenburg 104.242,-- ✓
C. Markt Uilenburg 6.490.000,—
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,—
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,--
Centrale Markt verlies Uilenburg 244.000,-- ✓
Alle 89 kooplieden →