Getypte ambtelijke brief/rapport (waarschijnlijk een doorslag of kopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/rapport (waarschijnlijk een doorslag of kopie). 25 april 1939. Onbekend (waarschijnlijk een hoofdonderdeel van een gemeentelijke dienst, mogelijk de Marktwezen). 1 25 April 9
10/26/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
tingen. Ik deed zulks, omdat het, theoretisch gesproken, na-
tuurlyk mogelyk is, om middels "vervolging" den verjarings-
termyn te "stuiten" en daardoor de wettelyke invorderbaarheid
der schulden te verlengen. Uiteraard zou zulks voor derge-
lyke geringe en dubieuze vorderingen al heel weinig zin
hebben; de daaraan verbonden kosten zouden de moeite niet
loonen. Blykbaar deelde Uw ambtsvoorganger deze opvatting;
ik heb althans niet vernomen, dat myn zienswyze niet mocht
worden gevolgd (vergelyk in dit verband het Besluit van Bur-
gemeester en Wethouders d.d. 3 Mei 1935, No.522 L.M.1935,
waarbij op myn voorstel om tegen een nalatigen "huurder" van
de Centrale Markt, wegens een schuld van f 33,34, gerechte-
lyk op te treden, niet werd ingegaan).
Het toepassen der wettelyke verjaringsclausule
voor belastingschulden heeft by myn dienst practische be-
teekenis, met het oog op de noodzakelykheid van het "af-
schryven" van dubieuze vorderingen. Deze noodzakelykheid
blykt duidelyk uit het navolgende voorbeeld, waarbij op groo-
ten schaal verjaard markt- en standplaatsgeld is afgeschre-
ven.
In het zoogenaamde "oude-schulden-boek" was door
myn ambtsvoorganger een alphabetische lyst van wanbetalers
(marktkooplieden en standplaatshouders) aangelegd, waarin
hunne schulden aan marktgeld en standplaatsgeld werden ge-
noteerd. Dit boek bevatte een paar duizend namen van perso-
nen, wier marktplaats of standplaats wegens schuld was inge-
trokken. De schuldbedragen varieerden van circa f 1,- tot
circa f 10,- per persoon (gemiddeld enkele guldens), afhan-
kelyk van de grootte van het verschuldigde marktgeld of
standplaatsgeld en van het aantal weken, dat schuld was ge-
weken varieerde
maakt. Dit aantal ~~varieerde~~ van 1 tot 20 (gemiddeld
5 à 10). De schulden dateerden van het jaar 1926 af, zy wa-
ren dus in 1936 1 à 10 jaar oud (hoe gehandeld is met schul-
den van vóór 1926 is my niet bekend). Kwam een dergelyke
marktkoopman of standplaatshouder zich weer aanmelden voor
een plaats, dan werd deze niet verstrekt alvorens de oude * Kernboodschap: De auteur rechtvaardigt het afschrijven van kleine, oude schulden van marktkooplieden. Het juridisch vervolgen van deze schulden om verjaring te voorkomen ("stuiten") wordt als niet-rendabel beschouwd, aangezien de administratieve en juridische kosten hoger zijn dan de vorderingen zelf.
* Financiële details: Het gaat om zeer kleine bedragen (f 1,- tot f 10,-) die desondanks door de grote hoeveelheid schuldenaren (duizenden namen in het "oude-schulden-boek") een aanzienlijk administratief probleem vormden.
* Beleid: Het document illustreert een pragmatische overgang in het gemeentelijk beleid: van het strikt aanhouden van vorderingen (waarbij een nieuwe standplaats werd geweigerd bij openstaande schuld) naar het opschonen van de boekhouding door verjaring toe te passen.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode. Opvallend is de handgeschreven correctie "weken varieerde" om een grammaticale onjuistheid in de getypte zin te herstellen. Dit document stamt uit april 1939, de late crisisjaren in Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in Amsterdam verantwoordelijk voor zaken als de Centrale Markthallen en de distributie van voedsel. Het grote aantal wanbetalers onder marktkooplieden weerspiegelt de economische malaise van die tijd. De referentie naar een besluit uit 1935 en een terugblik op schulden vanaf 1926 toont aan dat dit een langlopend dossier was waarbij de gemeente Amsterdam zocht naar een efficiënte wijze om de administratieve last van oninbare schulden te verlichten. Gemeente Amsterdam Marktwezen WA