Archief 745
Inventaris 745-271
Pagina 306
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt verslag/brief (kopie of doorslag).

25 april (jaar onbekend, referentie naar 1936 suggereert eind jaren '30). Van: Waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd binnen de gemeente Amsterdam.

Origineel

Getypt verslag/brief (kopie of doorslag). 25 april (jaar onbekend, referentie naar 1936 suggereert eind jaren '30). Waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd binnen de gemeente Amsterdam. 2 25 April 9
10/26/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen

schuld werd betaald, waartoe niet zelden een afbetalingsre-
geling werd getroffen. Uit het boek blykt, dat in den loop
der jaren slechts zeer geringe bedragen aan oude schuld wer-
den ontvangen. Een dergelyk alphabetisch ingericht boek,
waarin verschillende afbetalingsregelingen in een kolom "Op-
merkingen" werden genoteerd, werd op den duur onoverzichte-
lyk en voldeed niet meer aan redelyke administratieve-eischen.
Omstreeks September 1936 werd besloten een betere administra-
tie hiervoor in te stellen, waarby voor iederen schuldenaar
een aparte strook (slip) werd ingevoerd. Daarby rees, de
practische vraag, welke schulden nu nog als invorderbaar
moesten worden beschouwd: alle of uitsluitend die van enkele
(de laatste) jaren. Op zich zelf waren al deze vorderingen
uiteraard zeer dubieus. By dubieuze vorderingen "in het al-
gemeen" is het aan het beleid van den betreffenden dienst of
het betreffende bedryf der Gemeente overgelaten om op bepaal-
de momenten "af te schryven" of "af te boeken", of de vorde-
ringen voor een onbeperkt aantal jaren in de administratie
te blyven opnemen, hetgeen by de "bedryven" dan geschiedt
door in de Balans tegenover de Post "Dubieuze debiteuren"
een Post "Afschryving dubieuze debiteuren" te stellen. By
myn beslissing terzake werd ik geleid door de volgende over-
wegingen:
1e. Er werd slechts zeer weinig ontvangen aan "oude schuld".
2e. Het gedurende ettelyke jaren blyven administreeren van
een groot aantal kleine dubieuze vorderingen leidt tot
administratieve rompslomp, die geen zin heeft.
3e. Kwam er werkelyk eens een gelegenheid om een oude schuld
te kunnen innen, dan betrof het voor den betreffenden
koopman toch veelal een te groot bedrag om ineens te be-
talen; een afbetalingsregeling moest dan worden aange-
gaan, waarvan in de practyk ook weer weinig terecht
kwam.
4e. Het stond vast, dat vrywel alle schuldbedragen in werke-
lykheid meer "administratieve" dan "reële" schuld (we-
[handgeschreven: "reële"]
gens "het bezetten" van een plaats :) betroffen, ommers Dit document betreft een ambtelijke rechtvaardiging voor een verandering in de boekhoudkundige verwerking van openstaande schulden binnen de Gemeente Amsterdam. De kern van het betoog is dat de oude methode – een alfabetisch register – onoverzichtelijk was geworden en niet meer voldeed aan de administratieve eisen van die tijd.

In 1936 werd een moderner systeem met individuele stroken (slips) ingevoerd. De auteur voert vier pragmatische redenen aan om oude, "dubieuze" vorderingen (schulden waarvan het zeer onzeker is of ze ooit betaald worden) definitief af te schrijven:
1. De feitelijke inkomsten uit oude schulden waren verwaarloosbaar.
2. Het bijhouden ervan kostte onevenredig veel tijd en moeite ("administratieve rompslomp").
3. Kooplieden waren vaak niet in staat grote achterstanden in één keer te voldoen, en afbetalingsregelingen mislukten vaak.
4. De schulden hadden een "administratief" karakter, voortvloeiend uit het bezetten van plaatsen (waarschijnlijk marktkramen of standplaatsen).

De spelling is kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (gebruik van 'y', 'den', 'bedryf', 'practyk'). Onderaan is een handgeschreven correctie aangebracht boven het woord "reële". De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. Deze wethouder was in Amsterdam verantwoordelijk voor zaken als de marktwezen, distributie en voedselvoorziening. Gezien de referentie naar "het bezetten van een plaats" en de vermelding van "koopman", heeft dit document hoogstwaarschijnlijk betrekking op achterstallige staangelden van marktkooplieden.

De periode (eind jaren '30) was economisch gezien nog steeds uitdagend na de Grote Depressie. De overgang naar een efficiëntere administratie past in de bredere trend van professionalisering van het gemeentelijk apparaat in die tijd. Het afschrijven van schulden was een pragmatische oplossing om de balans van de gemeentelijke bedrijven op te schonen. De term "ommers" aan het einde van de pagina is een verouderde vorm van "immers".

Samenvatting

Dit document betreft een ambtelijke rechtvaardiging voor een verandering in de boekhoudkundige verwerking van openstaande schulden binnen de Gemeente Amsterdam. De kern van het betoog is dat de oude methode – een alfabetisch register – onoverzichtelijk was geworden en niet meer voldeed aan de administratieve eisen van die tijd.

In 1936 werd een moderner systeem met individuele stroken (slips) ingevoerd. De auteur voert vier pragmatische redenen aan om oude, "dubieuze" vorderingen (schulden waarvan het zeer onzeker is of ze ooit betaald worden) definitief af te schrijven:
1. De feitelijke inkomsten uit oude schulden waren verwaarloosbaar.
2. Het bijhouden ervan kostte onevenredig veel tijd en moeite ("administratieve rompslomp").
3. Kooplieden waren vaak niet in staat grote achterstanden in één keer te voldoen, en afbetalingsregelingen mislukten vaak.
4. De schulden hadden een "administratief" karakter, voortvloeiend uit het bezetten van plaatsen (waarschijnlijk marktkramen of standplaatsen).

De spelling is kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (gebruik van 'y', 'den', 'bedryf', 'practyk'). Onderaan is een handgeschreven correctie aangebracht boven het woord "reële".

Historische Context

De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. Deze wethouder was in Amsterdam verantwoordelijk voor zaken als de marktwezen, distributie en voedselvoorziening. Gezien de referentie naar "het bezetten van een plaats" en de vermelding van "koopman", heeft dit document hoogstwaarschijnlijk betrekking op achterstallige staangelden van marktkooplieden.

De periode (eind jaren '30) was economisch gezien nog steeds uitdagend na de Grote Depressie. De overgang naar een efficiëntere administratie past in de bredere trend van professionalisering van het gemeentelijk apparaat in die tijd. Het afschrijven van schulden was een pragmatische oplossing om de balans van de gemeentelijke bedrijven op te schonen. De term "ommers" aan het einde van de pagina is een verouderde vorm van "immers".

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 89

A. Cuypstraat Waterlooplein
A. Cuypstraat Waterlooplein 53
A. Bepaling 1.942
A J v Meukekers
A. Markt-, standplaats- en ventgelden (volgn. 87) ......... Waterlooplein $f$ 162.500.—
A v Rijswijk
Bokking kisten 2.127
A. Ontvangsten Waterlooplein „ 3.050.—
C. Blom 25-9-1939
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 104.242,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,—
C. Markt Uilenburg 6.490.000,-- ✓
C. Markt Uilenburg 380.300,-- ✓
C. Markt Uilenburg 104.242,-- ✓
C. Markt Uilenburg 6.490.000,—
C. Markt Uilenburg 104.242,--
C. Markt Uilenburg 380.200,--
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,—
Centrale Markt **verlies** Uilenburg 244.000,--
Centrale Markt verlies Uilenburg 244.000,-- ✓
Alle 89 kooplieden →