Archief 745
Inventaris 745-332
Pagina 357
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Dienstbrief / intern memorandum.

13 april 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen te Amsterdam).

Origineel

Dienstbrief / intern memorandum. 13 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen te Amsterdam). (Handgeschreven aantekeningen rechtsboven:)
ter. Hr. Broese ~~leg.krt~~
ter. Hr. Müller
+ leg. kaarten
toegangskaart.

(Linksboven:)
VP/HG.

53/13/2 M.

(Midden boven, handgeschreven:)
Verzonden 13/4 - '40.

(Rechtsboven:)
13 April 1940.

Teruggave entréegeld Centrale
Markt aan Wed.V.d.Hoed.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.v.d.
Hoed, Leidschekruisstraat 21, wien als kooper toegang tot de
Centrale Markt was verleend op 4 Maart jl. is overleden. Zijn
weduwe, thans wonende Hoofddorpplein 27 III, heeft schrifte-
lijk verzocht haar een deel van het entréegeld voor de Cen-
trale Markt, dat wijlen haar echtgenoot voor het kalenderjaar
1940 tot een bedrag van f 10,- had betaald, terug te geven.
Inwilliging van dit verzoek lijkt mij billijk. Volgens het
tarief per kalendermaand en per kalenderweek zou wijlen Van
der Hoed tot 4 Maart jl: een bedrag van f 2,25 hebben moeten
betalen.

Ik stel U mitsdien voor, wel te willen bevorderen,
dat aan zijn weduwe, ingevolge artikel 36 van de Verordening
op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, door
Burgemeester en Wethouders op gronden van billijkheid terug-
gave van betaald entréegeld voor de Centrale Markt wordt ver-
leend, tot een bedrag van f 7,75.

De Directeur, Deze ambtelijke brief betreft een verzoek tot gedeeltelijke restitutie van een jaarabonnement voor de Centrale Markt in Amsterdam. De heer J. van der Hoed, een geregistreerd koper op de markt, is op 4 maart 1940 overleden, kort nadat hij zijn jaargeld van 10 gulden had voldaan.

De directeur van de markt adviseert de wethouder om de weduwe (wonende aan het Hoofddorpplein) een bedrag van 7,75 gulden terug te betalen. Dit bedrag is berekend door de kosten voor de periode dat de heer Van der Hoed nog in leven was (2,25 gulden) af te trekken van het totaalbedrag. De directeur beroept zich hierbij op "billijkheid" en de specifieke gemeentelijke verordening. De brief is formeel van toon ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien") en illustreert de nauwgezette administratieve afhandeling van marktgelden in die tijd. Het document dateert van april 1940, minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam vormden in deze periode het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. Om daar als handelaar of koper toegang te krijgen, diende men over een legitimatiebewijs en een toegangsbewijs te beschikken, waarvoor leges en entreegelden verschuldigd waren. De vermelding "Alhier" bij de geadresseerde duidt erop dat zowel de afzender als de ontvanger zich in hetzelfde stadhuis of dezelfde gemeente (Amsterdam) bevonden. De handgeschreven kanttekeningen bovenin wijzen op de interne circulatie van het document langs verschillende ambtenaren (Broese en Müller) voor verdere afhandeling van de bijbehorende kaarten.

Samenvatting

Deze ambtelijke brief betreft een verzoek tot gedeeltelijke restitutie van een jaarabonnement voor de Centrale Markt in Amsterdam. De heer J. van der Hoed, een geregistreerd koper op de markt, is op 4 maart 1940 overleden, kort nadat hij zijn jaargeld van 10 gulden had voldaan.

De directeur van de markt adviseert de wethouder om de weduwe (wonende aan het Hoofddorpplein) een bedrag van 7,75 gulden terug te betalen. Dit bedrag is berekend door de kosten voor de periode dat de heer Van der Hoed nog in leven was (2,25 gulden) af te trekken van het totaalbedrag. De directeur beroept zich hierbij op "billijkheid" en de specifieke gemeentelijke verordening. De brief is formeel van toon ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien") en illustreert de nauwgezette administratieve afhandeling van marktgelden in die tijd.

Historische Context

Het document dateert van april 1940, minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam vormden in deze periode het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. Om daar als handelaar of koper toegang te krijgen, diende men over een legitimatiebewijs en een toegangsbewijs te beschikken, waarvoor leges en entreegelden verschuldigd waren. De vermelding "Alhier" bij de geadresseerde duidt erop dat zowel de afzender als de ontvanger zich in hetzelfde stadhuis of dezelfde gemeente (Amsterdam) bevonden. De handgeschreven kanttekeningen bovenin wijzen op de interne circulatie van het document langs verschillende ambtenaren (Broese en Müller) voor verdere afhandeling van de bijbehorende kaarten.

Kooplieden in dit dossier 100