Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). Niet expliciet vermeld op dit blad, maar historisch te dateren in de vroege jaren van de Duitse bezetting (ca. 1940-1941). L. Groenteman, Jodenbreestraat 67 II, Amsterdam (C). Vermoedelijk de directie van de Centrale Markt of een relevante afdeling van de Gemeente Amsterdam. Daar door de omstandigheden de
buitenlandse films verboden zijn,
kon mijn tegenwoordige patroon
mij niet langer handhaven.
Ten einde toch in de
gelegenheid te zijn in mijn
onderhoud te voorzien verzoek
ik U, indien mogelijk, mij een
standplaats toe te wijzen op de
Centrale Markt in de papier-
handel.
Bij de behandeling van mijn
verzoek verzoek ik U beleefd
rekening te houden met voor-
noemde omstandigheden en een
gunstig antwoord tegemoetziende,
verblijf ik
Hoogachtend
L. Groenteman
Afzender:
L. Groenteman
Jodenbreestraat 67 II
Amsterdam (C) De brief is een formeel verzoek van de heer L. Groenteman om een standplaats op de Centrale Markt in Amsterdam, specifiek voor de handel in papier. De aanleiding voor het verzoek is werkloosheid: de schrijver is ontslagen omdat zijn werkgever ("patroon") hem niet meer kon betalen. De reden hiervoor is het verbod op buitenlandse films.
De tekst is geschreven in een net, zakelijk handschrift dat typerend is voor het midden van de 20e eeuw. De toon is uiterst beleefd en volgt de toen geldende conventies voor correspondentie met officiële instanties. De historische context van dit document is zeer specifiek. De verwijzing naar het verbod op buitenlandse films (met name Amerikaanse en Engelse producties) wijst direct op de vroege periode van de Duitse bezetting in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De nazi-bezetter legde al snel censuur op aan bioscopen en distributeurs.
Verder is het adres van de afzender van belang: Jodenbreestraat 67 II. De Jodenbreestraat was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Gezien de naam (Groenteman) en het adres is het zeer waarschijnlijk dat de afzender Joods was. Tijdens de bezetting werden Joden stelselmatig uit hun banen verdreven en uitgesloten van veel beroepen. Het aanvragen van een marktstandplaats was voor velen een wanhopige poging om na ontslag toch in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, voordat de grootschalige deportaties en de isolatie in de Joodse wijken volledig van kracht werden. De Centrale Markt was in die tijd een cruciaal economisch knooppunt voor de stad. L. Groenteman Gemeente Amsterdam