Administratief memorandum / Verslag van bevindingen betreffende marktgelden.
Origineel
Administratief memorandum / Verslag van bevindingen betreffende marktgelden. 13 juli 1939. (Pagina 1)
Bij bedoeling was plaats no 99 te reserveren
en het plaatsgeld en het entreegeld over
de maanden Juni en Juli te betalen
zoodra hij in Augustus weer op de markt
zou komen.
Voor plaats no 99 in de hal werd het
plaatsgeld over de maand Juni ten volle
en het plaatsgeld over de maand Juli
tot heden ten deele betaald door
Jac Smit, die de vereischte verklaringen
voor die maanden tekende.
Besloten werd:
1. voor de maand- en weekplaatsen
verklaringen in te voeren
2. de presentielijsten af te schaffen
3. dat ieder die een verklaring zou hebben
getekend het plaatsgeld zou moeten
betalen.
4. dat het plaatsgeld niet betaald zou
behoeven te worden indien de betrokkene
zelf zou kunnen aantoonen niet in de
mogelijkheid te hebben verkeerd de aange-
wezen plaats te bezetten.
Ten aanzien van de verklaringen werd het
Reglement op de Centrale markt per
1 Juli gewijzigd.
m.i. moet aan Hr Diggelen het plaats-
geld à f 20,- over Juni terugbetaald.
Hij tekende geen verklaring; in April
waren de verklaringen nog niet ingevoerd.
De vraag is echter: moet Hr Diggelen zelf
schriftelijk verzoeken?
(Pagina 2)
Hr. v. Dijk had krachtens de gemaakte afspraak
wel voor 2 plaatsen moeten betalen.
Hij tekende de verklaring voor 2 plaatsen
waarschijnlijk onbewust. In den vervolge
zal voor elke plaats een afzonderlijke
verklaring ter teekening worden voorgelegd.
De Directeur besliste dat v Dijk slechts één
maal f 20,- behoefde te betalen omdat
volgens de verklaring van de controleur
v Dijk slechts één plaats in de maand
April zou hebben bezet.
Het reserveren van plaatsen (geval Jac Smit)
levert mi. moeilijkheden op. Het bezetten
van een bepaalde plaats kan mi. niet
worden gegarandeerd. Van v. Dijk kan
mi. ook geen plaatsgeld worden geëischt.
Hij had bij het teekenen van de verklaring
zelfs niet de bedoeling de plaatsen te
bezetten. Bovendien staat het vast, dat
hij de plaatsen niet heeft kunnen bezetten
omdat deze plaats door Jac Smit
werd ingenomen en betaald.
moeten de verklaringen van v Dijk als
vervallen worden beschouwd?
Tenslotte merk ik op dat ten aanzien
van de bloemenplaatsen nog steeds de
presentie wordt aangeteekend. De vraag
is echter:
Worden de presentielijsten voor de
bloemenplaatsen nu ingevoerd?
en dienen zij voor de boekhouding
als administratief stuk of geschiedt
het aanteekenen van de presentie
pro forma?
A'dam, 13 Juli 1939.
[Handtekening onleesbaar] Dit document legt een belangrijke administratieve verschuiving vast op de Centrale Markt in Amsterdam in de zomer van 1939. Men stapt over van een systeem op basis van presentielijsten (fysieke aanwezigheid) naar een systeem van vooraf getekende "verklaringen" (contractuele betalingsplicht).
De kernpunten uit de analyse zijn:
1. Reglementswijziging: Per 1 juli 1939 is het marktreglement gewijzigd om dit nieuwe systeem van verklaringen te formaliseren.
2. Betalingsdisputen: Het document behandelt drie specifieke casussen waarbij de overgang voor verwarring zorgde:
* Jac Smit: Heeft een plaats gereserveerd en deels betaald, maar de schrijver zet vraagtekens bij de haalbaarheid van het garanderen van specifieke gereserveerde plekken.
* Hr. Diggelen: Er wordt geadviseerd hem 20 gulden terug te betalen omdat hij geen verklaring had getekend in een periode dat dit nog niet verplicht was.
* Hr. v. Dijk: Tekende per ongeluk voor twee plaatsen terwijl hij er maar één gebruikte. De directeur kiest hier voor een pragmatische oplossing op basis van het verslag van de marktcontroleur.
3. Uitzonderingsposities: De sector "bloemenplaatsen" lijkt nog volgens het oude systeem te werken, wat voor onduidelijkheid zorgt bij de administratie. Het document is geschreven op 13 juli 1939, minder dan twee maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat, geopend in 1934) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad.
De genoemde bedragen (f 20,- voor een staanplaats) waren voor die tijd aanzienlijk. Het document weerspiegelt de toenemende bureaucratisering en behoefte aan juridische zekerheid bij het beheer van de markt: door handelaren vooraf te laten tekenen voor een plek, verzekerde de marktmeester zich van inkomsten, ongeacht of de handelaar die dag ook daadwerkelijk verscheen. De discussie over het afschaffen van presentielijsten ten gunste van getekende verklaringen is een klassiek voorbeeld van administratieve modernisering in het interbellum.