Ambtelijke brief / intern schrijven.
Origineel
Ambtelijke brief / intern schrijven. 12 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een aanverwante financiële afdeling in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven, rechtsboven:] ter. Hr. Müller
[Kenmerk:] M/HG. [Handgeschreven:] extra
10/46/2 M.
1
12 October 1939.
Vragen Commissie tot het
nazien der Rekening 1938.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 11 October jl. om spoedig advies ontvangen stuk no.786 L.M.1939, heb ik de eer U het navolgende mede te deelen.
De N.V.Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouw- producten "Amsterdam" is pachtster van de op de Centrale Markt aanwezige 3 veilingsinrichtingen. Deze zijn niet afzonderlijk verpacht. Voor het gebruik der 3 veilingsinrichtingen te zamen, met de daarbij behoorende loodsen en kantoren, alsmede voor het monopolie, was de pachtster voor het jaar 1938 verschuldigd een vast bedrag van: $f$ 12.000,-
benevens 1 ½% van de bruto jaarlijksche opbrengst van alle door haar geveilde producten voor zoover deze opbrengst een bedrag van $f$ 750.000,- te boven zou gaan.
De opbrengst bedroeg in 1938:
Groenten . . . . . . . . . . . . . . . $f$ 597.173,27
Bloemen . . . . . . . . . . . . . . . " 349.918,35
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ----------------
Totaal: . . . . . . . . . . . . . . . . $f$ 947.091,62
De opbrengst in 1938 bedroeg derhalve $f$ 197.091,62 meer dan $f$ 750.000,-. Boven de vaste pacht à $f$ 12.000,- was de pachtster dus verschuldigd 1 ½% van $f$ 197.091,62 = $f$ 2.956,37
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ----------------
De opbrengst aan pacht der veilingsinrichtingen bedroeg dus over 1938 in totaal $f$ 14.956,37
==========
De Directeur, Dit document is een formele beantwoording van een vraag van de "Commissie tot het nazien der Rekening 1938". Het doel is om de berekening van de pachtinkomsten van de gemeente Amsterdam te verifiëren.
Uit de tekst blijkt een specifieke pachtconstructie:
1. Vast deel: Een basishuur van $f$ 12.000,- per jaar voor het gebruik van drie veilingsinrichtingen, bijbehorende gebouwen en het veilingmonopolie.
2. Variabel deel: Een bonus van 1,5% over de bruto jaaromzet boven de drempelwaarde van $f$ 750.000,-.
De berekening toont aan dat de veiling in 1938 een totale omzet van ruim $f$ 947.000,- draaide (gecombineerd groenten en bloemen), waardoor de extra pacht $f$ 2.956,37 bedroeg. Dit bracht de totale inkomsten voor de gemeente op bijna $f$ 15.000,-. Het document dateert van oktober 1939, kort na de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog en de Nederlandse mobilisatie. Hoewel de brief een louter administratief-financieel karakter heeft over het jaar 1938, valt de afhandeling ervan in een periode van grote onzekerheid over de voedselvoorziening en distributie.
De genoemde "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West (Jan van Galenstraat), die in 1934 geopend waren als het centrale punt voor de handel in levensmiddelen in de regio. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in het beheer van deze markten en de distributieketen van verse producten zoals groenten en bloemen, die hier specifiek genoemd worden. De N.V. Nederlandsche Veiling was een centrale speler in dit ecosysteem.