Kladverslag of ambtelijk advies (waarschijnlijk aan het College van Burgemeester en Wethouders).
Origineel
Kladverslag of ambtelijk advies (waarschijnlijk aan het College van Burgemeester en Wethouders). omstandigheid, dat ik dit ontoelaatbaar en funest acht.
Er is dan ook geen enkele aanleiding voor het Gemeentebestuur
om [doorstreept: hierop] in te gaan, integendeel. Behalve hevig
verzet vande zijde van grossiers en winkeliers, zullen deze
laatsten zeker, om [doorstreept: ook] opheffing van de genomen maatregel
vragen; op zijn minst zullen zij vragen om in dezelfde
positie te mogen worden geplaatst, dat is, dat zij het
recht krijgen om buiten de C.M. om te mogen doen
inkoopen door bijv. reeds op de C.M. gevestigde grossiers
[doorstreept: ook te doen hunne] goederen [doorstreept: benevens] pro forma de C.M. te doen
passeeren. In feite [doorstreept: is het een] behelst het verzoek
van D.R. Lindeman dan ook niet toelating tot de C.M.
als grossier, doch [doorstreept: is] het betreft in werkelijkheid
de formeele methode van de goedkeuring om voor
zes koopers (de zaken van de zes broers) te mogen
blijven inkoopen buiten de C.M. om. Hierin ligt
het onrechte en het immoreele van het verzoek van
Mr van Vugt. Het zou mij heel erg leed doen
indien ik door B. en W. genoodzaakt zou worden om
mijn handteekening te plaatsen onder een toegangskaart
[doorstreept: voor] tot de C.M. voor D.R. Lindeman als grossier,
[doorstreept: niet omdat] omdat daarmede de belangen van de
C.M. [doorstreept: heel] zeer ernstig zouden worden geschaad.
Ook de bijzondere motieven, die thans hebben
geleid tot de totstandkoming van de hierbedoelde
maatregel zouden ernstig in het gedrang komen.
Immers, zoowel de prijscontrole als het beperken
van benzinegebruik zou [doorstreept: voor] zich voor de zaken
Lindeman [doorstreept: betreft] aan mijn toezicht onttrekken.
Van de prijscontrole is dit duidelijk, omdat de goederen
in feite niet op de C.M. zouden zijn aangebracht, [doorstreept: doch] en zijne
benzine beperking zou de "grossier" Lindeman mij blijven
om aan- en afvoeren te maken van de C.M. naar eigen
believen, terwijl de gevestigde grossiers, in overleg met
mij, thans [doorstreept: dagelijks] bezig zijn om den aan- en afvoer
te centraliseeren. Ook daaraan zou de "grossier"
Lindeman zich wel kunnen onttrekken. De huidige In dit document voert de schrijver (vermoedelijk een marktmeester of directeur van een distributiedienst) een vurig pleidooi tegen de toelating van een zekere D.R. Lindeman als grossier tot de "C.M." (zeer waarschijnlijk de Centrale Markt).
De kern van het bezwaar is dat Lindeman de status van grossier enkel zou willen gebruiken om voor de winkels van zijn zes broers in te kopen buiten de reguliere kanalen om. De schrijver kwalificeert dit verzoek als "onrecht" en "immoreel". De belangrijkste argumenten tegen de toelating zijn:
1. Rechtsgelijkheid: Andere winkeliers zouden soortgelijke uitzonderingsposities opeisen.
2. Handhaving: Door buiten de Centrale Markt om te werken, kan de overheid geen toezicht houden op de prijscontrole.
3. Schaarseregulering: Het beleid om benzineverbruik te beperken door centraal transport (aan- en afvoer) wordt door deze uitzondering ondermijnd.
De tekst is doorspekt met ambtelijke verontwaardiging, vooral waar de schrijver stelt dat het hem "heel erg leed zou doen" als hij door zijn superieuren (Burgemeester en Wethouders) gedwongen zou worden de toegangskaart te tekenen. De afkorting C.M. staat vrijwel zeker voor de Centrale Markt (bijvoorbeeld die van Amsterdam aan de Jan van Galenstraat). In de periode van de wederopbouw en de schaarste na de Tweede Wereldoorlog was de handel in levensmiddelen streng gereguleerd. Er was sprake van prijsbeheersing om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. Ook brandstof (benzine) was op de bon of aan strikte quota gebonden.
De "maatregel" waarover gesproken wordt, had waarschijnlijk als doel alle groothandel via één centraal punt te laten lopen om zo controle en transportefficiency te maximaliseren. Het verzoek van Lindeman, bijgestaan door de jurist "Mr van Vugt", wordt hier gezien als een poging tot "vrijbuiterij" die het fragiele systeem van overheidscontrole zou kunnen laten instorten. D.R. Lindeman