Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 290
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke notitie/correspondentie betreffende marktgelden.

December 1940 (notities van 4, 5, 16 en 24 december).

Origineel

Ambtelijke notitie/correspondentie betreffende marktgelden. December 1940 (notities van 4, 5, 16 en 24 december). No 65/7/1 M. 1940 5/12

Die betreffende verklaring is geteekend op 1/10 - 1940.

W. van Dongen, Meerstraat 121. Hillegom.
en
A. de Mooij, Splitsing, Rijnsburg.

hebben beiden een verklaring geteekend ingevolge art. 16 van het Reglement op de Centrale Markt voor het bezetten van een plaats op de Centrale Markt voor kalendermaand October 1940. à f 30.- resp. f 20.

[Marginale notitie links:] heeft betaald 5/12 '40

W. v. Dongen f 30.-
A. de Mooij f 20.- Bloemenplaats.

Het verschuldigde marktgeld werd echter door beiden niet voldaan.
m.i. schriftelijk tot betaling aanmanen.

[Stempel/Rood potlood:] 65/7/2 M 24/12/40 [initialen]
[Paars potlood:] 1 brief aan W. v. Dongen
[Stempel:] -4 DEC. 1940

Th. Broerse.

Hebben bovengenoemde grossiers de markt in October bezocht?

Dit kan niet met eenige zekerheid worden verklaard zonder presentielijsten. 16/12-'40 [initialen] Dit document is een intern administratief schrijven van de beheerder of een ambtenaar van de Centrale Markt in Amsterdam (waarschijnlijk de huidige Centrale Markthal in West). Het betreft de inning van staangelden voor de maand oktober 1940.

Twee handelaren, W. van Dongen uit Hillegom en A. de Mooij uit Rijnsburg, hadden zich via een officiële verklaring (conform artikel 16 van het marktreglement) vastgelegd op een plek voor de gehele maand oktober. Van Dongen moest 30 gulden betalen, De Mooij 20 gulden voor een 'bloemenplaats'.

Omdat de betaling uitbleef, adviseert ambtenaar Th. Broerse om een aanmaning te sturen. Uit latere aantekeningen blijkt dat Van Dongen op 5 december heeft betaald. Er wordt onderaan nog een vraag gesteld of de heren de markt daadwerkelijk hebben bezocht in die maand, wat door een andere ambtenaar niet bevestigd kan worden zonder de presentielijsten te raadplegen. Dit was relevant omdat men soms probeerde onder betaling uit te komen als men niet fysiek aanwezig was geweest, ondanks de getekende verklaring. Het document dateert van december 1940, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie ging het civiele en economische leven, waaronder de voedsel- en bloemenvoorziening via de Centrale Markt, in deze fase nog grotendeels door volgens de bestaande bureauctratische regels.

De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor grossiers uit de omliggende regio's, zoals de Bollenstreek (Hillegom en Rijnsburg). De bedragen van 20 en 30 gulden waren voor die tijd aanzienlijk; ter vergelijking: een gemiddeld weekloon voor een arbeider lag toen rond de 20 à 25 gulden. De strikte administratieve afhandeling toont de nauwgezetheid van de gemeentelijke marktmeester en zijn personeel in die periode. A. de Mooij W. van Dongen

Samenvatting

Dit document is een intern administratief schrijven van de beheerder of een ambtenaar van de Centrale Markt in Amsterdam (waarschijnlijk de huidige Centrale Markthal in West). Het betreft de inning van staangelden voor de maand oktober 1940.

Twee handelaren, W. van Dongen uit Hillegom en A. de Mooij uit Rijnsburg, hadden zich via een officiële verklaring (conform artikel 16 van het marktreglement) vastgelegd op een plek voor de gehele maand oktober. Van Dongen moest 30 gulden betalen, De Mooij 20 gulden voor een 'bloemenplaats'.

Omdat de betaling uitbleef, adviseert ambtenaar Th. Broerse om een aanmaning te sturen. Uit latere aantekeningen blijkt dat Van Dongen op 5 december heeft betaald. Er wordt onderaan nog een vraag gesteld of de heren de markt daadwerkelijk hebben bezocht in die maand, wat door een andere ambtenaar niet bevestigd kan worden zonder de presentielijsten te raadplegen. Dit was relevant omdat men soms probeerde onder betaling uit te komen als men niet fysiek aanwezig was geweest, ondanks de getekende verklaring.

Historische Context

Het document dateert van december 1940, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie ging het civiele en economische leven, waaronder de voedsel- en bloemenvoorziening via de Centrale Markt, in deze fase nog grotendeels door volgens de bestaande bureauctratische regels.

De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor grossiers uit de omliggende regio's, zoals de Bollenstreek (Hillegom en Rijnsburg). De bedragen van 20 en 30 gulden waren voor die tijd aanzienlijk; ter vergelijking: een gemiddeld weekloon voor een arbeider lag toen rond de 20 à 25 gulden. De strikte administratieve afhandeling toont de nauwgezetheid van de gemeentelijke marktmeester en zijn personeel in die periode.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt

Producten

Kruidenier (Droog): Bloem Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Tuin & Plant: Bloemen Tuin & Plant: Bollen Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6