Schutblad of achterzijde van een dossierstuk.
Origineel
Schutblad of achterzijde van een dossierstuk. [Rechtsboven, onderstreept:]
Th. Siesma.
[Midden boven:]
aug
1937
[Rechts daarvan, in blauw:]
Chm - Het document bevat minimale maar specifieke informatie die duidt op eigendom of archivering.
1. Persoonsnaam: De naam "Th. Siesma" is genoteerd in een verzorgd handschrift. Siesma is een achternaam die veelvuldig voorkomt in Noord-Nederland.
2. Datering: De aanduiding "aug 1937" geeft een duidelijke tijdlijn aan, wat suggereert dat het document of de bijbehorende inhoud uit de periode kort voor de Tweede Wereldoorlog stamt.
3. Paraaf: De grote, diagonale paraaf in blauw ("Chm -") is kenmerkend voor administratieve handelingen uit die tijd, waarbij een ambtenaar of archivaris een stuk aftekende voor akkoord of verwerking. Dit blad fungeerde waarschijnlijk als omslag of identificatievel voor een verzameling documenten of een boekwerk. In de jaren '30 was het gebruikelijk om op deze wijze dossiers te kenmerken. De sobere uitvoering wijst op een functioneel, mogelijk ambtelijk of zakelijk gebruik. Zonder de rest van de inhoud blijft de exacte aard van de documentatie onbekend, maar het vormt een typisch voorbeeld van vroege 20e-eeuwse administratieve ordening.
Samenvatting
Het document bevat minimale maar specifieke informatie die duidt op eigendom of archivering.
1. Persoonsnaam: De naam "Th. Siesma" is genoteerd in een verzorgd handschrift. Siesma is een achternaam die veelvuldig voorkomt in Noord-Nederland.
2. Datering: De aanduiding "aug 1937" geeft een duidelijke tijdlijn aan, wat suggereert dat het document of de bijbehorende inhoud uit de periode kort voor de Tweede Wereldoorlog stamt.
3. Paraaf: De grote, diagonale paraaf in blauw ("Chm -") is kenmerkend voor administratieve handelingen uit die tijd, waarbij een ambtenaar of archivaris een stuk aftekende voor akkoord of verwerking.
Historische Context
Dit blad fungeerde waarschijnlijk als omslag of identificatievel voor een verzameling documenten of een boekwerk. In de jaren '30 was het gebruikelijk om op deze wijze dossiers te kenmerken. De sobere uitvoering wijst op een functioneel, mogelijk ambtelijk of zakelijk gebruik. Zonder de rest van de inhoud blijft de exacte aard van de documentatie onbekend, maar het vormt een typisch voorbeeld van vroege 20e-eeuwse administratieve ordening.