Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 400
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

11 september 1940 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam) Aan: den Heer L. Smeer, Blasiusstraat 18, Amsterdam-Oost (Wijk 11) Dossier: 790

Origineel

11 september 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam) den Heer L. Smeer, Blasiusstraat 18, Amsterdam-Oost (Wijk 11) [Linksboven, diagonaal geschreven:] Aangeteekend
[Linksboven, grote handgeschreven paraaf]
[Rechtsboven, handgeschreven:] M. Müller
[Rechtsboven, getypt:] VP/HG. [klein rond stempel]

den Heer L. Smeer,
Blasiusstraat 18,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.

66/15/5 M.
11 September 1940.

Ten vervolge op de door Burgemeester en Wethouders aan U gerichte missive van 31 Augustus jl. (No.790 L.M.1940) heb ik de eer U te berichten, dat U aan plaatsgeld op de Centrale Markt schuldig was een bedrag van f 500,-, waarvan U tot en met 2 September 1940 een bedrag van f 200,16 heeft betaald, terwijl Burgemeester en Wethouders U kwijtschelding verleenen tot een bedrag van f 150,-. Het restant van Uw schuld, zijnde f 149,84, zegde U toe in wekelijksche termijnen van f 2,50 te zullen afbetalen. Van deze toezegging werd nota genomen en ik vertrouw, dat U daaraan stipt gevolg zult geven.

De Directeur, Deze brief is een zakelijke bevestiging van een schuldregeling. De heer L. Smeer, een handelaar op de Centrale Markt in Amsterdam, had een achterstand in de betaling van zijn 'plaatsgeld' (huur voor een marktkraam of staanplaats) ter hoogte van 500 gulden.

De brief legt de afspraken vast:
1. Er is reeds f 200,16 betaald.
2. De gemeente (B&W) heeft f 150,- kwijtgescholden, wat wijst op een succesvol verzoek om coulance, mogelijk vanwege financiële nood.
3. Het resterende bedrag van f 149,84 wordt in kleine wekelijkse termijnen van f 2,50 afbetaald.

De toon is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten") en dwingend ("ik vertrouw, dat U daaraan stipt gevolg zult geven"). De vermelding "Aangeteekend" (aangetekend) onderstreept het officiële en juridische belang van dit document als bewijsstuk van de gemaakte afspraak. Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad.

De ontvanger, Louis Smeer, was een Joodse marktkoopman. De Blasiusstraat in Amsterdam-Oost was in die tijd een straat met veel Joodse bewoners. In de loop van de bezetting zouden de omstandigheden voor Joodse handelaren steeds moeilijker worden door de invoering van anti-Joodse maatregelen, waaronder het verbod op marktvergunningen voor Joden later in de oorlog.

Deze brief toont de dagelijkse bureaucratie tijdens de vroege bezettingsjaren, waarbij de normale gemeentelijke processen (zoals schuldsanering voor marktgelden) in eerste instantie nog gewoon doorliepen, terwijl de druk op de Joodse bevolking toenam. Het feit dat de gemeente bereid was een deel van de schuld kwijt te schelden, suggereert een poging om de handelaar in staat te stellen zijn bedrijfsvoering voort te zetten. L. Smeer

Samenvatting

Deze brief is een zakelijke bevestiging van een schuldregeling. De heer L. Smeer, een handelaar op de Centrale Markt in Amsterdam, had een achterstand in de betaling van zijn 'plaatsgeld' (huur voor een marktkraam of staanplaats) ter hoogte van 500 gulden.

De brief legt de afspraken vast:
1. Er is reeds f 200,16 betaald.
2. De gemeente (B&W) heeft f 150,- kwijtgescholden, wat wijst op een succesvol verzoek om coulance, mogelijk vanwege financiële nood.
3. Het resterende bedrag van f 149,84 wordt in kleine wekelijkse termijnen van f 2,50 afbetaald.

De toon is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten") en dwingend ("ik vertrouw, dat U daaraan stipt gevolg zult geven"). De vermelding "Aangeteekend" (aangetekend) onderstreept het officiële en juridische belang van dit document als bewijsstuk van de gemaakte afspraak.

Historische Context

Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad.

De ontvanger, Louis Smeer, was een Joodse marktkoopman. De Blasiusstraat in Amsterdam-Oost was in die tijd een straat met veel Joodse bewoners. In de loop van de bezetting zouden de omstandigheden voor Joodse handelaren steeds moeilijker worden door de invoering van anti-Joodse maatregelen, waaronder het verbod op marktvergunningen voor Joden later in de oorlog.

Deze brief toont de dagelijkse bureaucratie tijdens de vroege bezettingsjaren, waarbij de normale gemeentelijke processen (zoals schuldsanering voor marktgelden) in eerste instantie nog gewoon doorliepen, terwijl de druk op de Joodse bevolking toenam. Het feit dat de gemeente bereid was een deel van de schuld kwijt te schelden, suggereert een poging om de handelaar in staat te stellen zijn bedrijfsvoering voort te zetten.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6