Getypte notulen of verslag van een commissievergadering.
Origineel
Getypte notulen of verslag van een commissievergadering. -3-
Commissie ter hand gesteld.
De Commissie neemt een en ander voor kennisgeving aan.
Verzoek van H.Platje om hem alsnog in het bezit van een
ventvergunning te stellen; om advies aan de Commissie
gezonden onder no.62/376 L.M.1938.
De Voorzitter deelt mede, dat adressant eigenaar is van een winkel-
tje in aardappelen, groenten en fruit. Zyn vrouw dryft
dit winkeltje, terwyl hy zelf de vaste klanten bedient.
Hy is thans gedwongen weder te gaan venten, aangezien
hy klanten zou hebben verloren, zoodat hy niet voldoen-
de inkomsten heeft. Blykens een overgelegde politie-
verklaring en een mededeeling van het Gemeentelyke Bu-
reau voor Maatschappelyken Steun staat hy als bona fide
venter bekend. De politieverklaring rept zelfs van een
tydvak van 20 jaar. Platje's verzoek werd op 7 December
1936 afgewezen, omdat zyn aanvrage te laat werd inge-
diend. Adressant deelde nog mede, dat hy destyds tydig
aan zyn organisatie (de Amsterdamsche Aardappel-cen-
trale) heeft gevraagd, of hy voor zyn werkzaamheden
een ventvergunning noodig had. Hierop zou men ontken-
nend hebben geantwoord, zoodat hy het slachtoffer zou
zyn geworden van verkeerde inlichtingen. Aannemelyk
is, dat de man in + 1933 uit de inkomsten van leve-
ranties aan vaste klanten leven kon, terwyl dit thans
waarschynlyk niet meer het geval zal zyn, op grond
waarvan hy thans wel een ventvergunning aanvraagt.
Spreker is van meening, dat aangenomen kan worden, dat
er destyds redelyke motieven waren, waarom adressant,
die wel als bona fide venter is te beschouwen, zyn aan-
vrage niet tydig heeft ingediend. Op grond van de door
de Commissie vastgestelde gedragslyn kan derhalve vol-
gens spreker aan het verzoek van Platje worden voldaan.
De heer Van 't Hek zegt, dat inderdaad destyds door de organisaties
van groenten- en aardappelenhandelaren is geadviseerd
aan de leden, die uitsluitend vaste klanten bedienden,
om geen ventvergunning aan te vragen, omdat zy deze
voor dat doel niet noodig hadden. Deze pagina bevat de bespreking van een specifiek dossier betreffende de heer H. Platje. De kern van de zaak is een verzoek om een ventvergunning die eerder in 1936 was geweigerd vanwege een te late aanvraag.
De argumentatie van de voorzitter om het verzoek nu wel in te willigen, stoelt op drie punten:
1. Betrouwbaarheid: Platje wordt door de politie en het Bureau voor Maatschappelijke Steun beschreven als een "bona fide" (te goeder trouw) handelaar met een lang arbeidsverleden (20 jaar).
2. Economische noodzaak: Door verlies van vaste klanten zijn de inkomsten uit zijn winkel onvoldoende, waardoor hij genoodzaakt is weer actief op straat te gaan venten.
3. Verschoonbare dwaling: De reden voor de eerdere late aanvraag was foutieve informatie van zijn beroepsorganisatie (de Amsterdamsche Aardappel-centrale). Men dacht destijds dat voor levering aan vaste klanten geen ventvergunning nodig was.
De heer Van 't Hek bevestigt dit laatste punt, wat het verzoek van Platje extra kracht bijzet. De voorzitter concludeert dat het verzoek, binnen de vastgestelde beleidslijnen van de commissie, nu wel gehonoreerd kan worden. Het document dateert uit de late jaren '30, een periode waarin de economische crisis nog diepe sporen naliet en de overheid de straathandel strenger reguleerde via vergunningsstelsels. Dit werd gedaan om de wildgroei aan venters te beperken en de gevestigde winkeliers te beschermen.
De tekst illustreert de bureaucratische processen van die tijd: de afhankelijkheid van vergunningen voor het levensonderhoud, de rol van politieverklaringen bij het beoordelen van iemands morele staat ("bona fide"), en de invloed van beroepsorganisaties op de naleving van regels door kleine ondernemers. Tevens toont het de wisselwerking tussen de winkelnering en de ambulante handel (het venten) binnen één gezin.