Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 16
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt verslag van een vergadering (waarschijnlijk notulen van een commissievergadering).

Het document refereert aan gebeurtenissen in 1936 en een aanvraag uit 1938 (No. 62/298 L.M.1938).

Origineel

Getypt verslag van een vergadering (waarschijnlijk notulen van een commissievergadering). Het document refereert aan gebeurtenissen in 1936 en een aanvraag uit 1938 (No. 62/298 L.M.1938). -4-

De heer Presser wyst erop, dat er een aantal groentenhandelaren is
geweest, die wel degelyk een ventvergunning hebben
aangevraagd en gekregen.

Den heer Seegers is bekend, dat destyds door de Secretarie in ge-
vallen als het onderhavige inderdaad is meegedeeld,
dat voor het bedienen van vaste klanten geen ventver-
gunning noodig is. Uiteraard omvat het bedienen van
vaste klanten meestal ook het venten; de koopman wei-
gert niet te verkoopen, indien anderen dan klanten zyn
waren wenschen. Spreker zegt, dat de Amsterdamsche
Aardappel-Centrale geen officieële Organisatie was,
doch het is mogelyk, dat deze Centrale destyds de door
adressant genoemde mededeeling heeft gedaan. Een en
ander in aanmerking nemende heeft spreker geen bezwaar
tegen het verleenen van een ventvergunning. Spreker
wyst er echter op, dat er nog enkele gevallen als de
onderhavige zyn, die ook tegenwoordig nog regelmatig
door de Secretarie worden afgewezen. Het bevreemdt hem
dan ook eenigszins, dat deze aanvrage nu weer wel aan
de Commissie om advies wordt gezonden. Spreker is
slechts dan bereid mede te werken aan het verleenen van
een ventvergunning aan adressant, indien ieder soort-
gelyk geval op dezelfde wyze wordt behandeld, als het
onderhavige.

De heer Presser is tegen het verleenen van de onderhavige vergunning.
Hy handhaaft zyn afwyzend standpunt ten aanzien van
personen, die destyds niet tydig een aanvrage hebben
ingediend. Bovendien zal, volgens spreker, de conse-
quentie van het bovenstaande zyn, dat iedere vaste-
wyklooper alsnog een ventvergunning zou moeten hebben.

De overige leden ontkennen deze consequentie en
hebben geen bezwaar tegen inwilliging van de onderha-
vige aanvrage.

Verzoek van M.Tuin om hem alsnog een ventvergunning te
verleenen; om advies aan de Commissie gezonden onder
No.62/298 L.M.1938.

De Voorzitter deelt mede, dat een aanvrage van adressant in 1936 is Het document betreft een bureauclatische discussie over de regelgeving rondom straathandel (venten) in de jaren '30. De kern van het geschil draait om de definitie van 'venten' versus het 'bedienen van vaste klanten'.

  1. Rechtsonzekerheid: Er blijkt verwarring te bestaan over eerdere toezeggingen vanuit de 'Secretarie' en de 'Amsterdamsche Aardappel-Centrale'. Destijds werd gesuggereerd dat voor vaste klanten geen vergunning nodig was, wat leidde tot grijze gebieden wanneer diezelfde handelaren ook aan anderen verkochten.
  2. Standpunten:
    • De heer Seegers pleit voor een pragmatische aanpak en rechtsgelijkheid: hij stemt in met de vergunning voor M. Tuin, mits dit de standaardprocedure wordt voor alle vergelijkbare gevallen.
    • De heer Presser is strikter; hij wijst op het feit dat de aanvraag te laat is ingediend en vreest voor een precedentwerking waarbij elke 'wijklooper' (iemand die een vaste route loopt voor bezorging) een formele ventvergunning nodig zou hebben.
  3. Besluitvorming: De meerderheid van de commissieleden lijkt niet te vrezen voor de door Presser geschetste gevolgen en neigt naar inwilliging van het verzoek. Het document dateert uit 1938, een periode van economische herstel na de Grote Depressie, waarin gemeentelijke overheden trachtten de ambulante handel (straathandel) strikter te reguleren. In steden als Amsterdam was er een spanningsveld tussen de gevestigde winkelstand en de talrijke straatventers.

De 'Amsterdamsche Aardappel-Centrale' was een orgaan dat toezicht hield op de distributie en verkoop van aardappelen. Dat er onduidelijkheid bestond over hun status ("geen officieële Organisatie") duidt op de complexe verhoudingen tussen semi-overheidsinstellingen en het officiële stadsbestuur in die tijd. De discussie over de 'wijklooper' is interessant omdat dit een vroege vorm van gereguleerde thuisbezorging betreft, die hier botst met de algemene regels voor straatverkoop. De heer Presser den heer Seegers M. Tuin (adressant) de Voorzitter.

Samenvatting

Het document betreft een bureauclatische discussie over de regelgeving rondom straathandel (venten) in de jaren '30. De kern van het geschil draait om de definitie van 'venten' versus het 'bedienen van vaste klanten'.

  1. Rechtsonzekerheid: Er blijkt verwarring te bestaan over eerdere toezeggingen vanuit de 'Secretarie' en de 'Amsterdamsche Aardappel-Centrale'. Destijds werd gesuggereerd dat voor vaste klanten geen vergunning nodig was, wat leidde tot grijze gebieden wanneer diezelfde handelaren ook aan anderen verkochten.
  2. Standpunten:
    • De heer Seegers pleit voor een pragmatische aanpak en rechtsgelijkheid: hij stemt in met de vergunning voor M. Tuin, mits dit de standaardprocedure wordt voor alle vergelijkbare gevallen.
    • De heer Presser is strikter; hij wijst op het feit dat de aanvraag te laat is ingediend en vreest voor een precedentwerking waarbij elke 'wijklooper' (iemand die een vaste route loopt voor bezorging) een formele ventvergunning nodig zou hebben.
  3. Besluitvorming: De meerderheid van de commissieleden lijkt niet te vrezen voor de door Presser geschetste gevolgen en neigt naar inwilliging van het verzoek.

Historische Context

Het document dateert uit 1938, een periode van economische herstel na de Grote Depressie, waarin gemeentelijke overheden trachtten de ambulante handel (straathandel) strikter te reguleren. In steden als Amsterdam was er een spanningsveld tussen de gevestigde winkelstand en de talrijke straatventers.

De 'Amsterdamsche Aardappel-Centrale' was een orgaan dat toezicht hield op de distributie en verkoop van aardappelen. Dat er onduidelijkheid bestond over hun status ("geen officieële Organisatie") duidt op de complexe verhoudingen tussen semi-overheidsinstellingen en het officiële stadsbestuur in die tijd. De discussie over de 'wijklooper' is interessant omdat dit een vroege vorm van gereguleerde thuisbezorging betreft, die hier botst met de algemene regels voor straatverkoop.

Genoemde Personen 4

Kooplieden in dit dossier 78

W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein **739**
W. Fruithof Waterlooplein 374
W. Fruithof Waterlooplein 750
W. Fruithof Waterlooplein 739
W. Fruithof Waterlooplein + 11
A. H. Klaassens Reservist Nieuwmarkt in 1944 : f. 100.-
A.J.I. Barbiers Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein **637**
A. W. Rijkvoort [X] Uilenburg in 1942 : " 100.-
M. Planten Waterlooplein 594
M. Planten Waterlooplein 564
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 125
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 127
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 173
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 162
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein + 58
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein 118
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein **173**
B. Velthuis Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1941 100.- en 1943 " 100.-
C. Bakker [X] Wachtl. Nieuwmarkt in 1945 : " 100.-
C. Blom Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
J. Renz. Waterlooplein 419
J. Renz. Waterlooplein - 54
J. Renz. Waterlooplein 421
J. Renz. Waterlooplein
C. Paats Uilenburg 1938: " 100.- ; id. ; en 1940: " 100.-
C. Zeeman Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.- en 1942 f 100.-
Alle 78 kooplieden →