Archiefdocument
Origineel
16 juli 1938. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen van de Gemeente Amsterdam. De Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen. GEMEENTE AMSTERDAM
No 72/79/6 M. 1938 ^10/7 [handgeschreven]
AFD. L.M.
No. 468 -1938-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 16 Juli 1938.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING
VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
Ik deel U hierbij mede, dat er bij den Hoofdcommissaris van Politie en bij de Vereeniging tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer hier ter stede, ernstige klachten zijn ingediend over het optreden van venters met strikjes en speldjes, die zoowel bij bijeenkomsten en feestelijkheden, als bij collectief bezoek van vreemdelingen en reizende landgenooten, hun artikel vaak op misleidende en alleszins ongepaste wijze trachten te slijten, ja zelfs in vele gevallen ongevraagd op de kleeding spelden.
Het publiek wordt door dit optreden op ontoelaatbare wijze lastig gevallen.
Uit de rapporten van den Hoofdcommissaris van Politie en van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen blijkt, dat zich zoowel lieden zonder vergunning, als houders van ventvergunningen aan dit euvel schuldig maken. Tegen eerstgenoemde categorie kan natuurlijk zondermeer worden opgetreden. Het is echter dringend gewenscht, dat de houders van ventvergunningen beseffen, dat zij van hun vergunning slechts op een wijze gebruik kunnen maken, waarbij aan het publiek geen overlast wordt aangedaan, willen zij niet de kans loopen, dat hun ventvergunning zal worden ingetrokken. Ik ben van oordeel, dat de venters slechts op gepasten afstand van de plaats der bijeenkomsten zich kunnen ophouden en zich daarbij zoo moeten gedragen, dat niemand in een positie kan worden gebracht, waarbij men feitelijk gedwongen wordt, om iets te koopen.
Gaarne verneem ik Uw oordeel over dezen maatregel van orde.
VM [initialen]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch-
en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[handtekening]
Aan
de Permanente Commissie van
Advies inzake ventvergunningen.
Model G.A. 6
50.000—10—'37
--- * Kernprobleem: Er is sprake van agressieve straathandel in Amsterdam. Venters dwingen passanten (met name toeristen en bezoekers van evenementen) tot aankopen door ongevraagd speldjes of strikjes op hun kleding te prikken.
* Betrokken instanties: De klachten komen van de Politie en de voorloper van de VVV. De Dienst van het Marktwezen bevestigt dat zowel legale als illegale verkopers zich hieraan schuldig maken.
* Maatregel: De wethouder stelt een orde-maatregel voor: legale venters moeten op "gepasten afstand" blijven van evenementen op straffe van intrekking van hun vergunning.
* Stijl en taal: Het document is geschreven in de formele ambtelijke taal van voor de Tweede Wereldoorlog, inclusief de toenmalige spelling (bijv. "zoowel", "landgenooten", "den").
--- Dit document stamt uit de zomer van 1938, een periode waarin Amsterdam zich profileerde als toeristische stad, ondanks de economische crisis van de jaren '30. Straathandel was voor velen een noodzakelijke bron van inkomsten, maar leidde regelmatig tot wrijving met het stadsbestuur dat "orde en netheid" nastreefde.
De wethouder in kwestie beheerde een opvallend brede portefeuille (voeding, wasserijen en badhuizen), wat typerend was voor de toenmalige bemoeienis van de gemeente met de volksgezondheid en hygiëne. De brief illustreert de constante balans die de stad moest vinden tussen het faciliteren van kleine neringdoenden en het beschermen van het publiek en het toeristische imago van de stad tegen "onbehoorlijk gedrag".