Officiële brief/beschikking
Origineel
Officiële brief/beschikking 29 februari 1940 De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens deze getekend door F. van Meurs) [Stempel linksboven:] Gezien
[Handgeschreven paraaf:] Whve (?)
GEMEENTE AMSTERDAM
[Rechtsboven:] DM
AMSTERDAM, 29 Februari 1940.
AFD. L.M.
No. 71/4 -1940-
BIJLAGEN
[Groot paars stempel:] Nº 72/11/1 M. 1940 1/3
[Tekst rechtsboven:]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
[Stempel en handgeschreven aantekening rechts:]
M. de Maer t.i. (?)
GEZIEN DE INSPECTEUR,
[Handgeschreven handtekening/paraaf]
Naar aanleiding van Uw schrijven van 17 Januari 1940, waarin U verzoekt om met het venten te mogen worden bijgestaan, deel ik U mede, dat dit verzoek niet kan worden ingewilligd, aangezien U: 1o. niet in het bezit bent van een ventvergunning, geldig voor het boekjaar 1939/1940 en 2o. niet hebt voldaan aan de oproeping vanwege den Gemeentelijken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst om ter zake te worden onderzocht.
vM
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
get. F. van Meurs
[Onderaan:]
Aan den heer B.B. Bruines,
Hemweg 149,
_ A _ L _ H _ I _ E _ R _ (W).
[Linksonder:]
Model G.A. 6
50.000–10–'37
[Rechtsonder handgeschreven:] 72 Deze brief is een officiële afwijzing van een verzoek van de heer B.B. Bruines om assistentie te krijgen bij het uitoefenen van zijn beroep als venter (straathandelaar). De gemeente Amsterdam voert twee specifieke redenen aan voor deze weigering:
1. De aanvrager beschikt niet over een geldige ventvergunning voor het lopende boekjaar 1939/1940.
2. De aanvrager is niet verschenen voor een verplicht medisch onderzoek bij de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GG&GD), wat destijds een voorwaarde was voor het mogen venten (met name bij levensmiddelen).
De brief is ondertekend namens de verantwoordelijke wethouder voor Levensmiddelen en hygiënische inrichtingen. Het document dateert van 29 februari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van mobilisatie en economische spanning was de regulering van de straathandel strikt. Ventvergunningen waren een middel voor de gemeente om controle uit te oefenen op de openbare orde, hygiëne en de economische concurrentie op straat.
De koppeling tussen de vergunning en een medisch onderzoek door de GG&GD onderstreept het belang dat de stad hechtte aan de volksgezondheid; venters kwamen immers direct in contact met consumenten en hun waren. Het adres Hemweg 149 bevond zich in het havengebied/industrieterrein van Amsterdam-West. De diverse stempels ("Gezien", "Inspecteur") en registratienummers wijzen op een zorgvuldige administratieve afhandeling binnen het gemeentelijk apparaat. B.B. Bruines F. van Meurs M. de Maer Gemeente Amsterdam