Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. 4 maart 1940. A.J. Bergering. [Linksboven, onduidelijke aantekening in ander handschrift: Hullyller?]
[Rechtsboven:] 4/3 1940
Ondergetekende neemt zich beleefd
de vrijheid zich tot Uw Ed. te wen-
den met het beleefd verzoek om
weer in ’t bezit te komen van mijn
Ventvergunning mij verstrekt
16 Juli 1934. Serie 2. No 09072.
Daar ik gaarne bereid ben het
verschuldigden bedrag te betalen
zoo hoop ik ook dat Uw Ed er in
zult medewerken om weer in ’t
bezit te komen van mijn Vergunning
daar ik anders weer aangewezen
ben op Maatschappelijk steun
wat ik liever niet ben daar ik
het zelf liever verdien Hoopende
dat Uw Ed mij daar in zult
medewerken zoo verblijf ik
met de meesten Achting
A.J. Bergering. bel
Kinkerstraat 376
Amsterdam
[Stempel onderaan:]
Nº 72/ 12 / 1 M. 1940 5/3
[Rechtsonder in potlood:] 72 De brief is een formeel verzoek van een burger, A.J. Bergering, aan een gemeentelijke instantie (geadresseerd als "Uw Ed.", oftewel Uw Edelachtbare). De kern van de brief is het terugkrijgen van een ventvergunning die oorspronkelijk in 1934 was uitgegeven.
Het document valt op door de beleefde, doch dringende toon. De schrijver geeft aan bereid te zijn een openstaand bedrag te betalen ("verschuldigden bedrag"). De belangrijkste motivatie is arbeidsethos en financiële zelfstandigheid: Bergering wil niet afhankelijk zijn van de "Maatschappelijk steun" (sociale bijstand), maar liever zelf zijn geld verdienen. Dit duidt op een sterk plichtsgevoel en de wens om de waardigheid van een werkende burger te behouden. Dit document stamt uit maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het bevindt zich in de staart van de economische crisis van de jaren '30. In deze periode was de "steun" (werklozenzorg) streng gereguleerd en vaak als stigmatiserend ervaren.
Een "ventvergunning" was in Amsterdam essentieel voor straathandelaren (bijvoorbeeld met een handkar of kraampje). Zonder deze vergunning was het onmogelijk om legaal goederen op straat te verkopen. De Kinkerstraat, waar de afzender woonde, was (en is) een bekende Amsterdamse winkelstraat met veel markthandel in de nabijgelegen Ten Katemarkt. Dit verzoekschrift geeft een inkijkje in de individuele strijd om het hoofd boven water te houden in een economisch uitdagende tijd, vlak voor het uitbreken van de oorlog in Nederland. A.J. Bergering
Samenvatting
De brief is een formeel verzoek van een burger, A.J. Bergering, aan een gemeentelijke instantie (geadresseerd als "Uw Ed.", oftewel Uw Edelachtbare). De kern van de brief is het terugkrijgen van een ventvergunning die oorspronkelijk in 1934 was uitgegeven.
Het document valt op door de beleefde, doch dringende toon. De schrijver geeft aan bereid te zijn een openstaand bedrag te betalen ("verschuldigden bedrag"). De belangrijkste motivatie is arbeidsethos en financiële zelfstandigheid: Bergering wil niet afhankelijk zijn van de "Maatschappelijk steun" (sociale bijstand), maar liever zelf zijn geld verdienen. Dit duidt op een sterk plichtsgevoel en de wens om de waardigheid van een werkende burger te behouden.
Historische Context
Dit document stamt uit maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het bevindt zich in de staart van de economische crisis van de jaren '30. In deze periode was de "steun" (werklozenzorg) streng gereguleerd en vaak als stigmatiserend ervaren.
Een "ventvergunning" was in Amsterdam essentieel voor straathandelaren (bijvoorbeeld met een handkar of kraampje). Zonder deze vergunning was het onmogelijk om legaal goederen op straat te verkopen. De Kinkerstraat, waar de afzender woonde, was (en is) een bekende Amsterdamse winkelstraat met veel markthandel in de nabijgelegen Ten Katemarkt. Dit verzoekschrift geeft een inkijkje in de individuele strijd om het hoofd boven water te houden in een economisch uitdagende tijd, vlak voor het uitbreken van de oorlog in Nederland.