Dienstbrief / Betalingsherinnering en voorwaarde voor vergunningsverlenging.
Origineel
Dienstbrief / Betalingsherinnering en voorwaarde voor vergunningsverlenging. 7 maart 1940. De Directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst (waarschijnlijk Markten of Belastingen). Den Heer A.J. Bergering, Kinkerstraat 376 belet., Amsterdam-West, Wijk 25. VP/HG. Extra
72/12/2 M.
7 Maart 1940.
den Heer A.J. Bergering,
Kinkerstraat 376 belet.
Amsterdam-West.
Wijk 25.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 4 dezer bericht
ik U, dat de ventvergunning serie 2 no. 72 kan worden ver-
nieuwd voor het boekjaar 1939/1940, indien U vooraf ten
kantore van mijn dienst betaalt:
het verschuldigde ventgeld met leges, ten bedrage van ƒ 5,-;
voorts aan achterstallig standplaatsgeld een bedrag
van " 4,40
en aan achterstallig ventgeld over de jaren 1937 en
1938 een bedrag van " 6,30
In totaal is U derhalve ƒ 15,70
=======
schuldig.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een reactie op een schrijven van de heer Bergering van 4 maart 1940. De directeur stelt dat de ventvergunning van Bergering (serie 2, no. 72) alleen verlengd kan worden voor het lopende boekjaar als hij eerst al zijn openstaande schulden aan de gemeente voldoet.
* Financiële details:
* Nieuw ventgeld + leges: ƒ 5,00
* Achterstallig standplaatsgeld: ƒ 4,40
* Achterstallig ventgeld (1937-1938): ƒ 6,30
* Totaalbedrag: ƒ 15,70 (ter vergelijking: dit was in 1940 een aanzienlijk bedrag voor een kleine zelfstandige, ongeveer gelijk aan de koopkracht van € 140,- in 2023).
* Toon: Formeel, zakelijk en dwingend. De verlenging van de vergunning wordt als pressiemiddel gebruikt om oude schulden te innen.
* Terminologie: "Belet" achter het huisnummer duidt vaak op een woning waar men moet aanbellen (vaak een bovenwoning of een kamer in een gedeeld pand). * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 7 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het laat zien dat de gemeentelijke bureaucreatie en belastinginning tot op het laatste moment op de gebruikelijke wijze functioneerden.
* Sociaal-economisch: De Kinkerbuurt in Amsterdam-West was een levendige arbeiderswijk. Straathandel (venten) was een veelvoorkomende bron van inkomsten voor mensen die geen vast werk in loondienst hadden. De achterstanden uit 1937 en 1938 suggereren dat de heer Bergering het financieel niet makkelijk had in de nasleep van de economische crisis van de jaren '30.
* Lokale geschiedenis: Het document biedt inzicht in de regelgeving rondom straathandel in Amsterdam. Men had een specifieke vergunning nodig, moest "ventgeld" betalen om te mogen rondtrekken en "standplaatsgeld" voor een vaste plek op een markt of straat. De indeling in "Wijken" (zoals Wijk 25) was een typisch Amsterdams administratief systeem voor de stadsorganisatie. A.J. Bergering