Ambtelijke memo/interne correspondentie.
Origineel
Ambtelijke memo/interne correspondentie. 4 maart 1940. (Aantekeningen in de bovenmarge:)
Opbergen
67
Wordt uitgevoerd. Met dir. besproken.
27/5-'40 [Paraaf]
(Hoofdtekst:)
De Wethouder vraagt om speciale
contrôle op venters des Zaterdags en
des Zondags. Hij heeft hieromtrent
klachten gehoord.
Tevens vraagt de Wethouder om speciale
contrôle op ijsventers in het komende seizoen.
Heer de Haer wilt U zich persoonlijk
eens op de hoogte stellen van het
venten op Zaterdag en Zondag, zonder
vergunning.
A'dam 4 Maart '40. [Handtekening/Paraaf]
(Stempel onderzijde:)
Nº 72/14/M. 1940 5/3 De kern van dit document is een opdracht tot handhaving van de markt- en ventverordeningen in Amsterdam. De wethouder (wiens naam niet genoemd wordt, maar die klachten uit de burgerij heeft ontvangen) verzoekt om verscherpt toezicht op straatverkopers gedurende het weekend.
Er worden twee specifieke aandachtspunten genoemd:
1. Weekendcontroles: Toezicht op venters op zaterdag en zondag.
2. Seizoensgebonden controle: Specifieke aandacht voor ijsventers vanwege het naderende voorjaar/zomerseizoen.
De ontvanger, "Heer de Haer", wordt gemaand om hier persoonlijk naar te kijken, wat duidt op een serieus genomen klacht of een structureel probleem met illegale (vergunningloze) verkoop. De latere aantekening bovenaan bevestigt dat de opdracht is besproken met de directeur en in uitvoering is genomen op 27 mei 1940. Het document biedt een interessant inkijkje in de dagelijkse gang van zaken van het Amsterdamse stadsbestuur aan de vooravond van en tijdens het begin van de Tweede Wereldoorlog. De oorspronkelijke memo is geschreven op 4 maart 1940, twee maanden voor de Duitse inval.
De annotatie bovenin ("Wordt uitgevoerd") is gedateerd op 27 mei 1940. Dit is slechts twee weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Het feit dat deze ambtelijke molen gewoon door bleef draaien, laat zien dat het civiele bestuur en de handhaving van lokale verordeningen (zoals de strijd tegen illegale straathandel) onder de nieuwe bezettingswerkelijkheid in eerste instantie onveranderd werden voortgezet.
Samenvatting
De kern van dit document is een opdracht tot handhaving van de markt- en ventverordeningen in Amsterdam. De wethouder (wiens naam niet genoemd wordt, maar die klachten uit de burgerij heeft ontvangen) verzoekt om verscherpt toezicht op straatverkopers gedurende het weekend.
Er worden twee specifieke aandachtspunten genoemd:
1. Weekendcontroles: Toezicht op venters op zaterdag en zondag.
2. Seizoensgebonden controle: Specifieke aandacht voor ijsventers vanwege het naderende voorjaar/zomerseizoen.
De ontvanger, "Heer de Haer", wordt gemaand om hier persoonlijk naar te kijken, wat duidt op een serieus genomen klacht of een structureel probleem met illegale (vergunningloze) verkoop. De latere aantekening bovenaan bevestigt dat de opdracht is besproken met de directeur en in uitvoering is genomen op 27 mei 1940.
Historische Context
Het document biedt een interessant inkijkje in de dagelijkse gang van zaken van het Amsterdamse stadsbestuur aan de vooravond van en tijdens het begin van de Tweede Wereldoorlog. De oorspronkelijke memo is geschreven op 4 maart 1940, twee maanden voor de Duitse inval.
De annotatie bovenin ("Wordt uitgevoerd") is gedateerd op 27 mei 1940. Dit is slechts twee weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Het feit dat deze ambtelijke molen gewoon door bleef draaien, laat zien dat het civiele bestuur en de handhaving van lokale verordeningen (zoals de strijd tegen illegale straathandel) onder de nieuwe bezettingswerkelijkheid in eerste instantie onveranderd werden voortgezet.