Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 4 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst of belastingkantoor). den Heer P.M. v. Vliet, Charbonlaan 33, Sassenheim. [Rechtsboven, handgeschreven:] Mr. Müller
[Links:] VP/HG.
[Links:] 72/25/2 M.
[Rechts:] 4 April 1940.
[Adresblok:]
den Heer P.M.v.Vliet,
Charbonlaan 33,
S a s s e n h e i m .
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 1 dezer bericht
ik U, dat het ventgeld verschuldigd is per boekjaar, hetwelk
loopt van 1 Juni tot en met 31 Mei. Indien U derhalve voor
1 Juni a.s. van Uw ventvergunning gebruik wenscht te maken,
dient U alsnog het voor het boekjaar 1939/1940 verschuldigde
ventgeld ten bedrage van ƒ 5,- te betalen, terwijl U een
zelfde bedrag verschuldigd zult zijn, om van de ventvergun-
ning vanaf 1 Juni a.s. gebruik te kunnen maken. Voor de ver-
lenging van Uw ventvergunning is het noodzakelijk, dat U
zich persoonlijk ten kantore van mijn dienst vervoegt.
De Directeur, De brief betreft een zakelijke mededeling over de financiële en administratieve afhandeling van een ventvergunning (een vergunning om goederen op straat of aan de deur te verkopen). De heer Van Vliet heeft op 1 april 1940 een brief gestuurd, waarop deze brief het antwoord is.
De kernpunten zijn:
1. Boekjaar: De leges voor de vergunning worden per jaar berekend, lopend van 1 juni tot 31 mei.
2. Kosten: Voor het lopende jaar (1939/1940) moet nog ƒ 5,- betaald worden als hij vóór 1 juni wil venten. Voor het nieuwe jaar (vanaf 1 juni 1940) is opnieuw ƒ 5,- verschuldigd.
3. Procedure: Verlenging van de vergunning vereist een persoonlijk bezoek aan het kantoor van de betreffende dienst.
De gebruikte terminologie ("ventgeld", "a.s.", "derhalve", "u zich... vervoegt") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van het midden van de 20e eeuw. Dit document stamt uit april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het laat zien dat de normale burgerlijke administratie en regelgeving in de laatste dagen voor de oorlog nog onverstoord doorgingen.
Het bedrag van 5 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag voor een kleine zelfstandige of straatverkoper. De noodzaak voor een ventvergunning wijst op de strikte regulering van de handel door gemeenten in die periode, vaak bedoeld om overlast te beperken en belastinginkomsten te verzekeren. De Charbonlaan in Sassenheim bestaat nog steeds, wat de lokale context van het document bevestigt. Van Vliet (De heer)
Samenvatting
De brief betreft een zakelijke mededeling over de financiële en administratieve afhandeling van een ventvergunning (een vergunning om goederen op straat of aan de deur te verkopen). De heer Van Vliet heeft op 1 april 1940 een brief gestuurd, waarop deze brief het antwoord is.
De kernpunten zijn:
1. Boekjaar: De leges voor de vergunning worden per jaar berekend, lopend van 1 juni tot 31 mei.
2. Kosten: Voor het lopende jaar (1939/1940) moet nog ƒ 5,- betaald worden als hij vóór 1 juni wil venten. Voor het nieuwe jaar (vanaf 1 juni 1940) is opnieuw ƒ 5,- verschuldigd.
3. Procedure: Verlenging van de vergunning vereist een persoonlijk bezoek aan het kantoor van de betreffende dienst.
De gebruikte terminologie ("ventgeld", "a.s.", "derhalve", "u zich... vervoegt") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van het midden van de 20e eeuw.
Historische Context
Dit document stamt uit april 1940, slechts enkele weken voor de Duitse inval in Nederland op 10 mei 1940. Het laat zien dat de normale burgerlijke administratie en regelgeving in de laatste dagen voor de oorlog nog onverstoord doorgingen.
Het bedrag van 5 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag voor een kleine zelfstandige of straatverkoper. De noodzaak voor een ventvergunning wijst op de strikte regulering van de handel door gemeenten in die periode, vaak bedoeld om overlast te beperken en belastinginkomsten te verzekeren. De Charbonlaan in Sassenheim bestaat nog steeds, wat de lokale context van het document bevestigt.