Handgeschreven klachtbrief.
Origineel
Handgeschreven klachtbrief. 4 juli 1940. B. Kleef, Vrolikstraat 94, Amsterdam. [Links boven:]
a’dam 4-7-’40
[Midden boven, paars stempel:]
Nº 72/26/1 M. 1940 5/4
[Rechts boven, handgeschreven:]
mi. mop [?]
[Inhoud:]
Weled geb. Heer.
Beleefd verzoekt ondergetekende
u van deze klacht nota te nemen.
Ik drijf een winkel in zuurwaren.
in perceel Vrolikstraat 94. sinds
eenige tijd echter ondervind ik
veel last van een straatventer in
zuurwaren die onrechtmatig
een standplaats inneemt op hoek
Beukenweg - Vrolikstraat en zodoende
mij verkoop belemmert. voornamelijk
op vrijdags en zondags namiddag.
Hopende dat u zoo goed wil zijn
hiervoor de nodige maatregelen te
nemen, verblijf ik Hoogachtend
[Handtekening:] B. Kleef
N.B. Ook is deze persoon niet [in] bezit van een
ventvergunning Vrolikstraat 94
[Rechts onder:]
72
--- * Kern van de klacht: De briefschrijver, B. Kleef, klaagt over oneerlijke concurrentie. Hij exploiteert een vaste winkel in zuurwaren (zoals augurken en uitjes) aan de Vrolikstraat. Een ambulante straathandelaar (venter) staat volgens hem illegaal op de hoek van de straat, precies op de drukste tijden (vrijdag- en zondagmiddag), wat de omzet van de vaste winkel schaadt.
* Juridisch argument: Kleef voert aan dat de venter niet alleen op een onjuiste plek staat ("onrechtmatig een standplaats inneemt"), maar ook dat de persoon in kwestie überhaupt geen "ventvergunning" heeft.
* Stijl: De brief is geschreven in de formele, eerbiedige stijl die destijds gebruikelijk was bij correspondentie met de overheid of politie ("Beleefd verzoekt", "Weled geb. Heer").
* Annotaties: Het stempel "M. 1940" duidt waarschijnlijk op de afdeling "Marktwezen" van de gemeente Amsterdam, die verantwoordelijk was voor standplaatsen en vergunningen.
--- * Tijdsbeeld: De brief dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Duitse inval in Nederland. Hoewel de bezetting net was begonnen, liep het dagelijks leven en de bureaucratie van de gemeente Amsterdam in eerste instantie door. Kleine middenstanders stonden onder economische druk en waren zeer alert op illegale concurrentie.
* Locatie: De Vrolikstraat en de Beukenweg liggen in de Oosterparkbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een volksbuurt met veel kleine neringdoenden. Zuurwaren waren in die tijd een populair en goedkoop volksvoedsel.
* Sociaal-economisch: De brief illustreert de strijd tussen de gevestigde winkelier (met vaste lasten en huur) en de ambulante handel. De zondagmiddag wordt specifiek genoemd als piekmoment voor de verkoop, wat aangeeft dat dit een belangrijk moment was voor de buurtbewoners om inkopen te doen of te wandelen. B. Kleef N.B. Ook Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie
Samenvatting
- Kern van de klacht: De briefschrijver, B. Kleef, klaagt over oneerlijke concurrentie. Hij exploiteert een vaste winkel in zuurwaren (zoals augurken en uitjes) aan de Vrolikstraat. Een ambulante straathandelaar (venter) staat volgens hem illegaal op de hoek van de straat, precies op de drukste tijden (vrijdag- en zondagmiddag), wat de omzet van de vaste winkel schaadt.
- Juridisch argument: Kleef voert aan dat de venter niet alleen op een onjuiste plek staat ("onrechtmatig een standplaats inneemt"), maar ook dat de persoon in kwestie überhaupt geen "ventvergunning" heeft.
- Stijl: De brief is geschreven in de formele, eerbiedige stijl die destijds gebruikelijk was bij correspondentie met de overheid of politie ("Beleefd verzoekt", "Weled geb. Heer").
- Annotaties: Het stempel "M. 1940" duidt waarschijnlijk op de afdeling "Marktwezen" van de gemeente Amsterdam, die verantwoordelijk was voor standplaatsen en vergunningen.
Historische Context
- Tijdsbeeld: De brief dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Duitse inval in Nederland. Hoewel de bezetting net was begonnen, liep het dagelijks leven en de bureaucratie van de gemeente Amsterdam in eerste instantie door. Kleine middenstanders stonden onder economische druk en waren zeer alert op illegale concurrentie.
- Locatie: De Vrolikstraat en de Beukenweg liggen in de Oosterparkbuurt in Amsterdam-Oost. Dit was een volksbuurt met veel kleine neringdoenden. Zuurwaren waren in die tijd een populair en goedkoop volksvoedsel.
- Sociaal-economisch: De brief illustreert de strijd tussen de gevestigde winkelier (met vaste lasten en huur) en de ambulante handel. De zondagmiddag wordt specifiek genoemd als piekmoment voor de verkoop, wat aangeeft dat dit een belangrijk moment was voor de buurtbewoners om inkopen te doen of te wandelen.