Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 142
Dossier 17
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt ambtelijk schrijven (vervolgblad van een brief).

13 mei 1937.

Origineel

Getypt ambtelijk schrijven (vervolgblad van een brief). 13 mei 1937. 2e Vervolg brief d.d. 13 Mei 1937, Afd. L.M., No. 269.

pelijk. Een vaste wijklooper is geen venter in den feitelijken zin. Hij heeft zijn vaste klanten, waarbij hij op geregelde tijden komt "hooren" en is niet zooals de venter "op zoek naar klanten". Ik wil hiermede niet zeggen, dat zoo'n vaste wijklooper nooit aan anderen dan aan zijn vaste klanten verkoopt. Natuurlijk komt [in de kantlijn: si.] dat voor. Doch in zoo'n geval zoekt hij den kooper niet op, doch de kooper komt bij hem. Dit is ook het geval bij brood- en melkbezorgers.

Het nut van deze contrôle is zeer gering en kan ook niet van veel beteekenis zijn. Ondanks een bijna 3-jarige contrôle, gedurende welken tijd vele vaste wijkloopers urenlang zijn nagegaan, is het resultaat niet anders geweest, dan dat eenige processen-verbaal zijn opgemaakt. Geen enkele vaste wijklooper is door deze [in de kantlijn: si.] contrôle van de straat verdwenen, zooals U in Uw bovenaangehaald rapport mededeelt. Ook personen, die een "wijk" willen opbouwen en daartoe vaste klanten noodig hebben, staan daartoe middelen ten dienste, welke de ventverordening niet verbiedt en dus zullen zij zich door het toezicht Uwer controleurs niet laten weerhouden.

Ik acht het overigens niet goed mogelijk, daargelaten de vraag of het wenschelijk zou zijn, om deze categorie van straatkooplieden onder de ventverordening te brengen. Door de Kroon zijn den laatsten tijd met het oog op de belangen van den winkelstand en den zelfstandigen kleinhandel te veel verordeningen van gemeentebesturen, welke zich op dit terrein hadden begeven, vernietigd om niet met grond te kunnen verwachten, dat ook de verordening van Amsterdam groot gevaar zou loopen.

In verband hiermede ben ik van oordeel, dat het toezicht op [in de kantlijn: si. met verticale streep] de vaste wijkloopers zich moet bepalen tot de gevallen, waarin kennelijk sprake is van venten. Het zal echter wel noodzakelijk zijn, dat op bepaalde tijdstippen steekproef-contrôles worden uit- * Juridische argumentatie: De auteur betoogt dat 'vaste wijkloopers' (zoals bezorgers die vaste routes rijden) wezenlijk verschillen van 'venters' (die actief op straat naar willekeurige kopers zoeken). De kern van het onderscheid ligt in de bestaande klantrelatie en de regelmaat van het bezoek.
* Effectiviteit van handhaving: Er wordt scherpe kritiek geuit op de controleurs. Ondanks drie jaar intensief toezicht is er nauwelijks resultaat geboekt. De auteur suggereert dat de huidige controles zinloos zijn omdat wijkloopers zich binnen de mazen van de wet (de ventverordening) bewegen.
* Bestuurlijke spanning: Het document wijst op een conflict tussen lokaal Amsterdams beleid en de landelijke overheid ("de Kroon"). De Kroon vernietigde destijds vaker gemeentelijke verordeningen die de vrije handel te veel beperkten of de belangen van de gevestigde middenstand (winkeliers) bovenmatig probeerden te beschermen via indirecte weg.
* Beleidsadvies: De auteur adviseert om het toezicht te beperken tot evidente gevallen van venten en enkel nog steekproefsgewijs te controleren, om te voorkomen dat de gehele Amsterdamse verordening door de hogere overheid vernietigd wordt. Dit document stamt uit 1937, een periode waarin de economische nasleep van de crisis nog voelbaar was. Er was veel spanning tussen gevestigde winkeliers en ambulante handelaren (straatverkopers). Winkeliers zagen straathandel vaak als oneerlijke concurrentie omdat zijzelf wel hoge vaste lasten (huur, belastingen) hadden. Gemeenten probeerden dit te reguleren via 'ventverordeningen'.

Tegelijkertijd was er vanuit de rijksoverheid een tendens om de wildgroei aan lokale beperkende regels in te dammen. De discussie over het onderscheid tussen een 'bezorger/wijklooper' en een 'venter' was cruciaal voor de handhaafbaarheid van de openbare orde en de bescherming van de lokale economie. Het document geeft een inkijkje in de ambtelijke worsteling met de definitie van ondernemerschap op straat in het Amsterdam van de jaren dertig.

Samenvatting

  • Juridische argumentatie: De auteur betoogt dat 'vaste wijkloopers' (zoals bezorgers die vaste routes rijden) wezenlijk verschillen van 'venters' (die actief op straat naar willekeurige kopers zoeken). De kern van het onderscheid ligt in de bestaande klantrelatie en de regelmaat van het bezoek.
  • Effectiviteit van handhaving: Er wordt scherpe kritiek geuit op de controleurs. Ondanks drie jaar intensief toezicht is er nauwelijks resultaat geboekt. De auteur suggereert dat de huidige controles zinloos zijn omdat wijkloopers zich binnen de mazen van de wet (de ventverordening) bewegen.
  • Bestuurlijke spanning: Het document wijst op een conflict tussen lokaal Amsterdams beleid en de landelijke overheid ("de Kroon"). De Kroon vernietigde destijds vaker gemeentelijke verordeningen die de vrije handel te veel beperkten of de belangen van de gevestigde middenstand (winkeliers) bovenmatig probeerden te beschermen via indirecte weg.
  • Beleidsadvies: De auteur adviseert om het toezicht te beperken tot evidente gevallen van venten en enkel nog steekproefsgewijs te controleren, om te voorkomen dat de gehele Amsterdamse verordening door de hogere overheid vernietigd wordt.

Historische Context

Dit document stamt uit 1937, een periode waarin de economische nasleep van de crisis nog voelbaar was. Er was veel spanning tussen gevestigde winkeliers en ambulante handelaren (straatverkopers). Winkeliers zagen straathandel vaak als oneerlijke concurrentie omdat zijzelf wel hoge vaste lasten (huur, belastingen) hadden. Gemeenten probeerden dit te reguleren via 'ventverordeningen'.

Tegelijkertijd was er vanuit de rijksoverheid een tendens om de wildgroei aan lokale beperkende regels in te dammen. De discussie over het onderscheid tussen een 'bezorger/wijklooper' en een 'venter' was cruciaal voor de handhaafbaarheid van de openbare orde en de bescherming van de lokale economie. Het document geeft een inkijkje in de ambtelijke worsteling met de definitie van ondernemerschap op straat in het Amsterdam van de jaren dertig.

Kooplieden in dit dossier 78

W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein **739**
W. Fruithof Waterlooplein 374
W. Fruithof Waterlooplein 750
W. Fruithof Waterlooplein 739
W. Fruithof Waterlooplein + 11
A. H. Klaassens Reservist Nieuwmarkt in 1944 : f. 100.-
A.J.I. Barbiers Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein **637**
A. W. Rijkvoort [X] Uilenburg in 1942 : " 100.-
M. Planten Waterlooplein 594
M. Planten Waterlooplein 564
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 125
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 127
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 173
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 162
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein + 58
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein 118
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein **173**
B. Velthuis Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1941 100.- en 1943 " 100.-
C. Bakker [X] Wachtl. Nieuwmarkt in 1945 : " 100.-
C. Blom Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
J. Renz. Waterlooplein 419
J. Renz. Waterlooplein - 54
J. Renz. Waterlooplein 421
J. Renz. Waterlooplein
C. Paats Uilenburg 1938: " 100.- ; id. ; en 1940: " 100.-
C. Zeeman Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.- en 1942 f 100.-
Alle 78 kooplieden →