Ambtelijk vervolgblad (nr. 3) van een rapport of brief.
Origineel
Ambtelijk vervolgblad (nr. 3) van een rapport of brief. kooper opzoekt of omgekeerd een (3.
kooper een venter; beide gevallen worden
als "venter" in den zin der Ventverordening
beschouwd; vide het slot van de eerste
alinea op vervolgblad 2 van Uw rapport).
Met deze groep van venters moet de
contrôleur zich wel bemoeien; bij
inkrimping dezer contrôle zal het aantal
klachten van de bona fide venters zoodanig
toenemen, dat daardoor de Ventverordening
in gevaar zou worden gebracht.
De opmerking, dat geen enkele vaste
wijklooper door de contrôle van de
straat is verdwenen, moge op zichzelf
juist zijn, doch daar staat tegenover,
dat een aantal van deze zoogenaamde
wijkloopers er, door onze contrôle
toe is gebracht om alsnog een ventvergunning
aan te vragen, respectievelijk een voor
hen gereed liggende ventvergunning
alsnog op te vragen, of een ingeleverde
ventvergunning opnieuw terug te
vragen.
"Het spreekt vanzelf, dat in den eersten tijd
"van de Verordening dit toezicht zeer
"scherp moest zijn. Thans echter kennen
"de straatverkoopers de regeling en weten
"zij enz."
Dat de venters de regeling niet
kennen of niet willen kennen wordt
bewezen door het aantal processen-
verbaal, dat wegens overtredingen
der Ventverordening wordt opgemaakt.
Dit aantal vermindert niet, integendeel.
Ik moge U er overigens op wijzen,
dat het aantal ventcontrôleurs, dat
daadwerkelijk is belast met ventcontrôle,
sedert de invoering der Ventverordening
reeds belangrijk is verminderd, doordat
velen van hen mede zijn belast met
werkzaamheden op de dagmarkten.
Men kan wel zeggen, dat gemiddeld
7 à 8 contrôleurs met deze contrôle
zijn belast, doch op Zaterdag is dit aantal
belangrijk minder en moet het zelfs
op vier 4 worden gesteld. (vide vervolgblad
15 van mijn rapport dd. 24 Maart jl.
no. 10/3/5 M. 1937). Bij dit aantal is
dan nog in het geheel geen rekening
gehouden met een zekere reserve voor
vervanging van marktpersoneel bij ziekte
of verlof of voor vervanging der contrôleurs
zelve. De tekst is een ambtelijk betoog over de noodzaak van strikte controle op straathandel (venten). De schrijver reageert op een eerder rapport en voert argumenten aan om de personele bezetting van de "ventcontrôle" te verdedigen of te verklaren.
Kernpunten uit de analyse:
* Definitie: Er wordt verwezen naar de juridische definitie van een 'venter' volgens de plaatselijke verordening.
* Preventie en Regulering: De controle heeft geleid tot een toename in legale aanvragen van ventvergunningen, wat als een succes van het beleid wordt gezien.
* Handhaving: De schrijver weerlegt de stelling dat handelaren de regels inmiddels wel kennen; het stabiele of stijgende aantal processen-verbaal bewijst volgens hem het tegendeel.
* Personeelstekort: Er is sprake van een onderbezetting, vooral op zaterdagen, omdat personeel ook op de reguliere dagmarkten moet worden ingezet. Er is geen marge voor ziekte of verlof. Het document dateert uit maart 1937, een periode waarin de economische gevolgen van de Grote Depressie nog merkbaar waren in Nederland. Straathandel was voor velen een laatste redmiddel om een inkomen te vergaren, wat leidde tot een wildgroei aan venters. Gemeenten probeerden dit te reguleren via strenge Ventverordeningen om de gevestigde winkelier te beschermen en de openbare orde te handhaven. De geciteerde datum en het dossiernummer (10/3/5 M. 1937) duiden op een interne correspondentie binnen een gemeentelijk apparaat (waarschijnlijk de politie of de marktdienst van een grote stad zoals Amsterdam).