Handgeschreven concept-rapport of interne correspondentie met uitgebreide correcties en kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven concept-rapport of interne correspondentie met uitgebreide correcties en kanttekeningen. Verwijst naar een rapport van "24 Maart jl." (jaartal onbekend, vermoedelijk eerste helft 20e eeuw op basis van spelling en terminologie). [Linker marge:]
Zoo mogelijk hierbij cijfers geven van gelijkwaardige perioden
! dat daadwerkelijk is belast met ventcontrole
± zie pag 4a)
meer boven?
Op grond hiervan acht ik de besparing van twee straatcontroleurs niet mogelijk.
Vervolgblad 4 / 2e alinea
[Hoofdtekst:]
aantal processen verbaal, dat wegens overtredingen der ventveron- [verordening] wordt opgemaakt; dit aantal vermindert niet; integendeel.
Hierbij Ik moge U er overigens op wijzen, dat het aantal ventcontroleurs [belangrijk] reeds [mede] is verminderd doordat velen van hen zijn belast met werkzaamheden op de dagmarkten. Men kan wel zeggen, dat (gemiddeld) 7 à 5 contrôleurs met deze contrôle zijn belast, doch op Zaterdag is dit aantal belangrijk minder en moet het zelfs op 4 worden gesteld (vide vervolgblad 15 van mijn rapport dd. 24 Maart jl. no 15/3/5 No 4937).
[Doorgehaalde passage:] staat aangegeven, dat de vaste vaststelling van meerder markten beteekent, dat het aantal uren effectieve ventcontrôle vermindert. De markt aan het Morsplein en de binnenstad is daarvan een voorbeeld, terwijl ook de automarkt met het bestaande personeel zal worden bezet.
M.i. moet men dan ook de mogelijkheid van de uitvoerbaarheid van de bezuiniging op de straatcontrôle steeds zien in verband met de noodzakelijke [personeels]bezetting van de dagmarkten.
Indien U ertoe [zou] overgaan 4 contrôleurs te ontslaan, dan zou dit beteekenen, dat op Zaterdag geen enkel man beschikbaar zou zijn voor ventcontrôle. De twee immers doen n.l. op Zaterdag dienst op een dagmarkt, daar dan de betaalkantoren gesloten zijn, en deze rouwen [?] dus door twee ventcontroleurs vervangen moeten worden.
Het is m.i. duidelijk, dat dit op den dag, dat de meeste venters op straat zijn, een onhoudbare toestand zou beteekenen. [Ingevoegde zin:] Mijn conclusie is dan ook dat de straatcontrole het minimum is bereikt, dat voor een stad als de onze noodzakelijk is. I het overzicht over de ventersdichtheid.
In mijn bovenaangehaald rapport dd. 24 Maart jl. berichtte ik U op vervolgblad 2 en vervolgblad 4 o.a. over het systeem der huidige contrôle. Daaruit blijkt dat bij de gewone contrôle niet iedere venter wordt aangehouden; slechts in de zgn. verhrayons [?] wordt iedere venters [?] De kern van dit document is een administratief verweer tegen een voorgenomen inkrimping van het aantal controleurs. De schrijver (waarschijnlijk een inspecteur of afdelingshoofd) voert de volgende argumenten aan:
1. Werkdruk: Het aantal processen-verbaal wegens overtredingen van de ventverordening neemt niet af, maar juist toe.
2. Dubbelrollen: Veel controleurs worden al ingezet op dagmarkten, waardoor de eigenlijke straatcontrole onderbezet is.
3. Kritieke momenten: Vooral op zaterdag, de drukste dag voor straathandel, is de bezetting minimaal (slechts 4 man).
4. Onmogelijkheid van bezuiniging: Als er vier controleurs worden ontslagen, blijft er op zaterdag feitelijk niemand over voor de algemene straatcontrole, wat tot een "onhoudbare toestand" zou leiden.
5. Efficiëntie: Er wordt nu al selectief gecontroleerd; niet elke venter wordt gecontroleerd vanwege personeelsgebrek.
Het document is een 'werkdocument': de vele correcties en marge-notities laten zien hoe de argumentatie werd aangescherpt voordat het definitieve rapport werd ingediend. In de vroege 20e eeuw was straathandel (venten met karren, manden of vanuit de hand) een essentieel onderdeel van de stedelijke economie, maar ook een bron van zorg voor het stadsbestuur. Gemeenten probeerden de overlast te beperken en de hygiëne te waarborgen via 'Ventverordeningen'.
De tekst noemt het Morsplein, wat wijst op Leiden. In die periode was de marktcontroleursdienst vaak een onderdeel van de politie of een specifieke gemeentelijke controledienst. De spanning tussen de wens van het stadsbestuur om te bezuinigen en de noodzaak van handhaving op straat is een terugkerend thema in de gemeentelijke archieven uit het interbellum. De verwijzing naar "betaalkantoren" suggereert dat marktmeesters of controleurs ook betrokken waren bij de inning van marktgelden of staangelden.