Ambtelijk rapport of memorandum (vervolgblad).
Origineel
Ambtelijk rapport of memorandum (vervolgblad). (Pagina 4)
Iedere aanwijzing van nieuwe
markten beteekent, dat het aantal
uren effectieve ventcontrole vermindert.
De markt aan het Mosplein is daarvan
een voorbeeld, terwijl ook de automarkt
met het bestaande personeel zal worden
bezet. M.i. moet men dan ook de
mogelijkheid van de uitvoerbaarheid
van de bezuiniging op de straatcontrole
steeds zien in verband met de nood-
zakelijke personeelsbezetting van de dag-
markten.
Indien U ertoe zou overgaan 4
controleurs, i.p.v. 2 straatcontroleurs
en 2 inners, te ontslaan, dan zou dit
beteekenen, dat op Zaterdag geen enkel uur
beschikbaar zou zijn voor ventcontrole.
De twee inners doen nl. op Zaterdag dienst
op een dagmarkt, ~~doen aan~~ de betaalkan-
~~toren zijn op dien dag~~ en deze zouden dus door
twee ventcontroleurs vervangen moeten
worden. Het is m.i. duidelijk, dat dit
op den dag, dat de meeste venters op
straat zijn, een onhoudbaren toestand zou
beteekenen.
Mijn conclusie is dan ook,
dat t.a.v. de straatcontrole het de
minimum personeelsbezetting is bereikt,
die voor een stad met een omvang als
Amsterdam, noodzakelijk is.
Op grond hiervan acht ik de besparing
van twee straatcontroleurs niet mogelijk.
vervolgblad 4 | "het inzicht over de ventersdichtheid"
2e alinea |
In mijn bovenaangehaald rapport dd.
24 Maart jl. berichtte ik op vervolgbladen 2 en
4 o.a. over het systeem der huidige
controle. Daaruit blijkt, dat bij de gewone
controle niet iedere venter wordt aange-
houden; slechts in de zoogenaamde werk-
rayons wordt iedere venter gecontroleerd
of geteld. Het inzicht in de ventersdichtheid
blijkt dus niet uit het gewone dagrapport, doch
alleen uit de gegevens betreffende de werk-
rayons.
(Onderaan het blad bevindt zich een doorgehaalde tekst, die deels ondersteboven is geschreven en vermoedelijk een kladversie van een andere paragraaf betreft.) De schrijver van dit rapport (waarschijnlijk een inspecteur of afdelingshoofd van de Amsterdamse marktdienst) ageert tegen voorgenomen bezuinigingen op het personeel dat belast is met de controle op straathandel ("ventcontrole"). De kernargumenten zijn:
- Toenemende werklast: Elke nieuwe markt (zoals de genoemde markt aan het Mosplein en de automarkt) onttrekt capaciteit aan de algemene straatcontrole.
- Kritieke ondergrens: Het ontslaan van twee controleurs en twee 'inners' (beambten die marktgeld innen) zou ertoe leiden dat er op zaterdagen — de drukste dag voor straathandel — helemaal geen controleurs meer beschikbaar zijn, omdat zij de taken van de inners moeten overnemen bij de betaalkantoren.
- Methodiek van controle: De schrijver legt uit dat reguliere dagrapporten geen goed beeld geven van de werkelijke "ventersdichtheid". Alleen in specifieke "werkrayons", waar elke venter systematisch wordt gecontroleerd en geteld, krijgt men een reëel beeld van de drukte.
De toon is formeel en waarschuwend; de schrijver stelt onomwonden dat het minimum aan personeel voor een stad als Amsterdam reeds is bereikt. Dit document biedt een inkijkje in de naoorlogse (of laat-interbellum) bureaucratie van de gemeente Amsterdam. In deze periode was de straathandel strikt gereguleerd via een systeem van vergunningen en marktgelden. De "inners" en "controleurs" vormden de ruggengraat van de handhaving. De vermelding van het Mosplein (Amsterdam-Noord) is interessant, aangezien deze markt in de jaren '20 en '30 opkwam. De spelling (met 'oo' en 'ee' in gesloten lettergrepen zoals beteekent en onhoudbaren) wijst op een datering van vóór de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), wat suggereert dat de bezuinigingsdiscussie mogelijk samenhangt met de economische crisis van de jaren '30.