Handgeschreven concept-notitie of ambtelijk rapport.
Origineel
Handgeschreven concept-notitie of ambtelijk rapport. (Bovenaan rechts: 3.)
~~Overigens merk ik er op nog dat de controleurs zich ook thans zeer weinig bemoeien met de betalingen der ventgelden. Dit zal onder de nieuwe regeling hun taak dus niet veranderen.~~
(In de linkermarge: Vervolgblad 1 onderaan en volgende blad 2)
Het begrip "bedienen van vaste klanten".
Ik ben het met U eens, dat controle op de bona fide "vaste klanten bediener" niet veel zin heeft. Deze menschen venten niet of nagenoeg niet. Er ontwikkelt zich echter een categorie personen, welke er zeer goed op de hoogte is, dat tegen vaste wijkloopers niet kan worden opgetreden en die hiervan trachten te profiteeren. Ook zij doen zich als zoodanig voor, doch in wezen blijven het venters, die altijd zullen trachten aan niet-klanten te verkoopen. (Ik moge u erop wijzen, dat het geen verschil maakt, of een venter een kooper opzoekt of omgekeerd een kooper een venter; beide gevallen worden als venten in de zin der Ventverordening berekend; zie het slot van de eerste alinea op vervolgblad 2 moet in rapport). Met deze groep van venters ~~moet de controleur zich in meerdere mate bemoeien, zodat de schijncontrole zal~~ zal een scherperen controle wel moeten worden toegepast.
(In de linkermarge bij deze alinea: 1 niet in het bezit van een ventvergunning is (doordat de vergunning is ingetrokken, of doordat ze nimmer een ventvergunning gehad hebben) en welke)
Het is een feit, dat de controle op deze groep het moeilijkst is, daar men immers zooveel mogelijk probeert het venten niet te toonen. ~~Het lijkt mij echter ongewenscht deze groep te laten gaan, daar dan de klachten van de bona fide venters zoodanig toenemen, dat daardoor de ventverordening op een bepaalde wijze zou worden gebruikt.~~
De opmerking, dat geen enkele vastewijklooper door de controle van de straatverkoop afgehouden zou mogen worden, is op zichzelf juist, doch dat door deze maatregel vele van deze wijkloopers door onze controle tot venten worden gebracht en vroeger alsnog een vergunning respectievelijk vervolgblad 3 opvroegen. Integendeel vragen vele venters, die hun vaste klanten te bedienen, hun vergunningen hebben ingeleverd omdat zij niet wilden venten, terwijl velen deze weer hebben opgezocht.
(Onderaan het blad: Vervolgblad 3)
"Het spreekt vanzelf, dat in den eersten tijd van de nieuwe "Verordening" dit toezicht zeer scherp moet zijn. Thans echter kennen de straatverkoopers de regeling alsnog en weten zij ook."
Dat de venters de regeling moet kennen of willen kennen wordt bewezen door het (een van hun ingeleverde ventvergunningen opnieuw aan te vragen). * Inhoudelijke kern: De auteur bespreekt de moeilijkheid van het toezicht op straathandel. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 'bona fide' wijkverkopers (die alleen vaste klanten bedienen en dus geen vergunning nodig hebben) en 'oneigenlijke' wijkverkopers die de regels omzeilen om toch te venten (aan willekeurige voorbijgangers verkopen).
* Juridische context: De tekst verwijst expliciet naar de "Ventverordening". De discussie draait om de bewijslast: wanneer is er sprake van 'venten' en wanneer van het 'bedienen van vaste klanten'. De auteur stelt dat het initiatief (wie zoekt wie op) voor de wet niet uitmaakt.
* Redactionele staat: Het document is een werkverslag. De auteur corrigeert zichzelf voortdurend om de argumentatie aan te scherpen. De opmerking "moet in rapport" wijst erop dat deze tekst dient als voorbereiding voor een officieel stuk. * Historisch: Dit document stamt waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw (gezien de spelling "kooper", "menschen" en het gebruik van de genitief "der"). In deze periode probeerden gemeenten de straathandel strikter te reguleren om de gevestigde middenstand te beschermen tegen ongecontroleerde concurrentie.
* Sociaal-economisch: Het document illustreert de spanning tussen de informele straateconomie en de opkomende bureaucratische regelzucht. Venters probeerden mazen in de wet te vinden (zoals het claimen van 'vaste klanten') om heffingen en controles te ontwijken.
* Administratief: Het geeft inzicht in de interne keuken van de inspectie of politie die belast was met het markttoezicht. Het toont de pragmatische afweging: waar heeft controle zin en waar is het verspilde moeite?