Ambtelijk schrijven / rapportage (pagina 2 en 7 van een groter dossier).
Origineel
Ambtelijk schrijven / rapportage (pagina 2 en 7 van een groter dossier). 24 maart (jaar waarschijnlijk 1937, gezien de context van de ventverordening van 1934). Onbekend (vermoedelijk een hoofdinspecteur of afdelingshoofd van de Marktpollitie/Marktwezen). 2 24 Maart 7
18/3/5 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
uiteraard niemand weet, hoeveel aspirant-overtreders zich
door de bovenbedoelde, preventieve werking laten weerhouden;
maar zy is m.i. van nog meer belang, dan de repressieve taak,
die de contrôleurs door hun contrôle op de houders van vent-
vergunningen en door het optreden tegen venters zonder ver-
gunning vervullen. In dit verband moge ik eraan herinneren,
dat tal van personen hier ter stede voorgeven, dat zy vaste
klanten bedienen, weshalve zy geen ventvergunning zouden noo-
dig hebben. Hoewel het aantal ventvergunninghouders sinds
September 1934 is teruggeloopen van ± 7000 tot ± 4800, zoo
wil dit niet zeggen, dat het aantal venters eveneens dermate
is verminderd. Honderden venters hebben, voorgevende vaste
klanten te bedienen, hun ventvergunning ingeleverd, terwyl
vele anderen zich, zonder vergunning - eveneens onder voor-
wendsel, dat zy vaste klanten bedienen - in den straathandel
hebben begeven. Het ware m.i. gewenscht naar den omvang van
dit verschynsel een onderzoek te doen instellen; het zou niet
onmogelyk zyn, dat dan zou blyken, dat het aantal straathande-
laren niet is afgenomen.
De cyfers, welke U regelmatig worden verstrekt, be-
treffende de aantallen contrôles en processen-verbaal, die
door de contrôleurs zyn opgemaakt, hebben uiteraard alleen
betrekking op het bovenaangeduide repressieve gedeelte van hun
taak. Met betrekking tot het aantal contrôles diene, dat het
zeer goed mogelyk is, om een grooter aantal te doen verrichten,
dan door de contrôleurs pleegt te worden opgegeven. Dit zou
echter in de practyk niet nuttig zyn, omdat de contrôleurs
dan telkens opnieuw tal van venters moeten staande houden,
die nog op de voorgaande dagen werden gecontrôleerd en waar-
van bekend is, dat zy niet in overtreding zyn.
Invoering van het huidige contrôle-systeem.
Toen in September 1934 de ventverordening in wer-
king trad, is niet terstond het thans gebruikelyke contrôle-
systeem ingevoerd. Aanvankelyk werden de contrôleurs in een
bepaalde ventwyk (district) te werk gesteld, zonder dat hun * Onderwerp: De handhaving van de Amsterdamse ventverordening en de effectiviteit van het toezicht op straathandelaren.
* Kernargumenten:
1. Preventie vs. Repressie: De auteur stelt dat de preventieve werking van toezicht (het ontmoedigen van overtredingen) belangrijker is dan louter het uitschrijven van boetes (repressie).
2. Schijnbare afname: Hoewel het aantal officiële vergunninghouders fors is gedaald (van ca. 7000 naar 4800), vermoedt de auteur dat de werkelijke straathandel niet is afgenomen. Veel venters omzeilen de verordening door te claimen dat zij "vaste klanten" bedienen, waardoor zij juridisch buiten de vergunningsplicht proberen te vallen.
3. Kwaliteit van de controle: Er wordt gewaarschuwd tegen een blinde focus op het aantal uitgevoerde controles. Het simpelweg verhogen van dit aantal leidt tot inefficiëntie (het herhaaldelijk lastigvallen van bonafide venters).
* Toon: Zakelijk, adviserend en kritisch ten aanzien van de beschikbare statistieken. Dit document stamt uit de jaren dertig, een periode van diepe economische crisis (de Grote Depressie). In Amsterdam was de straathandel voor velen een laatste redmiddel om aan de werkloosheid te ontsnappen. Dit leidde tot een enorme wildgroei aan venters, wat weer zorgde voor overlast en oneerlijke concurrentie voor gevestigde winkeliers.
Om deze situatie te beheersen, voerde de gemeente Amsterdam in september 1934 een nieuwe, strengere ventverordening in. Deze verordening introduceerde een strikt vergunningenstelsel. Zoals uit dit document blijkt, zochten veel Amsterdammers direct naar mazen in de wet, zoals de uitzondering voor het bedienen van vaste klanten aan huis. De tekst illustreert de bureaucratische strijd van de gemeente om grip te krijgen op de informele economie in een tijd van grote sociale nood.