Administratief verslag of instructie betreffende markttoezicht.
Origineel
Administratief verslag of instructie betreffende markttoezicht. 24 maart (jaar onbekend op dit blad, maar de tekst verwijst naar een besluit uit 1934). 12 24 Maart 7
18/3/5 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
d. Handhaving der orde en toezicht.
Naast de uitgifte van marktplaatsen en de inning der marktgelden is de marktambtenaar belast met de handhaving der orde en het toezicht op de naleving der bepalingen, regelende de bezetting der marktplaatsen door rechthebbenden (artikel 16 en 17), de assistentie en vervanging (artikel 19 en 20), de wyze waarop met een kraam of kar mag worden uitgestald (artikel 26), verschillende verbodsbepalingen o.a. inzake het standwerken, het plaatsen van kisten, manden enz. (artikel 21, 23 en 27).
De ambtenaar is tevens belast met het contrôleeren van de deugdylykheid van de door de plaatshouders te gebruiken meet- en weegwerktuigen (artikel 22).
De ambtenaar zorgt verder voor de naleving van de ventverboden op of om de markten en voor de naleving van de ventverordening voor zoo ver hem dit in verband met het by Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 10 Augustus 1934 (No. 705 L.M. 1934) bepaalde, door den Directeur van het Markt-wezen is opgedragen.
e. Administratie.
Wekelyks wordt aan de hand van een door den ambtenaar bygehouden nominatief register (bylage H) der vaste plaatsen een contrôle-weekstaat (bylage K) ingevuld, die in duplo wordt gemaakt. Eén exemplaar gaat naar het hoofdkantoor en een blyft op het kantoor van den marktambtenaar.
In het nominatief register worden de nieuwe plaats-houders bygeschreven en de vervallen plaatsen doorgehaald.
Tevens doet dit register dienst als presentielyst. De ambtenaar houdt ter contrôle op de naleving van het by artikel 9a en 10b bepaalde, dagelyks presentie en houdt daarvan tevens dagelyks aanteekening op het register.
Eenmaal in de vier weken wordt door den ambtenaar een lyst (bylage L) ingezonden, waarop vermeld staan: de namen enz. van de vaste-plaatshouders en houders van voorkeurskaarten, die de markt niet geregeld hebben bezocht. Dit document is een ambtelijk overzicht van de taken en verantwoordelijkheden van de Amsterdamse marktambtenaar in de jaren '30. Het document is onderverdeeld in twee hoofdcategorieën:
- Handhaving en Toezicht (d): De ambtenaar fungeert als toezichthouder op de markt. Dit omvat niet alleen het toewijzen van plekken en innen van geld, maar ook het controleren van de uitstalling (kramen/karren), het tegengaan van ongewenst gedrag (zoals ongeoorloofd standwerken) en de technische keuring van weegschalen en meetinstrumenten. Ook de handhaving van ventverboden rondom de markt behoort tot zijn taken.
- Administratie (e): Er wordt een strikte bureaucratische procedure beschreven. De ambtenaar houdt registers bij van standplaatshouders, vult wekelijkse controlestaten in (in tweevoud) en houdt dagelijks de presentie bij. Er is sprake van een actieve controle op aanwezigheid; wie de markt niet regelmatig bezoekt, wordt gerapporteerd via een vierwekelijkse lijst.
De tekst hanteert de oude spelling (zoals "wyze", "dagelyks", "contrôle") en verwijst specifiek naar artikelen uit een marktreglement en een besluit van B&W uit 1934. Het document dateert van na augustus 1934 en weerspiegelt de verregaande regulering van de Amsterdamse markthandel tijdens het interbellum. In deze periode, gekenmerkt door economische crisis, was strikt toezicht op de distributie van levensmiddelen en de ordentelijke gang van zaken op de markt essentieel voor het stadsbestuur.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een belangrijke figuur in het Amsterdamse college, verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en de marktsector. De verwijzing naar het "Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 10 Augustus 1934" duidt op een tijdperk waarin de gemeente de grip op de informele handel (zoals het venten) probeerde te vergroten om de gevestigde markthandel te beschermen en de openbare orde te handhaven. Het systeem van presentielijsten en voorkeurskaarten wijst op een schaarste aan beschikbare marktplaatsen en een strikt beleid om actieve handel te stimuleren boven speculatie met standplaatsen.