Ambtelijk advies/notitie.
Origineel
Ambtelijk advies/notitie. 28 juli 1940. Door het uitbreken van den oorlog en de bijzon-
dere omstandigheden daarna, is het m.i. ondoen-
lijk de in den brief van den Wethouder van
3 Mei j.l. no 351 P.M. gestelde vragen te beant-
woorden.
Deze vragen toch hebben betrekking
op normale toestanden en komen dan ook
pas voor beantwoording in aanmerking
wanneer deze toestanden zich weer zullen
hebben hersteld.
De m.i. belangrijkste vraag van de
Wethouder, n.l. om na te gaan, hoeveel
venters gemiddeld per dag — gesplitst
tevens naar het artikel van hun handel —
in de verschillende stadswijken op straat
zijn, is wel te beantwoorden, doch zal
m.i. geen inzicht geven van de econo-
mische positie van de venter.
Wel heb ik nog doen nagaan op hoeveel
dagen de venters gedurende de maanden
Januari, Februari en Maart 1940
op straat in de verschillende stads-
wijken werden aangetroffen, gesplitst
naar het artikel van hun handel.
(zie bijgaande staten)
Achteraf bezien is het op deze wijze
verkregen materiaal echter onvol-
doende om thans de economische positie
van den venter te kunnen bepalen.
Ik geef U dan ook in overweging
de Wethouder te adviseeren, de
afdoening van deze aangelegenheid
voorloopig op te schorten.
28-7-'40
[Handtekening: De Haan] De auteur van dit document adviseert om een lopend onderzoek naar straatventers stop te zetten. De kern van het argument is dat de wereld door de inval van de Duitsers in mei 1940 fundamenteel is veranderd.
- Probleemstelling: De vragen die de wethouder op 3 mei 1940 stelde (slechts een week voor de Duitse inval), gingen uit van een "normale" economische situatie.
- Data-validiteit: Hoewel er statistieken zijn verzameld over het eerste kwartaal van 1940 (vóór de bezetting), worden deze door de auteur als irrelevant beschouwd voor de huidige situatie. De economische realiteit van de venter is door de oorlogsdreiging en de daaropvolgende bezetting onvoorspelbaar geworden.
- Conclusie: Er wordt voorgesteld om geen beleid te maken op basis van verouderde gegevens en de zaak uit te stellen ("op te schorten") tot er weer sprake is van een normale toestand. Dit document is een treffend voorbeeld van de bestuurlijke onzekerheid in Nederland tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting (juli 1940). De ambtelijke molens probeerden door te draaien, maar werden geconfronteerd met het feit dat vooroorlogse plannen en statistieken door de nieuwe realiteit (schaarste, distributie, veranderende regelgeving door de bezetter) in één klap waardeloos waren geworden. Straatventers waren destijds een prominente beroepsgroep in steden, vaak werkzaam aan de onderkant van de economie, waardoor hun positie extra gevoelig was voor de economische schokken van de oorlog.