Ambbtelijke brief/rapportage.
Origineel
Ambbtelijke brief/rapportage. 4 oktober 1940 (met een latere aantekening op 8 oktober 1940). Waarschijnlijk een afdelingshoofd of inspecteur (ondertekening lijkt "de Boer" of "de Haan"). "Aan den Heer Directeur van het Marktwezen" (vermoedelijk Amsterdam, gezien de terminologie en archiefkenmerken). No 72/27/9 M. 1940 4/10
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen.
Ingevolge telefonische opdracht van den Wethouder heeft van 3 t/m 14 September j.l. een telling plaatsgevonden van de venters in het bezit van een geldige ventvergunning, aangetroffen in de verschillende wijken.
Een overzicht van deze telling treft U in bijgaand overzicht aan.
Hoewel kan worden aangenomen, dat niet alle venters zijn aangehouden, die zich gedurende bovenvermelde periode op straat bevonden, o.a. vaste klantenbedieners (en ook wel marktkooplieden) die in het bezit zijn van een ventvergunning, blijkt uit de cijfers dat een zeer groot aantal venters buiten den straathandel hebben begeven.
De oorzaak van een en ander moet m.i. gezocht worden in schaarschte en duurte der artikelen.
Aangenomen kan worden dat dientengevolge een groot aantal venters in de werkverschaffing is opgenomen of in Deutschland is tewerkgesteld.
In maatschappelijke steun zijn momenteel ± 250 venters opgenomen.
8/10/40 AS [paraaf]
72/27/10 / 1 [rood potlood]
4/10 '40
de Boer [handtekening] De brief vormt een verslag van een telling onder straatventers in september 1940. De kernboodschap is dat het aantal actieve venters drastisch is afgenomen. De auteur analyseert de situatie helder: door de oorlogssituatie is er een tekort aan goederen ("schaarschte") en zijn de prijzen gestegen ("duurte"), waardoor de kleinschalige straathandel niet langer rendabel is.
Opvallend is de vermelding van de bestemming van deze voormalige venters. Ze zijn ofwel terechtgekomen in de werkverschaffing, ofwel tewerkgesteld in Duitsland. Dit laatste wijst op de vroege fase van de arbeidsinzet tijdens de bezetting. Daarnaast wordt gemeld dat ongeveer 250 venters nu afhankelijk zijn van de sociale bijstand ("maatschappelijke steun"). Het document illustreert hoe de oorlogseconomie direct invloed had op de onderkant van de arbeidsmarkt en de kleine zelfstandigen. Dit document is opgesteld slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). De "Directeur van het Marktwezen" was een belangrijke functionaris in grote steden zoals Amsterdam, verantwoordelijk voor de regulering van alle handel op straat en markten. In deze periode begon de bezetter de Nederlandse economie en arbeidsmarkt naar zijn hand te zetten. De overgang van zelfstandige straathandel naar werkverschaffing of tewerkstelling in Duitsland was een direct gevolg van de ontwrichting van de binnenlandse markt en de toenemende druk van de Duitse oorlogsindustrie op de Nederlandse bevolking. Marktwezen