Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 270
Dossier 5
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven concept-rapportage/brief.

21 november 1940.

Origineel

Handgeschreven concept-rapportage/brief. 21 november 1940. [Linksboven, gestempeld/genoteerd:]
21/11/40 188

[Linksboven, tekst:]
Concept
MNr 72/27/11
telling van het aantal
venters, dat op straat
is aangetroffen.

[Rechtsboven:]
Amsterdam 21 Nov. ’40.
w.e.d.

[Hoofdtekst:]
Ter vervolge op mijn rapport d.d.
8 October j.l. (Nr. 72/27/10 M) heb ik de eer
U te berichten, dat dezerzijds – overeenkomstig
Uw opdracht – is onderzocht ~~bij de~~
Gemeente Arbeidsbeurs, hoevelen van
de 1673 venters, die niet werden aangetroffen,
in de werkverschaffing ~~op~~ waren opgenomen
of in Duitschland ~~werk~~ te werk gesteld.
Gebleken is, dat in de werkverschaffing
waren opgenomen: 26 van de bedoelde
venters en dat 25 in Duitschland
werkzaam waren.

[Paraaf/Handtekening]

21/11 ’40 amp.

[Onderaan de pagina:]
in de periode van 3 tot en met 14 Sept. j.l. Het document is een ambtelijk concept waarin verslag wordt gedaan van een onderzoek naar de status van straatventers in Amsterdam tijdens de vroege maanden van de Duitse bezetting.

Uit de tekst blijkt dat er in de periode van 3 tot 14 september 1940 een telling is gehouden onder 1673 venters die op dat moment niet op straat werden aangetroffen. De autoriteiten wilden weten waar deze groep was gebleven. Via de Gemeente Arbeidsbeurs is achterhaald dat een klein deel (26 personen) in de werkverschaffing zat en een vergelijkbaar deel (25 personen) reeds in Duitsland werkzaam was. Opvallend is dat voor het overgrote deel van de 1673 venters geen directe verklaring wordt gegeven in dit korte overzicht.

De schrijfstijl is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten"). De doorhalingen wijzen op het concept-karakter van de tekst, waarbij de formulering tijdens het schrijven werd aangescherpt. Dit document dateert van november 1940, een half jaar na de Nederlandse capitulatie. In deze periode trachtte de bezetter, in samenwerking met het Nederlandse bestuursapparaat, de arbeidsmarkt strakker te organiseren. Straathandel werd vaak gezien als een vorm van "ongeorganiseerde arbeid" of "leegloperij" die men wilde kanaliseren naar de reguliere economie of de (toen nog deels op vrijwillige basis gestoelde) arbeidsinzet in Duitsland.

De vermelding van de "Gemeente Arbeidsbeurs" is cruciaal; deze instelling speelde een centrale rol bij de registratie en uitzending van werklozen. Hoewel het document de etnische achtergrond van de venters niet noemt, is het historisch relevant dat een significant deel van de Amsterdamse straathandelaren in die tijd Joods was. Dit type controles en tellingen vormde vaak de opmaat naar strengere regulering en uitsluiting van specifieke groepen uit het economische leven.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk concept waarin verslag wordt gedaan van een onderzoek naar de status van straatventers in Amsterdam tijdens de vroege maanden van de Duitse bezetting.

Uit de tekst blijkt dat er in de periode van 3 tot 14 september 1940 een telling is gehouden onder 1673 venters die op dat moment niet op straat werden aangetroffen. De autoriteiten wilden weten waar deze groep was gebleven. Via de Gemeente Arbeidsbeurs is achterhaald dat een klein deel (26 personen) in de werkverschaffing zat en een vergelijkbaar deel (25 personen) reeds in Duitsland werkzaam was. Opvallend is dat voor het overgrote deel van de 1673 venters geen directe verklaring wordt gegeven in dit korte overzicht.

De schrijfstijl is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten"). De doorhalingen wijzen op het concept-karakter van de tekst, waarbij de formulering tijdens het schrijven werd aangescherpt.

Historische Context

Dit document dateert van november 1940, een half jaar na de Nederlandse capitulatie. In deze periode trachtte de bezetter, in samenwerking met het Nederlandse bestuursapparaat, de arbeidsmarkt strakker te organiseren. Straathandel werd vaak gezien als een vorm van "ongeorganiseerde arbeid" of "leegloperij" die men wilde kanaliseren naar de reguliere economie of de (toen nog deels op vrijwillige basis gestoelde) arbeidsinzet in Duitsland.

De vermelding van de "Gemeente Arbeidsbeurs" is cruciaal; deze instelling speelde een centrale rol bij de registratie en uitzending van werklozen. Hoewel het document de etnische achtergrond van de venters niet noemt, is het historisch relevant dat een significant deel van de Amsterdamse straathandelaren in die tijd Joods was. Dit type controles en tellingen vormde vaak de opmaat naar strengere regulering en uitsluiting van specifieke groepen uit het economische leven.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 78

W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein **739**
W. Fruithof Waterlooplein 374
W. Fruithof Waterlooplein 750
W. Fruithof Waterlooplein 739
W. Fruithof Waterlooplein + 11
A. H. Klaassens Reservist Nieuwmarkt in 1944 : f. 100.-
A.J.I. Barbiers Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein **637**
A. W. Rijkvoort [X] Uilenburg in 1942 : " 100.-
M. Planten Waterlooplein 594
M. Planten Waterlooplein 564
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 125
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 127
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 173
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 162
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein + 58
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein 118
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein **173**
B. Velthuis Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1941 100.- en 1943 " 100.-
C. Bakker [X] Wachtl. Nieuwmarkt in 1945 : " 100.-
C. Blom Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
J. Renz. Waterlooplein 419
J. Renz. Waterlooplein - 54
J. Renz. Waterlooplein 421
J. Renz. Waterlooplein
C. Paats Uilenburg 1938: " 100.- ; id. ; en 1940: " 100.-
C. Zeeman Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.- en 1942 f 100.-
Alle 78 kooplieden →