Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 271
Dossier 5
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke rapportage / brief.

16 november 1940. Van: Onbekend (vermoedelijk een ambtenaar werkzaam bij de inspectie van het Marktwezen). Aan: De Heer Inspecteur voor het Marktwezen der Gemeente Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke rapportage / brief. 16 november 1940. Onbekend (vermoedelijk een ambtenaar werkzaam bij de inspectie van het Marktwezen). De Heer Inspecteur voor het Marktwezen der Gemeente Amsterdam. Amsterdam, 16 November 1940.

Aan den Heer Inspecteur
voor het Marktwezen
der Gemeente Amsterdam.

Bijgaande lijsten bevat de namen van de 1673
venters welke wel hun ventervergunning hebben betaald tot
31 Mei 1941, maar niet tijdens de enquête door de
controleurs zijn aangetroffen. Het onderzoek naar deze
venters of zij zich eventueel kunnen bevinden [doorhaling] bij den
Arbeidsbeurs ingesteld geeft als voorloopig resultaat
volgens onderstaande spekificatie:

  1. Werkverschaffing: 26. [x]
  2. Werken in Duitschland: 25. [x]
  3. Venten thans weer normaal: 60. [?]
  4. Als werkloos ingeschreven: 140.
  5. Markt of standplaats: 6.
  6. Niet bij den Arbeidsbeurs ingeschreven: 665.
  7. Particulier werk: 18.
  8. In behandeling Passeerdersgracht: 6.
  9. Hebben hun inschrijving aan den
    Arbeidsbeurs laten verloopen: 561.
  10. Buiten de Gemeente Amsterdam
    woonende venters: 166.

Totaal: 1673 venters.

Nadere verklaring omtrent de diversen groepen als volgt:
Groep 1: Werkverschaffing: } Deze feiten spreken voor zich
Groep 2: Werken in Duitschland: } zelf, daar de venters die tot deze
groepen behooren langs of op den openbaren weg hun boter-
ham niet meer konden verdienen hebben zij zich bij den
Arbeidsbeurs laten inschrijven en zijn door bemiddeling
hiervan bij een Werkverschaffing geplaatst of aan werk
in Duitschland geholpen.

Groep 3. Venten thans weer normaal: Het aantal venters, (60) [doorhaling: waaronder] waarvan mij...

--- Dit document is een ambtelijk overzicht van de status van een grote groep Amsterdamse straatventers kort na het begin van de Duitse bezetting. Van de 1673 venters die wel een vergunning hadden betaald, bleken er bij controle velen niet meer actief op straat te zijn.

De statistiek geeft een indringend beeld van de economische verschuivingen:
* Grote onzekerheid: De grootste groepen (punten 6 en 9, totaal 1226 personen) zijn mensen die óf niet ingeschreven staan bij de Arbeidsbeurs, óf hun inschrijving hebben laten verlopen. Dit wijst op een grote groep die buiten het officiële zicht van de arbeidsmarktbeheersing is geraakt.
* Verschuiving naar (dwang)arbeid: De groepen 1 en 2 worden expliciet toegelicht. Vanwege bittere noodzaak ("hun boterham niet meer konden verdienen") zijn deze mensen via de Arbeidsbeurs terechtgekomen in de Werkverschaffing of in Duitsland.
* Sociale diensten: De vermelding van "Passeerdersgracht" (punt 8) verwijst naar het daar gevestigde bureau voor maatschappelijke steun of de arbeidsbeurs.

De toon van het document is strikt bureaucratisch, maar de onderliggende realiteit is die van armoede en de noodzaak voor de laagste beroepsklassen om andere wegen te zoeken voor hun levensonderhoud onder de nieuwe bezettingsomstandigheden.

--- Dit document is gedateerd op 16 november 1940, exact zes maanden na de Nederlandse capitulatie. De context van de vroege bezetting is cruciaal:

  1. Economische ontwrichting: De handel op straat werd bemoeilijkt door schaarste, rantsoenering en strengere regelgeving door de bezetter. Voor veel kleine zelfstandigen, zoals venters, stortte de markt in.
  2. Arbeidsinzet: Hoewel de grootschalige gedwongen Arbeitseinsatz pas later in de oorlog echt op gang kwam, begon de Duitse bezetter al vroeg met het 'vrijwillig' werven van arbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie en de Werkverschaffing om de werkloosheid in Nederland te bestrijden (en Nederlandse mannen in te zetten voor de Duitse zaak).
  3. Administratieve controle: De bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie wilden een strakke grip op de bevolking. Een enquête naar vergunninghouders die "niet zijn aangetroffen" past in de pogingen van de overheid om de bevolking en de arbeidsreserve nauwgezet in kaart te brengen en te controleren.
  4. Armoede in Amsterdam: De straathandel was in Amsterdam traditioneel een sector voor de armsten, waaronder ook een aanzienlijk deel van de Joodse bevolking. Hoewel dit document geen namen noemt, is de achteruitgang van de straathandel een directe voorbode van de sociale en economische marginalisering die vele Amsterdammers in deze periode trof.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk overzicht van de status van een grote groep Amsterdamse straatventers kort na het begin van de Duitse bezetting. Van de 1673 venters die wel een vergunning hadden betaald, bleken er bij controle velen niet meer actief op straat te zijn.

De statistiek geeft een indringend beeld van de economische verschuivingen:
* Grote onzekerheid: De grootste groepen (punten 6 en 9, totaal 1226 personen) zijn mensen die óf niet ingeschreven staan bij de Arbeidsbeurs, óf hun inschrijving hebben laten verlopen. Dit wijst op een grote groep die buiten het officiële zicht van de arbeidsmarktbeheersing is geraakt.
* Verschuiving naar (dwang)arbeid: De groepen 1 en 2 worden expliciet toegelicht. Vanwege bittere noodzaak ("hun boterham niet meer konden verdienen") zijn deze mensen via de Arbeidsbeurs terechtgekomen in de Werkverschaffing of in Duitsland.
* Sociale diensten: De vermelding van "Passeerdersgracht" (punt 8) verwijst naar het daar gevestigde bureau voor maatschappelijke steun of de arbeidsbeurs.

De toon van het document is strikt bureaucratisch, maar de onderliggende realiteit is die van armoede en de noodzaak voor de laagste beroepsklassen om andere wegen te zoeken voor hun levensonderhoud onder de nieuwe bezettingsomstandigheden.


Historische Context

Dit document is gedateerd op 16 november 1940, exact zes maanden na de Nederlandse capitulatie. De context van de vroege bezetting is cruciaal:

  1. Economische ontwrichting: De handel op straat werd bemoeilijkt door schaarste, rantsoenering en strengere regelgeving door de bezetter. Voor veel kleine zelfstandigen, zoals venters, stortte de markt in.
  2. Arbeidsinzet: Hoewel de grootschalige gedwongen Arbeitseinsatz pas later in de oorlog echt op gang kwam, begon de Duitse bezetter al vroeg met het 'vrijwillig' werven van arbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie en de Werkverschaffing om de werkloosheid in Nederland te bestrijden (en Nederlandse mannen in te zetten voor de Duitse zaak).
  3. Administratieve controle: De bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucratie wilden een strakke grip op de bevolking. Een enquête naar vergunninghouders die "niet zijn aangetroffen" past in de pogingen van de overheid om de bevolking en de arbeidsreserve nauwgezet in kaart te brengen en te controleren.
  4. Armoede in Amsterdam: De straathandel was in Amsterdam traditioneel een sector voor de armsten, waaronder ook een aanzienlijk deel van de Joodse bevolking. Hoewel dit document geen namen noemt, is de achteruitgang van de straathandel een directe voorbode van de sociale en economische marginalisering die vele Amsterdammers in deze periode trof.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 78

W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein **739**
W. Fruithof Waterlooplein 374
W. Fruithof Waterlooplein 750
W. Fruithof Waterlooplein 739
W. Fruithof Waterlooplein + 11
A. H. Klaassens Reservist Nieuwmarkt in 1944 : f. 100.-
A.J.I. Barbiers Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein
Alle soorten visch, haring en zuurwaren Waterlooplein **637**
A. W. Rijkvoort [X] Uilenburg in 1942 : " 100.-
M. Planten Waterlooplein 594
M. Planten Waterlooplein 564
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 125
Boter, kaas, eieren, wild, gev., kruidwaren Waterlooplein 127
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 173
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein 162
Brandstoffen en/of petroleum Waterlooplein + 58
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein 118
Brandstoffen en petroleum Waterlooplein **173**
B. Velthuis Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1941 100.- en 1943 " 100.-
C. Bakker [X] Wachtl. Nieuwmarkt in 1945 : " 100.-
C. Blom Uilenburg " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.-
J. Renz. Waterlooplein 419
J. Renz. Waterlooplein - 54
J. Renz. Waterlooplein 421
J. Renz. Waterlooplein
C. Paats Uilenburg 1938: " 100.- ; id. ; en 1940: " 100.-
C. Zeeman Nieuwmarkt " " 100.- ; id. ; en 1940 " 100.- en 1942 f 100.-
Alle 78 kooplieden →