Getypte brief (doorslag/archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefkopie). 21 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam). Den Heer L. Vreeland, 2e Oosterparkstraat 142 II, Amsterdam-Oost. [Rechtsboven, handgeschreven:]
h. Kuiper
[Links boven:]
VP/HG.
72/42/2 M.
[Rechts midden:]
21 Mei 1940.
den Heer L.Vreeland,
2e Oosterparkstraat 142 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
[Midden:]
Naar aanleiding van Uw briefkaart d.d. 18 dezer
bericht ik U, dat U de voor U bestemde ventvergunning in
ontvangst kunt nemen, zoodra U het beroep van venter weer
wenscht uit te oefenen.
[Rechtsonder:]
De Directeur, De brief is een korte, zakelijke mededeling aan de heer L. Vreeland. Naar aanleiding van zijn verzoek van 18 mei (slechts drie dagen eerder) wordt hem meegedeeld dat zijn 'ventvergunning' klaarligt. Hij kan deze ophalen op het moment dat hij zijn werkzaamheden als straatverkoper (venter) weer wil hervatten. De opmaak is typisch voor een archiefdoorslag van ambtelijke correspondentie uit die periode. De datum van de brief, 21 mei 1940, is historisch zeer relevant. Het is slechts zes dagen na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland (15 mei 1940). De brief illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam direct na de inval 'gewoon' bleef functioneren.
De naam Vreeland en het adres in Amsterdam-Oost (een wijk met destijds een grote Joodse populatie) suggereren dat de ontvanger mogelijk van Joodse afkomst was. In de loop van de bezetting zouden juist dit soort vergunningen voor Joodse Amsterdammers eerst beperkt en later geheel ingetrokken worden als onderdeel van de anti-Joodse maatregelen. Op dit vroege moment in de oorlog lijkt er echter nog sprake te zijn van de reguliere gang van zaken. L. Vreeland
Samenvatting
De brief is een korte, zakelijke mededeling aan de heer L. Vreeland. Naar aanleiding van zijn verzoek van 18 mei (slechts drie dagen eerder) wordt hem meegedeeld dat zijn 'ventvergunning' klaarligt. Hij kan deze ophalen op het moment dat hij zijn werkzaamheden als straatverkoper (venter) weer wil hervatten. De opmaak is typisch voor een archiefdoorslag van ambtelijke correspondentie uit die periode.
Historische Context
De datum van de brief, 21 mei 1940, is historisch zeer relevant. Het is slechts zes dagen na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland (15 mei 1940). De brief illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam direct na de inval 'gewoon' bleef functioneren.
De naam Vreeland en het adres in Amsterdam-Oost (een wijk met destijds een grote Joodse populatie) suggereren dat de ontvanger mogelijk van Joodse afkomst was. In de loop van de bezetting zouden juist dit soort vergunningen voor Joodse Amsterdammers eerst beperkt en later geheel ingetrokken worden als onderdeel van de anti-Joodse maatregelen. Op dit vroege moment in de oorlog lijkt er echter nog sprake te zijn van de reguliere gang van zaken.