Administratief bijblad bij een dossier.
Origineel
Administratief bijblad bij een dossier. [Gedrukt kader linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 72/44/1 1940
DOORGEZONDEN: 22/5 '40.
[Handgeschreven tekst rechtsboven]
Heeft ventvergunning 25-4
voor het boekjaar 1939-1940 verlengd.
23/5-'40 [paraaf]
[Handgeschreven tekst midden]
Ventvergunning kan worden verlengd
zodra C. Stam het beroep van
venter weer kan opvatten. (W)
[Rode/potlood aantekening onderaan]
72/44/2 M
1
[Gedrukte tekst linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijke notitie betreffende de status van een ventvergunning (vergunning voor straathandel). Uit de tekst blijkt dat C. Stam voor het lopende boekjaar 1939-1940 een verlenging had gekregen, maar dat verdere verlenging afhankelijk wordt gesteld van zijn fysieke of feitelijke vermogen om het beroep weer uit te oefenen. De opmerking "zodra C. Stam het beroep van venter weer kan opvatten" suggereert dat hij op dat moment door omstandigheden (zoals ziekte of de actuele oorlogssituatie) niet in staat was te werken.
De datering is saillant: 22 en 23 mei 1940. Dit is slechts ruim een week na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog, wat aangeeft dat de civiele administratie ondanks de Duitse inval doorging met de reguliere werkzaamheden. In de vroege 20e eeuw was het beroep van 'venter' (bijvoorbeeld met een hondenkar of handkar) streng gereguleerd door gemeenten. Men had een officiële vergunning nodig die jaarlijks getoetst en verlengd moest worden. Dossiers zoals deze geven inzicht in de sociaaleconomische positie van kleine zelfstandigen en hoe zij werden gecontroleerd door lokale of regionale overheden tijdens de overgang naar de bezettingsjaren. De handtekening of het waarmerk '(W)' duidt waarschijnlijk op de behandelend ambtenaar of afdelingschef. C. Stam M. No
Samenvatting
Het document is een ambtelijke notitie betreffende de status van een ventvergunning (vergunning voor straathandel). Uit de tekst blijkt dat C. Stam voor het lopende boekjaar 1939-1940 een verlenging had gekregen, maar dat verdere verlenging afhankelijk wordt gesteld van zijn fysieke of feitelijke vermogen om het beroep weer uit te oefenen. De opmerking "zodra C. Stam het beroep van venter weer kan opvatten" suggereert dat hij op dat moment door omstandigheden (zoals ziekte of de actuele oorlogssituatie) niet in staat was te werken.
De datering is saillant: 22 en 23 mei 1940. Dit is slechts ruim een week na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog, wat aangeeft dat de civiele administratie ondanks de Duitse inval doorging met de reguliere werkzaamheden.
Historische Context
In de vroege 20e eeuw was het beroep van 'venter' (bijvoorbeeld met een hondenkar of handkar) streng gereguleerd door gemeenten. Men had een officiële vergunning nodig die jaarlijks getoetst en verlengd moest worden. Dossiers zoals deze geven inzicht in de sociaaleconomische positie van kleine zelfstandigen en hoe zij werden gecontroleerd door lokale of regionale overheden tijdens de overgang naar de bezettingsjaren. De handtekening of het waarmerk '(W)' duidt waarschijnlijk op de behandelend ambtenaar of afdelingschef.