Ambtelijke brief/concept (waarschijnlijk een antwoord op een informatieverzoek).
Origineel
Ambtelijke brief/concept (waarschijnlijk een antwoord op een informatieverzoek). 18 juli 1940. Waarschijnlijk een medewerker van de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Steun (M.S.) te Amsterdam. BIJBLAD VAN:
M. No. 72/74/1/1940
DOORGEZONDEN: 4/7
Aan den Markt en Havenmeester te Zwolle kan m. i.
het volgende worden bericht.
Sedert 1933 worden te Amsterdam geen ventvergunningen
meer uitgegeven, dan uitsluitend aan personen die
in 1933 in Amsterdam het beroep van venter hebben
uitgeoefend. Op de markten in Amsterdam wordt
aan ieder, dus ook aan personen buiten Amsterdam
woonachtig, plaats verleend.
Aan de Amsterdamsche bloemenventers wordt ge-
durende de wintermaanden, voor zoover deze
daar behoefte aan hebben, bijsteun verleend. De
venters die bijsteun ontvangen, mogen echter
niet buiten de Gemeente Amsterdam venten.
De dienst van M. S. stelt het op prijs, indien de
Haven en Marktmeester van Zwolle een opgave zou kunnen verstrekken van
de Amsterdamsche personen, die in Zwolle venten of op de
markt aldaar een plaats innemen.
18-7-'40
[ondertekening, mogelijk de Baer] Het document betreft een interne correspondentie of een concept voor een schrijven naar aanleiding van een vraag uit Zwolle over ventvergunningen en Amsterdamse kooplui. De belangrijkste punten zijn:
1. Restrictief beleid: Sinds 1933 geeft Amsterdam alleen nog ventvergunningen uit aan degenen die toen al als venter actief waren (een zogeheten 'sterfhuisconstructie' om het aantal straatverkopers te beperken).
2. Toegang tot markten: In tegenstelling tot het venten op straat, zijn de Amsterdamse markten wel toegankelijk voor kooplui van buiten de stad.
3. Sociale controle: Er is een specifieke regel voor bloemenventers. In de winter kunnen zij 'bijsteun' (financiële hulp) krijgen, maar de voorwaarde is dat zij dan niet buiten de eigen gemeente mogen venten.
4. Informatieverzoek: De dienst Maatschappelijke Steun vraagt de autoriteiten in Zwolle om namen van Amsterdamse venters daar, vermoedelijk om te controleren of zij onterecht bijsteun ontvangen terwijl ze elders inkomsten genereren. Dit document is gedateerd op 18 juli 1940, slechts twee maanden na de aanvang van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlogssituatie niet direct wordt genoemd, weerspiegelt de brief de strikte administratieve controle en de coördinatie tussen Nederlandse gemeenten op het gebied van sociale zekerheid en economische ordening. De afkorting "M.S." staat vrijwel zeker voor de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Steun uit Amsterdam, die verantwoordelijk was voor de armenzorg en uitkeringen. Het document toont aan hoe gemeenten probeerden misbruik van sociale voorzieningen te voorkomen door informatie uit te wisselen over de bewegingen van economisch actieve burgers. M. No Gemeente Amsterdam