Archief 745
Inventaris 745-337
Pagina 69
Dossier 76
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke rapportage / Adviesnota (pagina 2).

Origineel

Ambtelijke rapportage / Adviesnota (pagina 2). (2)
Wanneer ik thans overga tot het aangeven
van de verschillende mogelijkheden, die ter
oplossing van het vraagstuk bestaan, moge ik
in de eerste plaats verwijzen naar uw rapport
dd. 27 Maart ’39 no. 76/4/1, M. aan den W. v. M.
Als slotconclusie ~~gaf U~~ toen in overweging,
in de Jan Evertsenstraat geen maatregelen te
nemen; de wethouder heeft deze conclusie
blijkbaar overgenomen want er is inderdaad
niets gebeurd. Zooals ik hierboven reeds
vermeldde, is het ongewenscht deze conclusie
te handhaven.

A. Stichting van een dagmarkt in de Jan Evertsenstraat.

Deze oplossing kan ik niet aanbevelen; in
de eerste plaats heeft een dagmarkt naar mijn
meening geen levensvatbaarheid, omdat het
aantal kooplieden te gering is (de bedoeling zou
immers zijn de markt slechts open te stellen
voor venters uit West), verder zouden de in-
komsten, verkregen uit een dergelijke markt niet
opwegen tegen de kosten (personeel en opruim-
werk); bovendien moet er rekening mede worden
gehouden, dat de J. Evertsenstr. ~~uitsluitend~~
een winkelstraat is en een groote verkeersweg,
zoodat het een unicum zou zijn hier een
markt te stichten. (Al onze markten zijn
gelegen aan zijstraten van drukke verkeers-
en winkelstraten)

B. Stichting van een dagmarkt in de omgeving der Jan Evertsenstraat.
Deze oplossing is theoretisch slechts uitvoer-
baar indien voor de J. Evertsenstraat een ventverbod
wordt uitgevaardigd, daar anders weer andere
venters uit West in de Jan Evertsenstraat zouden
komen en ~~door de~~ oude venters, die
~~thans de juiste~~ op de markt zouden
staan, ernstig zouden schaden; bovendien zou
zulk een markt geen levensvatbaarheid hebben,
daar de kooplieden toch regelmatig zouden ... In dit document adviseert de schrijver over de marktsituatie in de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. Het betreft een vervolg op een rapport uit maart 1939. De kern van het betoog is dat de eerdere conclusie – om geen actie te ondernemen – niet langer houdbaar is, maar dat de voorgestelde oplossingen (A en B) eveneens problematisch zijn.

Oplossing A (markt in de straat zelf) wordt afgewezen op basis van:
1. Economische onhaalbaarheid: Te weinig kooplieden en te hoge personeels-/reinigingskosten.
2. Stedenbouwkundige redenen: De Jan Evertsenstraat is een doorgaande verkeersweg en winkelstraat; markten horen volgens de schrijver thuis in zijstraten.

Oplossing B (markt in de omgeving) wordt als theoretisch mogelijk gezien, maar alleen onder de voorwaarde van een strikt ventverbod in de Jan Evertsenstraat zelf om oneerlijke concurrentie voor de marktkooplieden te voorkomen. De schrijver betwijfelt echter ook hier de levensvatbaarheid van. Het document dateert van kort voor de Tweede Wereldoorlog (1939). De Jan Evertsenstraat was in die tijd een relatief nieuwe, belangrijke verkeersader in Amsterdam-West (de Baarsjes), die destijds volop in ontwikkeling was.

De discussie over "venters" (straatverkopers met karren) versus officiële "dagmarkten" was in deze periode een actueel thema in het Amsterdamse marktwezen. De gemeente probeerde ambulante handel te reguleren om verkeersoverlast te beperken en de hygiëne te verbeteren. De afkorting "W. v. M." in de tekst staat zeer waarschijnlijk voor de Wethouder van Marktwezen. De strijd tussen de gevestigde winkeliers in de Jan Evertsenstraat en de losse venters op straat vormt de achtergrond van deze ambtelijke correspondentie. A. Stichting B. Stichting J. Evertsenstr J. Evertsenstraat M. Marktwezen

Samenvatting

In dit document adviseert de schrijver over de marktsituatie in de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. Het betreft een vervolg op een rapport uit maart 1939. De kern van het betoog is dat de eerdere conclusie – om geen actie te ondernemen – niet langer houdbaar is, maar dat de voorgestelde oplossingen (A en B) eveneens problematisch zijn.

Oplossing A (markt in de straat zelf) wordt afgewezen op basis van:
1. Economische onhaalbaarheid: Te weinig kooplieden en te hoge personeels-/reinigingskosten.
2. Stedenbouwkundige redenen: De Jan Evertsenstraat is een doorgaande verkeersweg en winkelstraat; markten horen volgens de schrijver thuis in zijstraten.

Oplossing B (markt in de omgeving) wordt als theoretisch mogelijk gezien, maar alleen onder de voorwaarde van een strikt ventverbod in de Jan Evertsenstraat zelf om oneerlijke concurrentie voor de marktkooplieden te voorkomen. De schrijver betwijfelt echter ook hier de levensvatbaarheid van.

Historische Context

Het document dateert van kort voor de Tweede Wereldoorlog (1939). De Jan Evertsenstraat was in die tijd een relatief nieuwe, belangrijke verkeersader in Amsterdam-West (de Baarsjes), die destijds volop in ontwikkeling was.

De discussie over "venters" (straatverkopers met karren) versus officiële "dagmarkten" was in deze periode een actueel thema in het Amsterdamse marktwezen. De gemeente probeerde ambulante handel te reguleren om verkeersoverlast te beperken en de hygiëne te verbeteren. De afkorting "W. v. M." in de tekst staat zeer waarschijnlijk voor de Wethouder van Marktwezen. De strijd tussen de gevestigde winkeliers in de Jan Evertsenstraat en de losse venters op straat vormt de achtergrond van deze ambtelijke correspondentie.

Genoemde Personen 5

Locaties

Amsterdam (Jan Evertsenstraat).

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Pruim Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 2

Bur.v.Maatsch.Steun Waterlooplein 751
P. Werken Waterlooplein 697

Gerelateerde Documenten 4