Ambtsbrief van de politie
Origineel
Ambtsbrief van de politie 15 augustus 1940 No.74/30 L.M.1940
HOOFDBUREAU VAN POLITIE.
Dict.Ga/Mi.
Lr.S.No.11738/1940. Amsterdam, 15 Augustus 1940.
Dossier V.6.a.
Onder toezending van bijgaande ventvergunning no.3785 d.d. 30
Mei 1938, gewijzigd d.d. 13 Januari 1939, ver’eend aan E.Braa-
sem, wonende Lepelkruisstraat 6 I, alhier, voor het venten met
aardappelen groenten en fruit, in Centrum, heb ik de eer UEdel-
Achtbare te berichten, dat deze vergunning op 6 Augustus 1940,
des namiddags te 7.35 uur, op den openbaren weg de Vrolikstraat,
van Braasem, voornoemd, in beslag is genomen, wijl uit deze
vergunning de bldz.19 tot en met 22 ontbreken.
Volgens verklaring van voornoemden vergunninghouder zounhij
deze bladzijden hebben verloren.
De Hoofdcommissaris van Politie,
enz.
w.g.H.Holsbergen.
Aan den Heer Burgemeester
van
Amsterdam. Dit document is een officiële kennisgeving van de Amsterdamse politie aan de burgemeester betreffende de inbeslagname van een ventvergunning.
Kernpunten:
1. Aanleiding: Op 6 augustus 1940 werd E. Braasem gecontroleerd in de Vrolikstraat (Amsterdam-Oost).
2. Overtreding: De ventvergunning (voor aardappelen, groenten en fruit in het Centrum) bleek incompleet; bladzijden 19 tot en met 22 ontbraken.
3. Verweer: De betrokkene claimde dat hij de bladzijden simpelweg had verloren.
4. Gevolg: De vergunning is fysiek ingenomen en wordt bij deze brief aan de burgemeester (de vergunningverlenende instantie) overgedragen voor verdere afhandeling.
Opmerkelijk is de typefout in de tekst ("zounhij" in plaats van "zou hij"), wat vaker voorkwam bij handgetypte rapporten uit die tijd. De brief dateert van augustus 1940, slechts enkele maanden na de Duitse inval en het begin van de bezetting van Nederland. Hoewel de brief een reguliere administratieve handeling lijkt (handhaving van markt- en ventregels), vond dit plaats in een periode waarin de controle op de openbare ruimte en economische activiteiten door de bezetter en het collaborerende bestuur sterk werd opgevoerd.
De Vrolikstraat lag in een kinderrijke volksbuurt. Venters waren essentieel voor de voedselvoorziening aan huis, maar zij stonden onder streng toezicht van de politie. Het ontbreken van pagina's in een vergunning kon duiden op fraude of het onleesbaar maken van eerdere aantekeningen van overtredingen, wat in de ogen van de autoriteiten een serieuze zaak was. H. Holsbergen, die tekent namens de Hoofdcommissaris, was een hogere politiefunctionaris in het Amsterdamse korps tijdens deze transitieperiode. E. Braasem H. Holsbergen Hoofdbureau Politie