Handgeschreven conceptbrief of interne notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of interne notitie. 17 februari 1938. Ik meen te mogen verwachten, dat
ook in de toekomst het laatstbedoelde tarief
~~voor mij steeds~~ voordeeliger zal zijn,
weshalve ik U beleefd verzoek dit tarief —
ook voor zoover het zomertarief van ƒ 0,22⁵
betreft, — gerekend te zijn ingegaan
1 Januari 1938 ~~en de~~ aan mijn dienst
in rekening te willen brengen.
Ook voor ^alle^ overige aansluiting
van het Marktwesen ~~met de k~~ ~~[onleesbaar]~~
~~en de markten~~ verzoeke ik beleefd, om
toepassing van het in het ^bovengemelde^ Besluit van
B. en W. omschreven zomer-tarief te willen
eveneens gerekend te zijn ingegaan —
het jaar 1938.
17-2-38
[Paraaf] De schrijver van dit document verzoekt om de toepassing van een specifiek gunstig tarief voor een gemeentelijke dienst, vermoedelijk gerelateerd aan energie- of waterverbruik (gezien de term "zomertarief").
Kernpunten uit de tekst:
* Verzoek om retroactiviteit: De schrijver vraagt expliciet om het tarief met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1938 toe te passen.
* Specifiek tarief: Er wordt gesproken over een tarief van ƒ 0,22⁵ (22,5 cent).
* Reikwijdte: Het verzoek betreft niet alleen de eigen dienst van de schrijver, maar ook "alle overige aansluitingen van het Marktwesen" (de marktmeester of het marktwezen).
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar een besluit van B. en W. (Burgemeester en Wethouders), wat aangeeft dat dit een ambtelijke correspondentie betreft binnen een Nederlandse gemeente. In de jaren dertig van de twintigste eeuw beschikten veel Nederlandse gemeenten over eigen nutsbedrijven voor gas, elektriciteit en water. Tarieven konden seizoensgebonden zijn (zomer- en wintertarieven).
Dit document dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog, in een tijd van economisch herstel na de Grote Depressie. De nauwkeurigheid waarmee over fracties van centen (de superscript 5 achter 0,22) wordt gecorrespondeerd, is typerend voor de toenmalige ambtelijke precisie en de waarde van geld in die periode. De doorhalingen tonen het proces van formulering waarbij men zocht naar de juiste afbakening van welke diensten (zoals de markten) onder de nieuwe regeling moesten vallen. Marktwezen
Samenvatting
De schrijver van dit document verzoekt om de toepassing van een specifiek gunstig tarief voor een gemeentelijke dienst, vermoedelijk gerelateerd aan energie- of waterverbruik (gezien de term "zomertarief").
Kernpunten uit de tekst:
* Verzoek om retroactiviteit: De schrijver vraagt expliciet om het tarief met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1938 toe te passen.
* Specifiek tarief: Er wordt gesproken over een tarief van ƒ 0,22⁵ (22,5 cent).
* Reikwijdte: Het verzoek betreft niet alleen de eigen dienst van de schrijver, maar ook "alle overige aansluitingen van het Marktwesen" (de marktmeester of het marktwezen).
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar een besluit van B. en W. (Burgemeester en Wethouders), wat aangeeft dat dit een ambtelijke correspondentie betreft binnen een Nederlandse gemeente.
Historische Context
In de jaren dertig van de twintigste eeuw beschikten veel Nederlandse gemeenten over eigen nutsbedrijven voor gas, elektriciteit en water. Tarieven konden seizoensgebonden zijn (zomer- en wintertarieven).
Dit document dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog, in een tijd van economisch herstel na de Grote Depressie. De nauwkeurigheid waarmee over fracties van centen (de superscript 5 achter 0,22) wordt gecorrespondeerd, is typerend voor de toenmalige ambtelijke precisie en de waarde van geld in die periode. De doorhalingen tonen het proces van formulering waarbij men zocht naar de juiste afbakening van welke diensten (zoals de markten) onder de nieuwe regeling moesten vallen.