Officiële brief/kennisgeving.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving. 28 maart 1940. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). Den Heer H. Lurks, Goudsbloemstraat 102, Amsterdam-Centrum. (Rechtsboven handgeschreven): Inv. M. Broerse
(Middenboven): VP/HG. (Handgeschreven daarnaast): extra
(Links): 37/46/3 M.
(Rechts): 28 Maart 1940.
(Adres):
den Heer H. Lurks,
Goudsbloemstraat 102,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
(Inhoud):
In verband met het feit, dat U zich op 26 Maart jl. op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal, heb ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor de periode van 29 Maart tot en met 11 April a.s. Bovendien is aan Burgemeester en Wethouders de vraag voorgelegd, of U voor langeren tijd behoort te worden uitgesloten, zulks ingevolge het bepaalde in het tweede lid van bovenaangehaald artikel.
(Ondertekening):
De Directeur, Deze brief is een formele kennisgeving van een administratieve sanctie. De heer H. Lurks wordt ervan beschuldigd op 26 maart 1940 diefstal te hebben gepleegd op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. Als directe consequentie ontzegt de directeur van de markt hem de toegang voor een periode van twee weken (van 29 maart tot 11 april).
De brief refereert expliciet aan artikel 35 van het 'Reglement op de Centrale Markt'. Er wordt tevens gedreigd met een zwaardere sanctie: de directeur heeft de zaak voorgelegd aan het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) om te bepalen of een langdurige of permanente uitsluiting gerechtvaardigd is op basis van het tweede lid van hetzelfde artikel. De toon is zakelijk en autoritair. Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was in die tijd het kloppende hart van de voedseldistributie voor de stad. Handhaving van orde en eerlijkheid was cruciaal voor het functioneren van de groothandel.
De handgeschreven notitie "Inv. M. Broerse" duidt waarschijnlijk op een latere archivering door een persoon met die naam of een referentie naar een specifiek deel van een collectie. Het adres van de ontvanger, Goudsbloemstraat 102, bevindt zich in de Jordaan, een wijk die destijds sociaal-economisch nauw verbonden was met de bedrijvigheid op de Amsterdamse markten. Voor een marktkoopman of sjouwer betekende het ontzeggen van de toegang tot de markt een direct verlies van inkomen. H. Lurks M. Broerse