Proces-verbaal / Rapport van de Dienst der Markten (Marktwezen).
Origineel
Proces-verbaal / Rapport van de Dienst der Markten (Marktwezen). (Handgeschreven in de bovenmarge: dat Kist op 16 Maart heeft schuldig gemaakt aan diefstal subsidiair verduistering van een bankbiljet van f 10,-)
Aan den Heer Bedryfschef v/h Marktwezen.
Nº 77/U/1 M.1940
Rapport.
Op dinsdag 16 Maart 1940, om ongeveer 9 uur, deelde kooper A. Kool, oud 43 jaar, wonende Laagte Kadyk 22 III, my het volgende mede:
Ik kocht op bovengenoemd tydstip by grossier C. v. Belle, Pier A, 12 myn handel. Toen ik wilde betalen, bleek my dat ik myn toegangskaart met een bankbillet van f.10.-, welke achter in de hoes zat, verloren had. Meer geld bezat ik niet.
De grossier van Speyk, Pier A 11, welke vlak naast C. van Belle zyn pakhuis heeft, deelde my mede dat by hem net een kooper was geweest, welke op den ryweg ter hoogte van zyn pakhuis een kaart had gevonden. Als ik die persoon zie, ken ik hem direct en ik verzocht daarom van Speyk mede te gaan naar het toegangshek indien die kooper het terrein zou verlaten eventueel een controleur te waarschuwen. Dit verzoek werd door Kool aan van Speyk gedaan, waaraan van Speyk voldeed.
De bewuste persoon liet niet lang op zich wachten en grossier van Speyk wees Kooper Kist als de vinder van Kool’s kaart aan.
Ik heb hierna kooper Kist, oud 54 jaar, wonende v.d. Hoopstraat 129 hs, staande gehouden.
Deze verklaarde my het volgende:
Inderdaad heb ik hedenmorgen een toegangskaart op pier A gevonden, maar ik heb hem direct weer laten waaien. Ik wist niet eens dat er geld in de hoes zat. Ik vroeg Kist of hy ook papiergeld by zich had, dit werd met ja door hem beantwoord, want hy had een hooge rekening te voldoen.
Kist hield vol dat hy het billet van f.10.- niet had, maar verzocht aan Kool met hem mede te gaan, terwyl hy daarvóór niets van het geval wilde weten. Aan de houding van Kist kreeg ik het vermoeden dat hy het billet wel in zyn bezit had.
Ik verzocht controleur Felthuis met kooper Kist en Kool naar grossier van Speyk te gaan voor een nader onderzoek.
De portiersloge werd verlaten door bovengenoemde personen in de volgende volgorde: Controleur Felthuis voorop, daarachter links Kool, rechts Kist en ondergeteekende, onopgemerkt door Kist, volgde op eenigen afstand. Ongeveer een 30-tal meters geloopen te hebben greep kooper Kist in zyn rechterbroekzak en gooide iets onder een handkar; welke langs den achterkant van Pier A vooraan by de waterkant geparkeerd stond.
Nu hield ik kooper Kist weer staande en raapte het billet van f.10.- onder de handkar vandaan en Kist gaf toe het billet groot f.10.- (hetwelk gemerkt is No. 2.Q.U.026994 uitgegeven te Amsterdam op 14 November 1938) uit de hoes van de toegangskaart van Kool gehaald te hebben. Later wees hy de plaats aan waar hy de kaart van kooper Kool had weggegooid. De kaart van Kool lag er nog. Deze plaats was ook aan de achterkant van Pier A by stapels ledige kisten.
Op myn vraag wat hy met het geld had willen doen, verklaarde Kist dat hy het geld ten eigen bate had willen gebruiken en het is verleidelyk als men f.10.- vindt en men is arm. Ik heb nog een maand voorwaardelyk te goed en verzoek hierom de uiterste clementie. Het bankbillet van f.10.- en de kooperskaarten van Kist en Kool gaan hierby.
Volgens de stamkaart op het kaartenkantoor heeft J. Kist reeds de volgende straffen ondergaan.
No. 164 29/2-’36 Afval opgezocht op C.M. (Waarschuwing)
16-9-’37 idem idem
77/26/2 M.18/3 ’38 Diefstal ledige kisten (14 dagen schorsing)
(Handgeschreven in rood onderaan: 14 dagen m.i.v. 20 April 1940)
z.o.z. * Incident: Een geval van diefstal (subsidiair verduistering) op het terrein van de Centrale Markthallen in Amsterdam. Kooper Kist vond de toegangskaart van kooper Kool, waar een tientje in zat. Hij probeerde het geld weg te maken toen hij werd geëscorteerd voor onderzoek.
* Bewijsvoering: De dader werd op heterdaad betrapt door de rapporterende ambtenaar terwijl hij het geld onder een handkar probeerde te werpen. Het serienummer van het biljet is specifiek genoteerd voor bewijslast.
* Motief: De verdachte voert armoede aan als verzachtende omstandigheid ("het is verleidelijk als men f.10.- vindt en men is arm").
* Recidive: Uit de "stamkaart" blijkt dat Kist een bekende is van de marktautoriteiten; hij had eerder waarschuwingen gekregen voor het doorzoeken van afval en was eerder geschorst voor het stelen van lege kisten.
* Sanctie: De handgeschreven rode notitie onderaan geeft de strafmaat aan: 14 dagen ontzegging van de markt, ingaande 20 april 1940. Dit document stamt uit maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het geeft een uniek inkijkje in de strikte handhaving en de sociale verhoudingen op de Centrale Markthallen in Amsterdam (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat).
De "Pier A" die in de tekst wordt genoemd, verwijst naar de specifieke laad- en loskades van het marktterrein. In die tijd was f. 10,- een aanzienlijk bedrag (koopkracht vergelijkbaar met ongeveer €100,- nu), zeker voor kleine handelaren of "koopers" die met een handkar hun waar transporteerden. Het Marktwezen fungeerde hier als een eigen ordedienst met vergaande bevoegdheden om handelaren te schorsen ("stamkaarten"), wat direct invloed had op hun broodwinning. De terminologie ("grossier", "kooper", "stamkaart") is specifiek voor de toenmalige Amsterdamse marktcultuur. A. Kool C. van Belle Felthuis voorop (Controleur) J. Kist Marktwezen