Proces-verbaal / Politierapport (getypt)
Origineel
Proces-verbaal / Politierapport (getypt) -4-
eenigen afstand. Toen zij eenige meters van meerbedoeld hek ver-
wijderd waren, zag ik, dat Kist iets uit zijn rechterbroekzak nam
en dit ten aanzien van Felthuis en Kool onop[ge]merkt, vermoedelijk
met opzet liet vallen op den rijweg. Ik zocht dit voorwerp op en
het bleek mij een opgevouwen bankbiljet van f 10.- te zijn, ge-
nummerd 2.Q.U.0.26994. Ik heb Kist voornoemd, daarna aangehouden
en hem naderverhoord, waarna hij verklaarde:
" Het bankbiljet dat U mij toont ( Ik, verbalisant,
toon Kist het zoojuist door mij opgeraapte bankbiljet ) heb ik
hedenmorgen te omstreeks 8.30 uur voormiddag op pier A ter hoogte
van pakhuis no.11, op de terreinen van de Centrale Markt gevonden.
Het bankbiljet bevond zich in een mica etui met een toegangskaart.
Ik ben arm en kan een bedrag van F 10.- best gebruiken. Ik nam
daarom het bankbiljet uit het etui en stak het in mijn zak met de
bedoeling dit ten bate van mij aan te wenden. Ik stel dit bank-
biljet thans op Uw verlangen aan U ter hand. ( Ik, verbalisant,
ontvang uit handen van Kist bedoeld bankbiljet.) Het etui met kaart
heb ik op vermelde pier weggeworpen. Op 18 Maart 1938 heb ik mij
op deze markt schuldig gemaakt aan diefstal van eenige kisten.
Deswege werd ik veroordeeld tot een voorwaardelijken straf van
1 maand gevangenisstraf. De daaraan verbonden proeftijd is thans
nog niet verstreken. "
Na eenig zoeken op peir A, vond ik aldaar een mica etui
inhoudende een toegangskaart tot meervermelde markt, welke ten name
was gesteld van ASSER KOOL en voorzien van zijn foto.
Ik heb dit etui met inhoud vertoond aan Kool, waarna hij ver-
klaarde: " Het etui met inhoud, welke U mij toont, heb ik heden-
morgen verloren en is dezelfde waarvan ik U zooeven aangifte deed."
Daarna heb ik het etui met inhoud vertoond aan Kist, die ver-
klaarde: " Het etui met inhoud, welke U mij toont is het etui met Dit document is een verslag van een opsporingsambtenaar die getuige is van een verdachte handeling. De verdachte, Kist, wordt geobserveerd terwijl hij een bankbiljet van 10 gulden weggooit wanneer hij door de politie wordt benaderd. Kist bekent vervolgens dat hij het geld heeft gestolen uit een gevonden etui op de Centrale Markt. De rechtmatige eigenaar, Asser Kool, wordt geïdentificeerd aan de hand van een toegangskaart in het teruggevonden etui. Kist bekent bovendien dat hij nog in een proeftijd loopt vanwege een eerdere diefstal in maart 1938. Het document geeft een inkijkje in de rechtshandhaving en de sociaaleconomische omstandigheden in Nederland aan het eind van de jaren '30. Een bedrag van 10 gulden was in die tijd aanzienlijk (vergelijkbaar met ongeveer 100-120 euro nu qua koopkracht). De "Centrale Markt" was een belangrijk logistiek punt in Amsterdam. De naam "Asser Kool" en de datering (vlak voor de Tweede Wereldoorlog) zijn historisch relevant; veel marktkooplieden in Amsterdam waren in die periode van Joodse afkomst. De tekst bevat een correctie met de hand ("ge") boven het getypte "onopmerkt" en een spelfout ("peir" in plaats van "pier") die typerend zijn voor dergelijke administratieve rapporten uit die tijd. Kist (verdachte) Felthuis Asser Kool (slachtoffer/getuige) verbalisant (opsteller). Politie